In 1990 zag Simon Kuper bij het wereldkampioenschap in Italië zijn eerste WK-wedstrijden. Gek op voetbal was hij al, in Italië werd hij gegrepen door de sfeer van het grootste sportevenement ter wereld en hij nam zich voor voortaan elk WK te bezoeken. Hij studeerde geschiedenis en Duits in Oxford en versloeg in 1998 voor de Financial Times het WK in Frankrijk. Het veranderde zijn leven, want in 2002 ging hij in Parijs wonen. In vakblad Sport & Strategie sprak hij zijn verwachtingen uit over het WK in de Verenigide Staten, Mexico en Canada, zijn tiende WK voetbal. "Als Trump het waagt om in een stadion te komen, zal hij worden uitgefloten."
De Financial Times heeft bij het toernooi ook journalisten die over politiek en randzaken zullen berichten, Kuper is de enige die het voetbal doet. Het toernooi vindt plaats van 11 juni tot en met 19 juli en hij hoopt de eerste twee weken door te brengen in het noordoosten van de VS, waar hij in Boston, Philadelphia en New York tijdens de eerste ronde favorieten als Frankrijk, Engeland en Brazilië kan zien. Het plan voor de tweede ronde, wanneer 32 teams verder gaan in een knock-outsysteem, staat nog niet vast.
"Ik denk niet dat er ook maar iets in de buurt komt dat eenheid en onderscheid, samen zijn en anders zijn, op dezelfde manier aan elkaar koppelt als een WK-toernooi", zegt een van zijn gesprekgenoten in De wereld aan mijn voeten, het vorig jaar verschenen boek waarin Kuper verslag doet van zijn ‘reis door het hart van het mondiale voetbal in 9 WK’s’, zoals de ondertitel zegt. Kuper zou het zelf ook zo gezegd kunnen hebben. Maar na negen WK’s is er ook enige verzadiging ontstaan.
"Ik observeer zo’n WK. En af en toe, als Oranje speelt of er echt iets moois gebeurt, heb ik een fan-gevoel. Maar dat is minder dan voorheen"
"Ik ben niet meer het jongetje van acht dat in 1978 zijn eerste WK zag en dat het spannendste ding ooit vond. Ik ben 56 nu, mensen van mijn leeftijd die niet kunnen eten als hun team verliest, vind ik een beetje raar. Er zijn dingen, mensen, relaties in het leven die belangrijker zijn. Ik ben nu meer waarnemer. Ik observeer zo’n WK. En af en toe, als Oranje speelt of er echt iets moois gebeurt, heb ik een fan-gevoel. Maar dat is minder dan voorheen. De herhaling stompt af, maar is ook mooi. Het maakt van het WK een ritueel in je leven."
En hij is niet van plan dat ritueel op te geven want het lijkt hem "geinig" om ooit de man te zijn die de meeste WK’s heeft verslagen. "Dat is nu een Argentijn die er sinds 1958 telkens bij was. Hij is begin 90 en was ook in Qatar. Volgens een vriend zat hij in een stoel wat uit te puffen en werkt hij niet echt meer. Ooit ben ik dus misschien die man."
De WK’s vanaf 2010 hadden allemaal een sterke wereldwijde politieke betekenis, schrijft Kuper in De wereld aan mijn voeten. Bij de WK’s van 2010 in Zuid-Afrika en 2014 in Brazilië ging het om het ‘mondiale Zuiden’ tegen het ‘multinationale kapitalisme’. Het WK 2018 legitimeerde Poetin en autocratisch regimes. In 2022 was het thema migratie en de macht van de olielanden. En het WK 2026 dreigt een zelfpromotie-instrument voor de Amerikaanse president Donald Trump te worden. Samenvattend: "WK’s veranderen de wereld niet maar werpen er wel een verhelderend licht op."
Hangende de oorlog in Iran is het moeilijk te zeggen wat de
historische betekenis van het aanstaande WK zal zijn, zegt Kuper eind maart. "Ik vermoed dat het heel erg een anti-Trump WK gaat worden. Alle
Amerikaanse speelsteden stemmen Democratisch. Die hebben burgemeesters die
zullen zeggen: wij heten de wereld welkom, we zijn blij met de
Latijns-Amerikanen die komen en zullen zorgen dat ze niet worden
lastiggevallen. Je zult demonstraties zien, leuzen, spandoeken, van Amerikanen
die willen laten zien: wij zijn een ander Amerika. Als Trump het waagt om
in een stadion te komen, zal hij worden uitgefloten. Ook het voetbalpubliek in
de VS is overwegend Democratisch, met veel Hispanics en jonge mensen. En of het
WK nu in Japan, Duitsland of de VS wordt georganiseerd, het thuispubliek is
getalsmatig altijd veel groter dan de bezoekende fans uit het buitenland. 80-90
Procent is thuispubliek. Dat zal denk ik het grote politieke drama worden, het
interne Amerikaanse drama: Amerika tegen Amerika, het anti-Trump Amerika tegen het
Trump Amerika."
"Ik vermoed dat het heel erg een anti-Trump WK gaat worden"
En natuurlijk zal Trump rare, gekke dingen doen en zeggen om het WK naar zijn hand te zetten. "Hij zal conflicten proberen uit te lokken over Canada, Mexico, scheidsrechters of wat dan ook. Hij zal nare dingen zeggen over bezoekende fans. Maar wat hij niet kan, is het WK de viering van zijn land te laten zijn. Mussolini zag in het WK ’34 in Italië het bewijs van de eer en mannelijkheid van zijn land. Dat kon hij zeggen, want Italië werd kampioen. Dat is nu onmogelijk: de VS is geen kanshebber en zal geen kampioen worden. Trump bezit het Amerikaanse team ook niet. Er zitten veel zwarte spelers in en het team zal niet bij hem op bezoek willen. Maar hij gaat er zeker een persoonlijke show van maken. Hij weet: qua kijkers is dit het grootste evenement ter wereld. Daar moet hij de hoofdfiguur van zijn. Ik denk niet dat hij het zal wagen zijn show publiekelijk in een stadion op te voeren, hij zal veel meer vanuit het Witte Huis opereren."
Foto onder: Simon Kuper in zijn werkkamer. Foto: Leila Kuper.
Door FIFA-voorzitter Infantino, die Trump bij de loting een zelf bedachte vredesprijs gaf, zal hem niets in de weg worden gelegd, verwacht Kuper. "Infantino ziet zichzelf als een soort collega-machthebber op het wereldtoneel. Hij is heel trots dat hij Trump zo vaak ontmoet. Hij heeft dezelfde ijdelheid, maar zonder het charisma. Infantino vindt het al fantastisch om naast Trump op het podium te staan en zal hem niet beletten om van het WK een eigen nummer te maken."
Die ijdelheid gecombineerd met de bereidheid tweede viool te spelen, heeft Infantino gemeen met zijn voorganger Sepp Blatter. "In mijn boek schrijf ik over Der Portier, het Zwitserse woord voor hotelconciërge, een klassiek Zwitsers type. De portier ziet de hele dag rijke mensen uit allerlei landen langskomen. Hij is vriendelijk, slooft zich uit, krijgt waardering, ze vragen zelfs zijn advies. De laatste jaren kwamen die rijke mensen vooral uit de Golflanden, Qatar en Saoedi-Arabië. Op dit moment is Trump de man. Dus de hotelconciërge denkt: daar moet ik bij in de buurt blijven. Dat is wat Infantino en Blatter doen. Ze spreken alle talen, zijn vriendelijk en voorkomend en altijd op zoek naar wie rijk en belangrijk is."
Er is nog een overeenkomst: ze faciliteren corruptie, zonder zelf corrupt te zijn. “Blatter werd in 2015 aangehouden op verdenking van corruptie, maar is uiteindelijk vrijgesproken. Het halve executive committee van FIFA, figuren als Jack Warner en Chuck Blazer, is wel veroordeeld. Veel van hun deals kwamen tot stand door de verkoop van tv-rechten. Ze verkochten uitzendrechten goedkoop aan tv-stations en lieten 10 miljoen dollar of zo overmaken naar een rekening op een Caribisch eiland. Blatter wist dat er steekpenningen werden betaald, dat ze geld in hun zak staken. Af en toe gebruikte hij die kennis als machtsmiddel en stuurde iemand de laan uit. Zelf vond hij geld niet zo interessant. Hij was geen dief, want wie steelt maakt zich kwetsbaar. Dan weten mensen iets van je. Dat wilde hij niet. Bij Blatter ging het om macht, niet om geld.
"Dat is bij Infantino niet anders. Hij steelt niet, dat hoeft ook niet, want al zijn onkosten worden door FIFA betaald. Zijn laatst gepubliceerde salaris was 1,7 miljoen Zwitserse franken. En de corruptie is nu legaal. Als bijvoorbeeld Saoedi-Arabië het WK voor clubs financiert, zoals het deed in de VS in 2025, dan komen er honderden miljoenen binnen bij FIFA. Dat geld stuurt Infantino door naar de 200 nationale bonden. De KNVB zal dat geld keurig afboeken: 10 miljoen dollar gekregen van FIFA. Bij veel kleine bonden is de president in zijn eentje de bond. Vijfentwintig bonden zijn kleine Caribische landen, en dan zijn er veel kleine arme Afrikaanse landen. De president kan dat geld of een deel ervan ongezien wegsluizen. Niemand die dat controleert. Zijn taak is uiteraard wel om bij verkiezingen op Infantino te stemmen."
Lees het hele interview met Simon Kuper nu in vakblad Sport & Strategie (editie 2-2026).