In zijn column voor SPORT Bestuur en Management snijdt Rutger ter Hoeven, voorzitter van FC Weesp een onderwerp aan dat essentieel is voor een gezonde vereniging: de balans tussen mannen en vrouwen.
Bij onze eigen club zien we gelukkig een enorme toename in het aantal meiden dat de weg naar het veld vindt. Maar laten we eerlijk zijn: we praten nog steeds over slechts 15 procent van het totaalaantal leden. Daarmee lopen we keurig in de pas met het landelijk gemiddelde, maar is dat eigenlijk wel iets om tevreden over te zijn?
Vanuit mijn perspectief is het cruciaal dat er een betere balans ontstaat. En dan heb ik het niet alleen over de spelers op het veld. Het gaat ook over de bezetting langs de lijn en in de bestuurskamer. We hebben meer vrouwen nodig als trainer, als scheidsrechter en als bestuurslid. Pas dan laat je als vereniging zien dat je écht inclusief bent. Een sportclub moet een afspiegeling zijn van de maatschappij; een plek waar iedereen zich thuis voelt en waar talenten van mannen en vrouwen gelijkwaardig worden gewaardeerd en ingezet. Maar wellicht nog belangrijker: een goede balans zorgt simpelweg voor meer gezelligheid op de club.
"Rolmodellen zijn juist voor de gewenste cultuurverandering ontzettend belangrijk, omdat meiden nu vaak al jong internaliseren dat trainers, scheidsrechters etc. mannen zijn"
De realiteit is echter dat voetbal de enige grote balsport in Nederland is waar zo’n enorme disbalans bestaat. Kijk naar hockey, tennis, korfbal of volleybal; daar is die scheve verhouding er nauwelijks of is de verdeling zelfs in het voordeel van de vrouwen. Dat dit bij voetbal anders is, heeft diepe historische en infrastructurele oorzaken. Terwijl andere sporten zich vanaf het begin ontwikkelden als gezinsvriendelijke sporten, werd voetbal langdurig beschermd als een exclusief mannelijk domein. Zelfs de KNVB hield de deur lang dicht en stond pas in 1971 officieel competitievoetbal voor vrouwen toe. We vechten dus tegen een achterstand van bijna honderd jaar. Het wordt tijd dat we de taal die we spreken veranderen. Misschien moeten we het niet meer hebben over ‘vrouwenvoetbal’, maar gewoon over voetbal. Er is naar mijn weten ook geen ‘vrouwenhockey’ of ‘mannenhockey’. Het is gewoon hockey, gespeeld door jongens, meiden of gemengde teams. Daarnaast moeten we ophouden met de eeuwige vergelijking. Je kunt niet verwachten dat een sporttak die decennialang officieel verboden was, met veel minder spelende leden, nu al precies even ver ontwikkeld is als het mannenvoetbal dat een eeuw voorsprong heeft gehad.
Gelukkig zijn er hoopvolle ontwikkelingen. Het succes van de Oranje Leeuwinnen, de opkomst van rolmodellen als Lieke Martens, Vivianne Miedema of Sarina Wiegman, en de start van pioniers zoals Hera United laten zien dat de koers aan het wijzigen is. Dat we op de goede weg zijn, bleek onlangs ook bij mijn eigen club: bij FC Weesp kwamen begin maart maar liefst 200 meiden af op een open training gegeven door twee speelsters van Hera United, geassisteerd door oudere meiden die voetballen bij FC Weesp. Deze rolmodellen zijn juist voor de gewenste cultuurverandering ontzettend belangrijk, omdat meiden nu vaak al jong internaliseren dat trainers, scheidsrechters, et cetera mannen zijn.
Ik roep daarom alle voetbalverenigingen op: voer actief beleid. Denk na over hoe we meiden niet alleen binnenhalen, maar ook binnenhouden. Nu stoppen meiden nog te vaak op jonge leeftijd door een gebrek aan gelijkwaardige trainingsmogelijkheden of het ontbreken van een eigen team. Laten we – waar nodig – regionaal samenwerken om goede faciliteiten en trainers te garanderen. Want uiteindelijk worden we daar als vereniging, als sport en als maatschappij allemaal beter van!
Deze column werd eerder gepubliceerd in vakblad SPORT Bestuur en Management (editie 1-2026)
Rutger ter Hoeven is voorzitter van FC Weesp. In 2022, toen hij nog secretaris was, kreeg hij de titel ‘Groenste vrijwilliger van het Jaar’ voor zijn inzet bij het verduurzamen van de club. Dat leidde in 2024 tot de titel Sportaccommodatie van het Jaar 2024.