Het gerechtshof Amsterdam heeft Ajax eerder deze maand veroordeeld om ongeveer 2,1 miljoen euro te betalen aan het scoutingsbureau GIC. Volgens het hof heeft GIC recht op deze vergoeding voor het aanbrengen van de spelers Lisandro Martínez en Antony Matheus dos Santos bij Ajax. In deze bijdrage bespreken Tim Hillenaar en Martin Bax van Vissers Legal de uitspraak.
In 2016 sloten Ajax en GIC een overeenkomst waarin GIC zich verbond om jeugd- en toptalenten voor Ajax te scouten. In deze scoutingsovereenkomst is opgenomen dat GIC jaarlijks een vaste vergoeding zou ontvangen voor haar werkzaamheden. Daarnaast werd in de overeenkomst opgenomen dat GIC onder bepaalde voorwaarden aanspraak kon maken op een aanvullende vergoeding wanneer een door haar gescoute speler een transfer naar een andere club zou maken. Begin juni 2020 gaan partijen kort met elkaar in overleg en besloten zij dat de overeenkomst na 1 september 2020 niet zou worden verlengd.
Op 11 juni 2020 stuurt Ajax een brief naar de betreffende scouts van GIC waarin de club aangeeft dat de overeenkomst per 1 september 2020 zal eindigen. In deze brief vraagt Ajax de scouts te bevestigen dat alle betalingen uit hoofde van de overeenkomst zijn voldaan en dat zij Ajax volledige en finale kwijting verlenen. De scouts ondertekenen deze brief ter bevestiging.
Op 29 september 2020 stuurt één van de scouts een e-mail naar Ajax. Daarin bevestigen de scouts opnieuw dat Ajax alle verschuldigde betalingen heeft gedaan en dat zij volledige kwijting verlenen. Tegelijkertijd schrijven zij dat deze kwijting uitdrukkelijk niet geldt voor het artikel dat bepaalt dat er een aanvullende vergoeding verschuldigd is bij een transfer van door hen aangebrachte spelers. Voor dat artikel geldt namelijk een uitlooptermijn van vier jaar. Ajax reageert niet op deze e-mail.
In 2022 maken twee door GIC aangebrachte spelers, Martínez en Antony, een transfer. Ajax stelt dat GIC geen aanspraak meer heeft op een vergoeding, omdat de scouts akkoord zijn gegaan met volledige en finale kwijting. De Amsterdamse club weigert daarom te betalen. GIC is het daar niet mee eens, meent wél recht te hebben op de aanvullende vergoeding en stapt naar de rechter.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 11 juni 2020 volstrekt duidelijk is. Volgens de rechtbank heeft GIC met het ondertekenen van die brief volledige en finale kwijting verleend voor de gehele scoutingsovereenkomst.
GIC stelt dat deze kwijting slechts ziet op de betalingen tot dat moment, maar de rechtbank volgt dit niet. Tussen partijen stond immers niet ter discussie dat Ajax alle tot dan toe verschuldigde bedragen had voldaan, noch dat de overeenkomst zou eindigen. Volgens de rechtbank ligt het daarom voor de hand dat de kwijting juist bedoeld was om óók de verplichtingen tot vergoeding bij een transfer te beëindigen, omdat dat nog de enige verplichtingen waren.
Dan volgt een ietwat wonderlijke overweging van de rechtbank. Zij pakt namelijk de e-mail van 29 september 2020 erbij, waarin de scouts stellen dat de finale kwijting niet gold voor de commissie op toekomstige transfers. Volgens de rechtbank blijkt echter uit die mail dat GIC ten tijde van de ondertekening van de brief juist dat zij ook de bedoeling had om met de ondertekende brief afstand te doen van alle toekomstige betalingen. Daarin schrijven ze namelijk dat ze op 11 juni 2020 de bevestiging hebben getekend “dat Ajax alle betalingen onder de opdrachtovereenkomst heeft voldaan en wij Ajax volledige kwijting verlenen.”
Dat GIC later een andere uitleg aan de kwijting geeft, komt volgens de rechtbank voor haar eigen risico. Volgens de rechtbank is de kwijtingsverklaring juridisch gezien niet al te ingewikkeld. Daarnaast is GIC geen nieuwkomer in de voetballerij en heeft zij in de loop der jaren met een veelheid aan contracten en beëindigingen daarvan te maken gehad. Vooraf heeft er een gesprek plaats gevonden en GIC heeft voldoende tijd gehad om zich eventueel juridisch bij te laten staan. Het verzoek van GIC wordt daarom afgewezen.
GIC legt zich niet neer bij deze uitspraak en gaat in hoger beroep. In hoger beroep wordt vastgesteld dat GIC in principe recht heeft op aanvullende vergoedingen voor de transfers van Martínez en Antony in 2022 naar Manchester United.
Dit zou slechts anders zijn indien wordt aangenomen dat GIC, door in te stemmen met de brief van 11 juni 2020, afstand heeft gedaan van haar recht op aanvullende vergoeding door het verlenen van volledige en finale kwijting, zoals Ajax betoogt.
De centrale vraag is of GIC afstand heeft gedaan van haar aanspraken op de vergoeding. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen mochten afleiden. Het komt er dus op neer welke betekenis partijen in redelijkheid mochten toekennen aan de inhoud van de brief van 11 juni 2020.
Als uitgangspunt geldt dat het verlenen van kwijting niet hetzelfde is als een kwijtschelding. Kwijting betreft een verklaring van de schuldeiser dat een bepaalde schuld is voldaan. In praktijk gaat het vaak om de bevestiging dat een betaling heeft plaatsgevonden. Een schuldeiser is verplicht voor iedere voldoening van een schuld een kwitantie (ondertekend document van verklaring) af te geven. Aan de andere kant ziet kwijtschelding op het geheel of gedeeltelijk afzien van een schuld of verplichting. Het wettelijke begrip daarvoor is afstand.
Het gerechtshof komt tot de conclusie dat er geen afstand is gedaan van het vorderingsrecht van GIC. Volgens het hof kan de brief van 11 juni 2020 niet anders worden gelezen dan dat GIC kwijting heeft verleend voor de betalingen die op dat moment uit de overeenkomst voortvloeiden. Op grond van de overeenkomst was Ajax verplicht jaarlijks bedragen aan GIC te betalen. Voor die verplichting is volledige en finale kwijting verleend.
De aanspraak op een aanvullende vergoeding in verband met de transfers ontstond echter pas in 2022. GIC kon in juni 2020 dus onmogelijk verklaren dat Ajax deze toekomstige verplichting al had voldaan. GIC kon daarvoor dan ook geen kwijting verlenen. Uit de brief blijkt bovendien nergens dat GIC verklaart afstand te doen van toekomsite vorderingsrechten of dat zij dat zou willen doen.
Volgens het hof heeft de akkoordverklaring van GIC dan ook niet de strekking van een kwijtschelding. De volledige en finale kwijting ziet uitsluitend op de reeds voldane betalingen en niet op afstand doen van eventuele toekomstige vorderingsrechten.
Het hof stelt voorop dat kwijtschelding van toekomstige schulden (afstand) alleen tot stand komt wanneer partijen dit zijn overeengekomen. Voor afstand van toekomstige vorderingen moet aan de zijde van GIC in ieder geval sprake zijn van wilsovereenstemming. Uit de e-mail die GIC ná de akkoordverklaring stuurde, blijkt juist dat de verleende kwijting niet ziet op toekomstige aanspraken op een deel van de transfersommen. Daarmee staat vast dat GIC geen afstand heeft willen doen van deze rechten. Ajax kon op basis van deze e-mail dan ook niet aannemen dat GIC begreep of bedoelde afstand te hebben gedaan van haar toekomstige aanspraken en dus is dat ook niet overeengekomen.
Het hof komt daarmee tot het tegenovergestelde oordeel van de rechtbank. Deze zaak laat zien hoe belangrijk het is om bij het beëindigen van een overeenkomst duidelijk vast te leggen welke verplichtingen wél en welke níet onder finale kwijting vallen. Doorslaggevend hierbij is wat partijen over en weer hebben verklaard en wat de andere partij uit die verklaringen mocht afleiden. Dat leidt tot een behoorlijke kostenpost voor Ajax, want het hof begroot de vergoeding op ruim twee miljoen euro.
Martin Bax is advocaat bij Vissers Legal en specialiseert zich in onder meer het sportrecht. Vissers Legal is in Nederland hét kantoor op het gebied van het Sport- en Ondernemingsrecht. Ze werken dagelijks met veel liefde voor atleten, sportbedrijven, verenigingen en overheidsinstanties, met één gezamenlijke passie: sport.
Tim Hillenaar werkt als juridisch medewerker bij Vissers Legal en houdt zich vooral bezig met sportrecht. Vissers Legal combineert topsportmentaliteit met juridische expertise. Zo ondersteunen zij dagelijks sporters, clubs, bonden, agents en sponsoren met juridisch advies dat helder, praktisch en direct toepasbaar is.
Dit is de 21e aflevering van een maandelijkse rubriek rond sport & recht door de specialisten van Vissers Legal. Lees ook deze eerdere bijdragen:
Lees ook: