Zo houden we 'niemand aan de zijlijn': "financiën zijn vaak niet de enige drempel"

Drie maatschappelijke sportorganisaties over het doorbreken van sociaal-economische belemmeringen bij sport en bewegen

"Begin bij het dagelijks leven, niet bij bewegen en sport." Dat is de kernboodschap van het onlangs verschenen advies 'Niemand aan de Zijlijn' waarin de Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving pleiten voor een brede aanpak van kansenongelijkheid in sport en bewegen. De raden stellen dat drempels tot sporten en bewegen in het dagelijks leven van mensen moeten worden verlaagd. In deze serie kijken we wat leden aangesloten bij Maatschappelijke Organisaties Sport (MOS) dichtbij kwetsbare doelgroepen doen om drempels te verlagen en zo kansenongelijkheid tegen te gaan. In aflevering 1: sociaal-economische belemmeringen.

Mensen met een lage sociaal-economische positie (SEP) sporten of bewegen minder dan gemiddeld. Tom van ’t Hek, voorzitter NLsportraad, ging eerder in een interview op SportknowhowXL al in op de grote verschillen die het rapport blootlegt. "Er zijn allerlei onderliggende oorzaken als het gaat om wel of niet bewegen. Natuurlijk is er een individuele component, maar het draait om de kans die mensen krijgen om te bewegen en te sporten. De omgeving is bepalend, iemand moet wel toegang hebben en daarvan constateren we dat er structureel ongelijkheid is. Er blijken veel grotere drempels te bestaan. Als mensen bijvoorbeeld in armoede leven of andere grote zorgen hebben, heeft sport niet de eerste prioriteit."

In het rapport wordt de complexiteit van ‘sociaal-economische belemmeringen’ goed uitgelegd. Schaamte kan bijvoorbeeld een grote rol spelen, ook al wordt het lidmaatschapsgeld betaald. Mensen kunnen bang zijn dat anderen merken dat ze in armoede leven als ze in een sociale context gaan sporten. "Er is dus meer nodig om iemand te laten sporten dan het alleen gratis maken", zo stellen de raden.

Jeugdfonds Sport en Cultuur

Dat is precies de ervaring van Jeugdfonds Sport & Cultuur, dat jaarlijks de contributie en benodigde materialen voor bijna 90.000 kinderen en jongeren betaalt. "Wij proberen ook de afstand die er is tussen gezinnen en deelname aan sport en bewegen te verkleinen door de inzet van het netwerk van onze 12.000 Meerkrachten, professionals die zich als vrijwilliger bij ons aan hebben gesloten. Zij wijzen gezinnen op het belang van deelname aan sport en bewegen en kunnen de gezinnen ondersteunen bij hun aanvraag bij het Jeugdfonds", legt directeur-bestuurder Petra Bosman uit.

"Wij proberen ook de afstand tussen gezinnen en deelname aan sport en bewegen te verkleinen door de inzet van het netwerk van onze 12.000 Meerkrachten"

Petra Bosman - Directeur-bestuurder Jeugdfonds Sport & Cultuur

"Het Jeugdfonds kan de financiële drempel wegnemen, maar in veel gevallen blijkt dat niet de enige drempel. Zeker als er in een gezin geen sport of beweeggewoonte is, is het aanbieden van een laagdrempelige activiteit van groot belang. Dat moet op een makkelijk te bereiken plek zijn, het moet niet te veel ander 'gedoe' met zich meebrengen en het moet vooral een plek zijn waar mensen zich thuis kunnen voelen. We zien grote verschillen in de toegankelijkheid van verschillende sporten; voetbal met bijna 29.000 Jeugdfondsdeelnemers is vele malen groter dan hockey met zo'n 500 Jeugdfondsdeelnemers, terwijl de landelijke deelname cijfers van deze sporten veel dichter bij elkaar liggen."

Als advies sluit Bosman aan op het rapport ‘Niemand aan de Zijlijn’. "Zet in op integraal, lokaal, duurzaam en begin bij de jeugd!"

Krajicek Foundation

De Krajicek Foundation draagt via het Scholarschipprogramma al twintig jaar bij aan het verminderen van kansenongelijkheid. "In het programma staan jongeren uit aandachtswijken centraal: zij krijgen een studiebeurs en in ruil ervoor bieden zij 80 uur aan sport- en spelactiviteiten aan op onze sportvelden aan (Krajicek Playgrounds), tevens volgen ze 20 uur aan workshops aan de Krajicek Academy", legt Directeur Ulrike Insam uit. Zij ziet dat dit programma op verschillende manieren bijdraagt aan kansengelijkheid: "Door het inzetten van jongeren uit de wijk op de sportvelden komen meer kinderen naar buiten om te spelen. Dit komt omdat de Scholarshippers vertrouwen uitstralen naar ouders en een herkenbaar gezicht zijn in de wijk, ze bieden veiligheid en spreken dezelfde taal. Verder zien we door het Scholarshipprogramma dat jongeren uit aandachtswijken groeien in zelfkennis, eigenwaarde en zelfvertrouwen, vaardigheden leren die ze kunnen toepassen in hun professionele ontwikkeling, een netwerk opbouwen en zich in de toekomst vaker maatschappelijk inzetten voor de wijk. Allemaal onderdelen die deze groep jongeren een groter en beter toekomstperspectief geven."

Foto onder: Krajicek Foundation/Maaike Petri.

"Investeer in buurstportcoaches maar juist ook in jongeren zodat ze het zelf kunnen organiseren"

Ulrike Insam - Directeur Krajicek Foundation

Bij de Krajicek Foundation zien ze bij de jongeren vooral de sociaal-economische belemmeringen om te sporten en bewegen terug. "Kinderen hebben minder toegang tot verenigingen. Vaak kan dit gratis maar dan zit de organisatie eromheen in de weg: geen fiets om ernaar toe te komen, geen mogelijkheid ze met de auto te brengen, geen ruimte om het te organiseren omdat de basisbehoeften voorrang hebben." Als advies raadt Insam daarom aan om onder andere te investeren in een alternatief voor sportclubs. "Investeer in buurstportcoaches maar juist ook in jongeren zodat ze het zelf kunnen organiseren. Kijk naar het District Spot-programma, dat is perfect om vanuit de buurt en door de jongeren zelf een club op te zetten."

Lees meer in dit artikel: District Spots: sport en meer in de wijk voor en door jongeren

Yvonne van Gennip Talent Fonds

Het Yvonne van Gennip Talent Fonds herkent in het advies van de NLsportraad al onderdelen van de aanpak die zij hanteren. Vanuit de gedachte dat geen talent verloren mag gaan door financiële tekortkomingen, helpt het fonds jonge talenten bij het werven van financiële middelen. Daar zit wat directeur-bestuurder Yvonne van Gennip een bredere gedachte achter dan topsport: "Bij het YVGTF geloven we in de waarde van sport voor de samenleving. Bewegen en sport zijn geen luxe. Ze dragen bij aan gezondheid, ontwikkeling en het gevoel ergens bij te horen. Daar heeft iedereen recht op. In dat geheel spelen talenten een eigen rol. Een jong talent dat met overgave traint, laat zien wat plezier, doorzettingsvermogen en dromen in beweging kunnen brengen. Juist herkenbare rolmodellen kunnen anderen over een drempel helpen. Het advies benoemt dat ook: rolmodellen waarin mensen zich herkennen, vergroten het vertrouwen om mee te doen."

Met het project 'Missie 1 voor 100' zet het fonds juist in op het creëren van rolmodellen. Talentvolle sporters bezoeken scholen om kinderen te inspireren en te laten zien wat er mogelijk is wanneer je in jezelf gelooft en je talenten ontwikkelt. "Ze beginnen daar niet bij 'sport', maar bij een verhaal, een ontmoeting en plezier. Kinderen zien een jong iemand die vertelt hoe de ambitie is ontstaan. Vaak in iets kleins, vaak al op de lagere school. Vervolgens laat het talent zien wat er mogelijk is. Dat sluit aan bij wat het advies bepleit: begin bij de leefwereld, niet bij het aanbod. En bij de nadruk die de raden leggen op de jeugd, omdat daar de basis wordt gelegd voor kansen gedurende het hele leven."

"Juist herkenbare rolmodellen kunnen anderen over een drempel helpen"

Yvonne van Gennip - Directeur-Bestuurder Yvonne van Gennip Talent Fonds

Binnen de twee doelgroepen waarop het Yvonne van Gennip Talent Fonds zich voornamelijk richt, ziet het YVGTF vooral sociaal-economische belemmeringen terugkeren. "Bij onze primaire doelgroep 'sporttalenten' zien we dat sociaal-economische factoren een belangrijke rol spelen bij het wel of niet kunnen waarmaken van de sportieve droom. Vaak zijn ouders/verzorgers in deze fase de belangrijkste sponsor. Wanneer zij dat niet kunnen opbrengen dan is de kans groot dat een talent noodgedwongen afhaakt."

Bij de kinderen die met ‘Missie 1 voor 100' worden bereikt, spelen sociaal economische factoren een rol of zij de kans krijgen om een sport te gaan beoefenen. "Gelukkig zijn er veel regelingen waardoor kinderen kosteloos of tegen een laag tarief kunnen sporten, maar niet iedereen weet die te vinden. Daarnaast merken we bij Missie 1 voor 100 dat sportvoorzieningen niet voor iedereen fysiek toegankelijk zijn. Sommige wijken hebben een heel beperkt aanbod van sportvoorzieningen wat de drempel om regelmatig te sporten verhoogd."

Het advies van Van Gennip: "Laat verschillende initiatieven elkaar versterken. Een simpel voorbeeld: een gemeente pakt de regie door naschools sportaanbod te combineren met een inspirerend bezoek van een sporttalent in de klas en direct voorlichting voor ouders over financiële voorzieningen rond sport."