Financiële belemmeringen voor sport staan zelden op zichzelf

Onderzoekers van de HAN keken naar betaalbaarheid, drempels en reële mogelijkheden om mee te doen aan sport

© rawf8 / Shutterstock.com

Wie onvoldoende financiële ruimte heeft om te sporten, ervaart vrijwel altijd ook andere belemmeringen. 89 procent van de mensen die passend sportaanbod niet kunnen betalen, ervaart ten minste één andere belemmering, zoals onvoldoende rust, fysieke fitheid of tijd of het ontbreken van een sportieve sociale omgeving. Gemiddeld ervaren ze zelfs drie keer zoveel belemmeringen als bij mensen die wel voldoende financiële ruimte ervaren. Dat blijkt uit het rapport ‘Meer dan een kwestie van geld’ van onderzoekers van de HAN University of Applied Sciences. Zij concluderen dat alleen financiële maatregelen niet zorgen voor veel meer sporters en pleiten voor een persoonsgerichte aanpak.

Negen procent van alle respondenten heeft onvoldoende financiële ruimte om gebruik te maken van passend sportaanbod. Bij huishoudens onder de armoedegrens is dat 26 procent. En van de niet-sporters uit een huishouden onder de armoedegrens noemt 24 procent kosten als reden om niet te sporten, tegenover twaalf procent bij niet-sporters uit huishoudens boven die grens. Juist bij sociaaleconomische aandachtsgroepen gaat financiële kwetsbaarheid vaak samen met een bredere stapeling van omstandigheden die sporten moeilijker maakt. Geld is overigens voor de meeste niet-sporters niet de grootste drempel. Zestien procent van de niet-sportende respondenten noemt kosten als reden om niet te sporten. Gebrek aan plezier, lichamelijke klachten, tijdgebrek en vermoeidheid worden vaker genoemd.

Belemmeringen stapelen zich op

Financiële problemen staan vaak niet op zichzelf. Van de mensen met onvoldoende financiële ruimte ervaart 60 procent twee of meer andere belemmeringen om te sporten. Zo ervaart bijna de helft onvoldoende rust om sport in te plannen. Ook onvoldoende fysieke fitheid en het ontbreken van een sportieve sociale omgeving komen vaak voor in combinatie met een financiële belemmering. Hetzelfde geldt voor tijdgebrek en weinig vertrouwen in de eigen sportvaardigheid. Bovendien verschilt de combinatie van belemmeringen van persoon tot persoon; geen enkele drempel overheerst. Dat vraagt volgens de onderzoekers om een aanpak die aansluit bij de situatie en behoeften van de persoon.

Financiële steun veelal onvoldoende

Ongeveer de helft van de niet-sporters die serieus van plan zijn om te gaan sporten, zegt dat een korting op de zorgverzekering of korting bij de sportaanbieder zou helpen om daadwerkelijk te starten. Van de niet-sporters zonder startintentie zegt juist de helft dat een financiële stimulans niet zal helpen. De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat financiële ondersteuning voor veel mensen noodzakelijk kan zijn om te gaan sporten, maar dat dit zelden voldoende is. Volgens onderzoeker Willem de Boer is geld zelden de enige drempel: “Wie sport niet kan betalen, mist vaak ook rust, fitheid of een sportieve omgeving. Met alleen kortingen krijg je mensen niet massaal aan het sporten. Daarvoor is een persoonsgerichte aanpak nodig, geen one-size-fits-all maatregel. De inzet van zogenaamde beweegmakelaars zijn daarvan een goed voorbeeld, die in steeds meer gemeenten wordt ingezet.”

De onderzoekers pleiten daarom voor een aanpak waarin financiële steun wordt gecombineerd met niet-financiële ondersteuning. "Gemeenten en sportaanbieders zouden kunnen denken aan bredere sportoriëntatie, flexibele deelnamevormen, passende begeleiding, begrijpelijke informatie en actieve toeleiding. Wensen en behoeften van iemand zelf ten aanzien van sporten moeten het uitgangspunt zijn. De invulling van de financiële maar ook andere vormen van steun moeten vervolgens aansluiten bij de sportwens en de overige belemmeringen van die persoon."

Over het onderzoek

De onderzoekers ondervroegen 2.064 deelnemers van 16 jaar en ouder uit het LISS-panel, het meest representatieve onderzoekspanel van Nederland. Huishoudens met een laag inkomen werden daarbij extra benaderd. Respondenten beoordeelden acht voorwaarden voor reële sportmogelijkheden: financiële ruimte, fysieke fitheid, rust, ervaren sportvaardigheid, beschikbare tijd, informatievoorziening, zich geaccepteerd voelen en een sportieve sociale omgeving.

Het onderzoek is uitgevoerd door het consortium SPRINTS (Sports Pricing Research to INcrease The Sport participation). Dit consortium onderzoekt hoe de prijs en inrichting van sportaanbod samenhangen met sportdeelname. Ook onderzoekt het welke prijsstrategieën en financiële instrumenten sport toegankelijker kunnen maken, vooral voor mensen met een lager inkomen. SPRINTS is een samenwerking van Radboud Universiteit, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en het Mulier Instituut in samenwerking met een groot aantal praktijkpartners. Het maakt deel uit van het programma MOOI in Beweging en wordt gefinancierd door ZonMw en het ministerie van VWS.

Het volledige onderzoeksrapport 'Meer dan een kwestie van geld' is hier te vinden.

Meer weten over het wegnemen van drempels om te sporten? Lees de eerste twee afleveringen uit een serie met de MOS: