Op 4 juli is de 113de Ronde van Frankrijk in Barcelona gestart. Voor Christian Prudhomme is het een jubileumeditie, want het is zijn twintigste aan het hoofd van de karavaan. Benedict Vanclooster sprak hem uitgebreid voor vakblad Sport & Strategie. In deel 2 gaat Prudhomme in op de roep om hervormingen in de wielersport en het veranderde anti-dopingbeleid.
In deel 1 van dit interview vertelde Prudhomme over het organiseren van een Grand Départ en hoeveel vergunningen daar tegenwoordig voor nodig zijn. De motivatie voor kandidaat-steden is de afgelopen twintig jaar niet veranderd, zegt hij: "dat het gratis is voor de mensen langs de weg." En dat wil de Tourdirecteur graag zo houden.
"Het blijft een paradox: de Tour wordt in 190 landen uitgezonden, maar aan de start heb je slechts 35 nationaliteiten in het peloton. Dat is een enorme kloof. Australië is niet per se sterker dan twintig jaar geleden. Colombia zeker niet, al hangt dat ook af van kampioenen: het had er anders kunnen uitzien, als Egan Bernal niet dat verschrikkelijke ongeval had gehad. In Canada hoop ik dat de komende wereldkampioenschappen een nieuwe impuls zullen geven."
"Het probleem van die globaliseringsplannen is dat het altijd om geld draait. Ik citeer graag een grote Franse filosoof, Bernard Hinault, die vaak zegt: 'Wil je geld verdienen? Dan ga je geen koersen winnen. Win koersen, en je zult geld verdienen.' Het is zoals bij de Grands Départs: je mag de volgorde niet omdraaien."
Lees ook dit interview van een jaar geleden met Richard Plugge over One Cycling:
"Natuurlijk zijn we er niet tegen om nieuw publiek te zoeken,
maar niet op een kunstmatige manier. We hebben jarenlang geprobeerd om
Australiërs, Japanners of Zuid-Amerikanen te overtuigen, maar we hadden niet
eens de vrouwen aangesproken. Je moet niet alleen ver weg kijken, maar ook
dicht bij huis. Wie denkt dat de Tour Femmes alleen het vrouwenwielrennen
vooruit heeft geholpen, vergist zich. De vrouwen-Tour is goed voor het
wielrennen in zijn geheel, want zo spreken we een bijkomend deel van het
publiek aan."
"De slotrit vorig jaar haalde de hoogste piek op tv-zender France 2 in 25 jaar: 8,7 miljoen kijkers. Dankzij de kampioen Wout van Aert, maar ook dankzij Montmartre"
"Als mensen denken dat we de Formule 1 kunnen nabootsen, dan vergissen ze zich volledig. Wielrennen moet toegankelijk blijven, anders is het ten dode opgeschreven. Twintig jaar geleden zei een Franse politicus: ‘In de Tour rijden ze met de fiets, maar je zou ze evengoed op rolschaatsen kunnen zetten en het zou hetzelfde zijn.’ Ik was daardoor geërgerd, maar hij had niet helemaal ongelijk, in die zin dat de Tour niet alleen het sportieve is. Het publiek en het landschap bepalen mede het succes. De slotrit vorig jaar haalde de hoogste piek op de tv-zender France 2 in 25 jaar: 8,7 miljoen kijkers. Dankzij de kampioen Wout van Aert, maar ook dankzij Montmartre."
"Voor mij draait het om het nastreven van excellentie. Je moet niet vertrekken vanuit de zoektocht naar meer inkomsten in de hoop dat daar kwaliteit uit voortvloeit. Het gaat bovendien om een hervorming voor over drie jaar, vanaf 2029, aangezien we pas een nieuwe driejarige WorldTourcyclus zijn begonnen. De drie grote rondes en de monumenten, de basis die al meer dan 120 jaar mensen doet dromen, zijn het fundament. Dat heeft UCI-voorzitter David Lappartient ook al duidelijk gesteld. Daarna kunnen we ons afvragen: moeten we de kalender aanpassen aan de gevolgen van de klimaatopwarming? Moeten er meer teams deelnemen, maar met kleinere selecties? Hoe kunnen we de tweede divisie versterken? Moet er een budgetplafond komen voor de teams, zoals in het Franse rugby? Persoonlijk ben ik daar voorstander van. Het is in het belang van het wielrennen dat de beste renners zoveel mogelijk over verschillende ploegen zijn verspreid. Voor privébedrijven wordt het almaar moeilijker om te concurreren met staten die ploegen financieren. Een ondernemer die gelooft dat wielrennen een interessant platform is, moet nog bereid en in staat zijn om te investeren. Als de bedragen te hoog oplopen, wordt dat onmogelijk."
"Dat is niet aan mij om over te onderhandelen. Daarover beslist de familie Amaury (eigenaar van ASO, de organisator van vele wielerklassiekers en grote rondes als de Tour en de Vuelta, red.). Ik ben dus niet de juiste persoon om die vraag te beantwoorden."
Een opvallende tendens in de Tour de voorbije twintig jaar is dat het steeds minder over doping gaat. In 2012 daverde de wedstrijd voor het laatst op zijn grondvesten door dopingkwesties. De Franse renner Rémy Di Gregorio werd toen gearresteerd, Fränk Schleck testte positief en in het najaar verscheen nog het rapport van het Amerikaanse antidopingagentschap USADA, dat de definitieve val van zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong en het einde van de Rabobank-ploeg zou inluiden. "Toen ik hier begon, bij de start in Straatsburg in 2006, zaten we midden in Operación Puerto", herinnert Prudhomme zich. "Jean-Marie was de Tourbaas, maar ik was adjunct-directeur en stond mede in de frontlinie. Dat driekwart van de vragen nu niet meer over doping gaat, is niet per se onaangenaam."
"Valsspelen bestaat in alle milieus, van politiek en journalistiek tot sport. Ik zou dus de vraag liever herformuleren: is het mogelijk om eender welke activiteit succesvol uit te oefenen zonder vals te spelen? Ik ben geneigd te geloven van wel, maar de strijd gaat voort."
"Dat is iets waar we vaak met de UCI over hebben gesproken: er was geen weg terug. Er zal altijd een zweem van twijfel blijven bestaan, niet specifiek voor hen, maar in het algemeen. Het verleden van de Tour zorgt ervoor dat men mij die vragen blijft stellen. Maar mensen zien vaak niet het verschil tussen het wielrennen en andere disciplines. In het wielrennen heb je een internationale federatie die de regels maakt en private actoren die organiseren, met uitzondering van de wereldkampioenschappen (die door de UCI worden georganiseerd, red.). In het voetbal bijvoorbeeld heb je de internationale federatie die zowel de regels maakt als organiseert. Dat is totaal niet hetzelfde. Wij hebben er destijds voor gestreden dat er een onafhankelijke instantie zou komen die controleert. Het ITA (het internationaal testagentschap waaraan de UCI op 1 januari 2021 zijn antidopingprogramma overdroeg, red.) is zo’n onafhankelijke instantie. Dat is wat wij wilden."
"Dat kan ik niet verklaren. Misschien lopen sommigen voor op wat er wordt opgespoord. Wat ik wel kan zeggen, is dat een aantal grote federaties er geen beroep op doet. Dat betekent misschien dat ze bij het ITA toch niet zo’n slecht werk leveren, anders zou iedereen hen gebruiken. Ik ben er vast van overtuigd dat ze goed werk leveren en beter weten dan wij wat er moet gebeuren."
"Daar ben ik van overtuigd. Maar ongetwijfeld ook omdat het wielrennen vroeger meer heeft valsgespeeld."
Bijschrift foto boven artikel: Wout van Aert soleert in de laatste beklimming van de Montmartre naar de winst in de zinderende slotetappe van de Tour van 2025. Foto: ASO/Bastien Séon
Dit is een deel uit een groter interview met Christian Prudhomme voor vakblad Sport & Strategie (editie 3-2026).
Lees ook deel 1 van dit interview: