Het geluk van een achterwiel

Wat Gerard Dielessen leerde van vier jaar 'Onze Giro' over sport, vriendschap, verdriet en het leven

Samen met zijn (fiets)vriend Oege Boonstra finishte Gerard Dielessen op maandag 12 oktober zijn 5.000 kilometer lange fietstocht door Italië. Ze deden vier jaar over Onze Giro. Ze reden in verschillende blokken langs de grenzen van het langgerekte land van Como naar de Duomo in Milaan. Wat in 2022 begon als een leuk fietsplan ontwikkelde zich in de jaren daarna tot een reis door het leven. Dielessen schreef over het eerste deel het boek ‘Onze Giro – de lange weg naar dichtbij.’ Meer daarover op www.onzegiro.nl. In het komend voorjaar volgt ‘Onze Giro – krankjorum naar het noorden.’ De twee fietsers kwamen anders terug dan ze vertrokken. Blijven doortrappen was hun devies. In makkelijke en moeilijke omstandigheden. In deze Op de Grote Plaat beschrijft Dielessen wat hij leerde in die vier jaar over sport, vriendschap, verdriet en het leven.

Op de voorlaatste dag van Onze Giro reden we met zijn vijven van Biella in Noord-Italië richting het Lago Maggiore. Na bijna vijfduizend kilometer langs de grenzen van het langgerekte land was ons pelotonnetje van twee gegroeid naar vijf. Op de laatste dag zouden er zelfs nog twee renners bijkomen, die ons zouden begeleiden naar de allesomvattende finish onder de magistrale Duomo in Milaan.

Eerst moesten we nog naar Besozzo, tussen Lago Maggiore en Lago di Varese. Met als toegift een smerig slotklimmetje van meer dan twintig procent.

Onderweg vanuit Biella viel ons pelotonnetje van vijf uiteen, met de onvermoeibare Meindert Landsmeer op kop. Hij moest tussen Gattinara en Borgomanero zo nodig een strook van vijf kilometer boven de dertig kilometer per uur fietsen. Een persoonlijke opdracht van hemzelf tijdens iedere rit.

Ik fietste achteraan de groep van vier. In de verte zag ik Meindert stoempen. Ik dacht: die is voor mij. En sprintte ervandoor. Heerlijk gevoel. Op de grote plaat. Beetje naar beneden. Snelheid dik boven de dertig. Ik kwam snel dichterbij.

Toen de laatste paar honderd meter. Moeilijk. Verzuring? Een chasse patate?

Even dreigde ik tussen de achterblijvers en de kopman te blijven hangen. Dat niet. Nooit. Ik schakelde nog een keer. Ging op de pedalen staan. En ja, ik zat in zijn wiel en liet niet meer los.

Geen chasse patate gelukkig. Wat een voldoening.

Foto onder: het peloton van zeven renners waarmee Gerard en Oege hun laatste dagen door Italië fietsen.

Chasse patate

In het wiel van Meindert mijmerde ik over de chasse patate als metafoor voor het leven. Voor de niet-wielerliefhebbers: het is de weinig benijdenswaardige situatie waarin een renner tussen twee groepen blijft hangen. Hij heeft het peloton verlaten, maar bereikt de kopgroep niet. Alle inspanningen ten spijt.

Wie kent niet het gevoel ergens tussenin te zitten? Tussen ambities en mogelijkheden. Tussen willen vasthouden en moeten loslaten. Soms is er nog maar één oplossing: zelf het gat dichtfietsen.

"De mooiste eigenschap van sport: de vreugde van een inspanning die nergens toe dient, behalve aan jezelf"

Gerard Dielessen

Waarom wilde ik eigenlijk zo nodig dat gat dichtrijden? Er viel niets te winnen. Geen klassement, geen podium, geen enkele reden om mezelf nog eens flink pijn te doen. Bovendien ben ik inmiddels 71. Een leeftijd waarop je volgens sommigen misschien wat verstandiger met je resterende energie zou moeten omgaan. Toch vond ik het heerlijk. Dat korte moment waarop je besluit iets te proberen, niet zeker weet of het lukt en vervolgens ontdekt dat je lichaam nog steeds bereid is naar je hoofd te luisteren. Al kost het wat meer moeite dan vroeger.

Dat is volgens mij een van de mooiste eigenschappen van sport. De vreugde van een inspanning die nergens toe dient, behalve aan jezelf. Niet omdat iemand het van je verlangt. Niet omdat er iets te verdienen valt. Maar gewoon omdat je het zelf wilt.

Dat lijkt me, ook buiten de sport, geen onbelangrijke vaststelling.

Meer dan een fietsplan

Onze Giro begon in augustus 2022 als een tamelijk wild fietsplan van twee vrienden. Samen met Oege Boonstra wilde ik langs de grenzen van Italië fietsen. Van noord naar zuid, van zuid naar noord. Niet in één keer, maar in zeven blokken, verspreid over vier jaar.

Het werd een queeste. Meer dan fietsen door Italië alleen.

Negenenvijftig etappes, bijna vijfduizend kilometer en ruim vijftigduizend hoogtemeters later eindigde Onze Giro op maandag 12 oktober onder de Duomo in Milaan. De kathedraal schitterde in het gouden avondlicht. Een decor dat we zelf niet hadden kunnen bedenken. Familie en dierbare vrienden stonden ons op te wachten.

Een queeste volbracht.

En eerlijk is eerlijk, eigenlijk vind ik het jammer dat het erop zit.

Want gaandeweg ontwikkelde Onze Giro zich tot wat we later de lange weg naar dichtbij zijn gaan noemen. Ook de titel van het eerste boek dat inmiddels is verschenen. Een tocht over vriendschap, ouder worden, verlies en verdriet, de vreugde van vrijheid en de ruwe schoonheid van een Europees land. Een reis die zich niet alleen in kilometers en hoogtemeters liet meten.

Aan alles komt onverbiddelijk een einde. Dat weet ik als geen ander. Dus ook aan een fietstocht die vier jaar heeft geduurd. Toch kun je blijkbaar iets voltooien zonder dat je ermee klaar bent. Dat besef drong zich tijdens de laatste etappes steeds nadrukkelijker aan mij op.

Onze eigen peloton mores

Neem alleen al de betekenis van het peloton. Oege en ik begonnen met zijn tweeën. Twee vrienden. Ieder met een eigen karakter. Oege: een voetballer op een fiets, zoals hij zelf zegt. Allebei een eigen tempo en ongetwijfeld ook de nodige eigenaardigheden. Vier jaar lang moesten we het onderweg met elkaar zien te rooien. Dat ging eigenlijk altijd vanzelf. Duizenden kilometers lang.

Gaandeweg ontwikkelden we onze eigen peloton mores. Soms fietsten we naast elkaar en praatten we eindeloos. Bespraken we de toestand van de media, waarin we allebei zijn geïnteresseerd. Sportprestaties van TeamNL-atleten, of wereldproblemen. Soms reden we honderden meters uit elkaar, ieder met zijn eigen gedachten. Dan zeiden we kilometerslang niets. Dat hoefde ook niet. We wisten van elkaar dat we er waren en dat we elkaar verderop wel weer zouden treffen. Dat zegt meer over vriendschap dan de vraag wie er het vaakst op kop rijdt. Respect voor elkaars tempo, zonder elkaar kwijt te raken. Zo zou ik onze mores willen omschrijven.

"Het leven laat zich niet uittekenen als een GPX-bestand"

Gerard Dielessen

Tijdens de laatste dagen van Onze Giro groeide ons kleine peloton. Eerst sloot Meindert aan, later Loes Nijssen en Ronald Keus. Op de slotdag kwamen er nog twee fietsers bij. Heidi Monseré en Kristof de Beats. Allemaal mensen die op hun eigen manier betekenis hebben in ons leven.

Met iedere nieuwe renner werd Onze Giro die laatste paar dagen steeds iets minder een onderneming van Oege en mij alleen.

Dat is een volgende ontdekking. Dat een prestatie aan betekenis wint wanneer je haar kunt delen. Hoe groter het peloton werd, hoe minder belangrijk het was wie er voorop reed of als eerste ergens bovenkwam.

Al bleef het natuurlijk leuk om af en toe nog eens een sprintje te trekken.

Zijn sokken

Ook reed er tijdens die laatste etappes iemand mee die we niet meer konden zien. Mijn zoon Mattis overleed op 27 april 2024 aan leukemie. Hij was vanaf het begin betrokken bij ons krankjorume fietsplan. Op afstand, maar met grote belangstelling. Regelmatig stelde hij vragen, gaf commentaar, gaf gevraagd en ongevraagd advies en af en toe verklaarde hij ons voor gek.

Krankjorum dus.

In Napels trok ik een paar maanden na zijn overlijden zijn hoge witte sokken aan. Op de ene stond crank, op de andere jorum. Tijdens de voorlaatste etappe van Onze Giro had ik ze opnieuw aan. Alsof hij er nog een beetje bij was. Ik weet zeker dat ik daardoor die verdomde chasse patate kon voorkomen.

Zijn sokken.

Het verlies van Mattis veranderde vanzelfsprekend alles. Ook de betekenis van Onze Giro. Wat begon als een sportief avontuur werd voor mij gaandeweg ook een manier om met dat onvoorstelbare verlies verder te leven. Dat klinkt misschien groot voor iets wat in essentie niet veel ingewikkelder is dan op een fiets stappen en beginnen met trappen. Toch is het precies wat deze tocht mij heeft geleerd. Je kunt je route nog zo zorgvuldig plannen. De hotels boeken, de beklimmingen bestuderen, het weerbericht controleren en de hoogtemeters berekenen. Maar het leven laat zich niet uittekenen als een GPX-bestand.

Er gebeuren dingen die je niet hebt voorzien. Soms prachtig. Soms verschrikkelijk.

In de sport proberen we veel te beheersen. Met trainingsschema's, data, analyses en prestatie-indicatoren willen we de uitkomst minder afhankelijk maken van het toeval. Begrijpelijk, zeker in de topsport. Ook ik had onze routes zorgvuldig uitgetekend. Maar geen trainingsschema bereidt je voor op alles wat je onderweg in het leven kan overkomen. Niet alles is maakbaar, hoe graag we dat soms ook zouden willen.

Ook dat is een les van Onze Giro. Misschien wel de moeilijkste. Het besef dat je uiteindelijk toch verder moet.

Altijd blijven doortrappen

Bij onze lunch aan het Comomeer, waar vier jaar eerder alles was begonnen, hield mijn lieve Kaya op de laatste dag een toespraak. Over doortrappen. Over het belang van doorgaan, ook wanneer het leven zich van zijn meest weerbarstige kant laat zien. De woorden van haar kwamen binnen.

Ik moest denken aan Maarten Ducrot, die mij jaren geleden aan de vooravond van mijn eerste Alpe d'HuZes een even eenvoudig als doeltreffend advies gaf: gewoon blijven doortrappen, dan kom je er vanzelf. Destijds vatte ik dat vooral op als praktische wielerwijsheid. Inmiddels weet ik dat er veel meer in besloten ligt.

Doortrappen betekent niet dat je altijd maar harder moet. Niet dat je voortdurend moet presteren of dat opgeven onder alle omstandigheden verboden is. Soms betekent het juist gas terugnemen. Iemand laten voorgaan. Ruimte geven aan verdriet. Accepteren dat je niet meer kunt wat je vroeger kon, zonder daarmee het plezier te verliezen in wat nog wel kan.

En soms betekent het dat je, op je 71ste, toch nog even uit het zadel komt om het laatste gat naar het achterwiel van een vriend dicht te rijden.

Onder de Duomo in Milaan trokken we op 12 oktober definitief een streep onder Onze Giro. Althans, onder de kilometers. Onder de beklimmingen, de afdalingen, de regenbuien en de eindeloze Italiaanse wegen. De onmetelijke schoonheid van het land. Maar niet onder alles wat deze tocht ons heeft gebracht.

Ik weet niet of er nog een nieuw fietsavontuur van deze omvang komt. Dat hoeft ook niet. Niet iedere finish verlangt onmiddellijk om een nieuw vertrek.

Het gevoel van die voorlaatste dag, ergens tussen Gattinara en Borgomanero, wil ik graag vasthouden.

Een kleine versnelling. De verzuring in de benen. Nog een keer op de pedalen. En dan dat heerlijke moment waarop het lukt.

In het wiel van Meindert.

Even uit de wind.

En samen verder.

Over de auteur

Dielessen schrijft maandelijks voor Sport & Strategie Online over opvallende ontwikkelingen in de sport, met bijzondere aandacht voor media, leiderschap en internationale sporttrends. Na de Olympische Spelen van Tokio (2021) beëindigde hij zijn periode als algemeen directeur van NOC*NSF. Eerder vervulde hij die rol bij de NOS. Tegenwoordig is hij voorzitter van diverse raden van toezicht, waaronder Omroep MAX, Stichting Alpe d’HuZes en RTV Drenthe, en adviseur van uiteenlopende organisaties.

Voor wie meer over Onze Giro – de lange weg naar dichtbij wil weten, ga naar: www.onzegiro.nl