“Begin bij het dagelijks leven, niet bij bewegen en sport.” Dat is de kernboodschap van het onlangs verschenen advies ‘Niemand aan de Zijlijn’ waarin de Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving pleiten voor een brede aanpak van kansenongelijkheid in sport en bewegen. De raden stellen dat drempels tot sporten en bewegen in het dagelijks leven van mensen moeten worden verlaagd. In deze serie kijken we wat organisaties aangesloten bij Maatschappelijke Organisaties Sport (MOS) dichtbij kwetsbare doelgroepen doen om drempels te verlagen en zo kansenongelijkheid tegen te gaan. In aflevering 3: institutionele en fysiek-ruimtelijke belemmeringen.
“Je moet er gewoon voor zorgen dat iedereen binnen redelijkheid toegang heeft tot sport”, zei NLsportraad-voorzitter Tom van ’t Hek in een interview op SportknowHowXL.nl bij de verschijning van het adviesrapport. Bij die toegankelijkheid van sport en bewegen gaat het niet alleen om beperkt aanbod, maar ook over fysiek-ruimtelijke belemmeringen. “Het ontbreekt aan een omgeving waarin iedereen zelfstandig, veilig en comfortabel kan meedoen. Dus ook bewegen en sporten”, concluderen de adviesraden in hun rapport. Het gaat hierbij om speeltuinen die niet toegankelijk zijn voor kinderen met een beperking tot een onveilige wijk door veel verkeer waardoor bewoners minder bewegen of wandelen. “Ook zijn niet alle beweeg- en sportvoorzieningen even goed bereikbaar met het openbaar vervoer en zijn veel gebouwen niet toegankelijk voor mensen die slecht ter been zijn.”
Daarnaast spelen institutionele belemmeringen een grote rol bij groepen die niet sporten of bewegen. “Dit zijn structuren, regels en routines in de samenleving als geheel en bij organisaties of in beleid waardoor (groepen) mensen minder toegang tot organisaties of invloed hebben”, zo wordt de definitie omschreven in het rapport. Deze belemmeringen worden door zowel sportaanbieders als inwoners zelf ervaren. Zo moeten aanbieders die mensen met een laag inkomen willen laten sporten aan extra voorwaarden voldoen. Bij inwoners gaat het bijvoorbeeld om laaggeletterden die moeite hebben om een formulier in te vullen. “Of om mensen met een beperking voor wie de gemeentelijke vergoedingen voor sporthulpmiddelen niet duidelijk zijn.”
Wie vanwege een beperking een sporthulpmiddel nodig heeft, is voor de financiering vaak afhankelijk van de gemeente waarin hij of zij woont. En daar zit een belangrijk probleem. Gemeenten hanteren verschillende vergoedingen en procedures, terwijl specialistische kennis over sporthulpmiddelen lang niet overal beschikbaar is. Het gevolg: ongelijke kansen, lange doorlooptijden en soms aanzienlijke kosten voor de sporter zelf.
Fonds Gehandicaptensport probeert die ongelijkheid al jaren te verminderen. Met Uniek Sporten Hulpmiddelen werden tussen 2020 en 2025 ruim 1.200 sporters geholpen bij de aanschaf en financiering van een sporthulpmiddel. Maar individuele aanvragen ondersteunen is geen structurele oplossing voor een probleem dat voortkomt uit de manier waarop de ondersteuning is georganiseerd.
"Als we kansenongelijkheid in de sport willen verminderen, moeten we ook kijken naar de regels en systemen die die ongelijkheid veroorzaken"
Daarom werkt Fonds Gehandicaptensport in opdracht van het ministerie van VWS aan een landelijke aanpak: het Uniek Sporten Centraal Loket. Via dit loket krijgen inwoners onafhankelijk en deskundig advies over een passend sporthulpmiddel. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de financiering, maar hoeven niet langer ieder afzonderlijk specialistische kennis op te bouwen. De aanpak krijgt steeds meer draagvlak. Inmiddels zijn 51 gemeenten aangesloten, samen goed voor ruim drie miljoen inwoners. De ambitie is landelijke dekking, zodat de toegang tot sporthulpmiddelen niet langer wordt bepaald door de gemeente waarin iemand woont.
"Als we kansenongelijkheid in de sport willen verminderen, moeten we ook kijken naar de regels en systemen die die ongelijkheid veroorzaken", aldus Anne-Marie Kuiper van Fonds Gehandicaptensport. "Met het Centraal Loket werken we aan een oplossing die voor sporters én gemeenten beter werkt."
Ook op het vlak van fysiek-ruimtelijke belemmeringen doet Fonds Gehandicaptensport veel werk, vervolgt Kuiper. "Uniek Sporten begeleidt sporters van niet sporten-bewegen naar duurzaam meedoen aan sport en bewegen. We ruimen barrières op door oplossingen te bedenken, te ontwikkelen en landelijk uit te voeren." Met Uniek Sporten Thuis heeft het fonds een grote drempel om te beginnen met sport en bewegen slim weggenomen. Vervoer naar een sportlocatie is met dat onderdeel van het platform niet meer nodig, want met uitdagende beweegvideo’s kan iedereen in de huiskamer werken aan zijn of haar conditie en gezondheid.
Op deze manier draagt Fonds Gehandicaptensport bij aan het verminderen van een kansenongelijkheid bij een grote groep Nederlanders, aldus Kuiper. "We stimuleren sportdeelname van 1,8 miljoen mensen met en matige tot zware beperking."
Binnen diezelfde doelgroep richt Special Olympics zich op sporters met een verstandelijke beperking. Met het programma Play Unified zet deze organisatie in op het samen laten sporten van sporters met en zonder beperking. "Play Unified brengt sporters met en zonder verstandelijke beperking met elkaar in contact waardoor wij hun houding en gedrag positief veranderen. Daarmee leveren wij een tastbare bijdrage aan inclusie. Play Unified activiteiten zijn ontmoetingen waar mensen met en zonder verstandelijke beperking samen een positieve ervaring delen", zegt Rachel Richardson, directeur Special Olympics Nederland.
Zij ziet bij de doelgroep van sporters met een verstandelijke beperking zowel fysiek-ruimtelijke als institutionele belemmeringen om te kunnen sporten. "Je moet (de juiste) vrijwilligers hebben om het sporten te faciliteren. De sporter moet ook de mogelijkheid krijgen om naar een training te gaan."
Foto onder: Een gastles van een Play Unified Sporter op een basisschool. Foto Bart Weerdenburg
Het Play Unified-programma vermindert op scholen en clubs de kansenongelijkheid, legt Richardson uit. "Play Unified op school brengt basisschoolleerlingen in contact met sporters met een verstandelijke beperking. Eén van onze sporters geeft een gastles waar de klas zich op voorbereid en vervolgens gaan ze samen sporten. Het doel van Play Unified op de club is een inclusievere clubcultuur. Leden met en zonder beperking leren elkaar op de club kennen en herkennen, juichen elkaar toe en sporten samen. Het streven is om op zoveel mogelijk sportclubs in Nederland een Play Unified activiteit te laten plaatsvinden, waar G-sporters hun clubgenoten uitdagen voor een sportactiviteit."
In dat samen sporten schuilt ook haar advies om in brede zin aan kansengelijkheid in sport en bewegen te werken. "Samen sporten zorgt voor zien en gezien worden. Daardoor ontstaat meer begrip voor elkaar. Play Unified heeft hier veel voorbeelden van maar ook bij onze Special Olympics zie je de meerwaarde van samen sporten. Bijvoorbeeld voor ouders, die zelfstandigheid bij hun kind zien en zich realiseren dat ze niet altijd hoeven te zorgen maar ook kunnen loslaten."
De jonge Stichting SAM, opgericht in 2025, werkt als landelijke beweging aan meer gelijkwaardigheid in sport. Een speelveld waarin talent, ambitie en potentieel de kansen bepalen. Voor meiden en jongens, vrouwen en mannen. SAM heeft een duidelijk doel voor ogen: "Een sportwereld waarin gelijke kansen, zichtbaarheid en invloed voor vrouwen en mannen vanzelfsprekend zijn."
Directeur Marieke Maas ziet volop mogelijkheden om dat speelveld samen met de sport te vernieuwen. "Meer balans betekent dat we meer mensen bereiken, talent beter benutten en ruimte maken voor nieuwe perspectieven. Dat versterkt de hele sport.” Daarvoor kijkt SAM naar de samenhang tussen investeringen, beeldvorming en de manier waarop sport is georganiseerd. Meer aandacht en investeringen in vrouwensport bieden kansen voor groei. Zichtbare vrouwelijke rolmodellen verbreden het beeld van wat mogelijk is, op het sportveld én daarbuiten.
Ook in beleid en besluitvorming liggen kansen. "Veel structuren zijn historisch gegroeid vanuit een mannelijk perspectief. Door die opnieuw te bekijken, kunnen we meer ruimte creëren voor vrouwen in besturen, coaching en commissies. En bewustere keuzes maken in de verdeling van media-aandacht, faciliteiten en investeringen."
Dat geldt ook voor de dagelijkse sportpraktijk. "Denk aan trainingstijden, accommodaties en evenementen. Sluiten die aan bij de wensen en behoeften van vrouwen en meiden? Door hun ervaringen mee te nemen, kunnen clubs en bonden een omgeving creëren waarin meer mensen zich welkom voelen, blijven sporten en zich kunnen ontwikkelen."
"Door bestaande structuren opnieuw te bekijken, kunnen we meer ruimte creëren voor vrouwen in besturen, coaching en commissies"
De SAM-methode begint daarom bij luisteren. SAM brengt sporters, bestuurders, trainers en andere betrokkenen met elkaar in gesprek over vier thema’s: leiderschap, zichtbaarheid, participatie en gelijke kansen. Met behulp van ECHO, een AI-tool, worden ervaringen uit die gesprekken gebundeld en geanalyseerd. Zo ontstaat inzicht in wat mensen ervaren, nodig hebben en mogelijk achten.
"Die inzichten vormen het vertrekpunt voor verandering", legt Maas uit. "Samen met sportbonden en clubs vertalen we ze naar concrete oplossingen. We kijken opnieuw naar bestaande gewoonten en werkwijzen, ontwikkelen en testen aanpassingen en leren wat werkt. Wat succesvol is, willen we duurzaam onderdeel maken van de sport en breder toepassen. Zo bouwen we stap voor stap aan een gelijkwaardiger speelveld. Vanuit de overtuiging dat je samen met mensen betere oplossingen ontwikkelt. Meer balans is winst voor iedereen."
In de vierde en laatste afleveringen van deze serie kijken we naar organisaties, die aansluitend op het advies ‘Niemand aan de zijlijn’, de focus legt op de leefwereld van de doelgroep.
Lees ook de eerdere afleveringen in deze serie: