De degradatiestrijd in de Eredivisie kende afgelopen week een verrassend speelveld. In de rechtbank probeerde NAC Breda in een kort geding tegen de KNVB de 6-0 nederlaag tegen Go Ahead Eagles ongedaan te maken. De Brabanders zijn van mening dat de wedstrijd opnieuw moet worden gespeeld, omdat Go Ahead-speler Dean James door zijn nieuwe Indonesische nationaliteit officieel niet speelgerechtigd was. De zaak kwam bekend te staan als de paspoortgate toen bleek dat meerdere clubs spelers hadden opgesteld die volgens de regels niet mochten meedoen. Juristen Martin Bax en Tim Hillenaar van Vissers Legal geven toelichting op de uitspraak die de rechter maandag deed in deze zaak.
NAC had het competitiebestuur van de KNVB verzocht de wedstrijd tussen Go Ahead Eagles en NAC ongeldig te verklaren. Het competitiebestuur besloot om de wedstrijd tussen Go Ahead Eagles en NAC niet ongeldig te verklaren en de wedstrijd niet over te laten spelen. De Parel van het Zuiden is het niet eens met dat besluit van het competitiebestuur. Volgens NAC bepaalt het toepasselijke reglement dat de wedstrijd per definitie moet worden overgespeeld als die van invloed is op degradatie en er een niet-speelgerechtigde speler op het veld heeft gestaan.
In het kort geding gaat het om het besluit van het competitiebestuur om de wedstrijd niet ongeldig te verklaren. Het besluit van het competitiebestuur kan worden vernietigd als het in strijd is met de reglementen of als het in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid.
Vaststaat dat er een speler heeft meegedaan die niet speelgerechtigd was en dat NAC het competitiebestuur tijdig heeft gevraagd om de wedstrijd ongeldig te verklaren. De vraag die de rechter moet beantwoorden is of uit het reglement volgt dat het competitiebestuur de wedstrijd moet laten overspelen. Dat komt aan op een nauwkeurige lezing van de reglementen.
Het Reglement Wedstrijden Betaald Voetbal van de KNVB bepaalt wat er moet gebeuren als een niet speelgerechtigde speler heeft meegevoetbald. Volgens NAC houdt het reglement in dat de KNVB kan bepalen dat een wedstrijd moet worden overgespeeld, maar dat een wedstrijd in ieder geval moet worden overgespeeld als er degradatie op het spel staat. De KNVB stelt dat er eigenlijk sprake is van twee stappen: eerst moet het competitiebestuur de wedstrijd ongeldig verklaren en pas als de wedstrijd ongeldig is kan het bestuur een beslissing nemen om de wedstrijd over te laten spelen.
De rechtbank gaat mee in het standpunt van de KNVB. Als het competitiebestuur de wedstrijd niet ongeldig verklaart, zal zij niet toekomen aan de vraag of de wedstrijd overgespeeld zal worden. Als een wedstrijd opnieuw zou worden gespeeld zonder dat de eerdere wedstrijd ongeldig is verklaard, ontstaan er twee verschillende uitslagen. Dat zou niet eerlijk zijn tegenover de andere teams in de competitie, omdat er dan voor die clubs meer punten te verdelen zijn. De enige logische uitleg van het reglement is dus dat het competitiebestuur eerst moet beslissen of een wedstrijd ongeldig wordt verklaard. Pas daarna kan worden bepaald of de wedstrijd moet worden overgespeeld. Dit wordt ook impliciet bevestigd door een uitspraak van de onafhankelijke reglementscommissie van de KNVB.
De vervolgvraag is dan nog wel of het competitiebestuur de wedstrijd wel ongeldig mocht verklaren. In het reglement staat dat het competitiebestuur de wedstrijd ongeldig ‘kan’ verklaren. Het woord kan geeft het competitiebestuur volgens de Rechtbank de vrijheid om hier een besluit over te nemen.
In een volgende bepaling staat dat het competitiebestuur ‘bepaalt of’ de wedstrijd zal worden overgespeeld. Het woord bepaalt in combinatie met het woord of wijst ook hier op beleidsvrijheid van het competitiebestuur.
Het competitiebestuur kan beslissen om de wedstijd ongeldig te verklaren en of die wordt overgespeeld. Hier wordt de vrijheid van het bestuur alleen wel beperkt, omdat het reglement bepaalt dat de wedstrijd moet worden overgespeeld als deze van invloed is op de degradatieplekken. Die beperking speelt alleen niet bij het besluit om de wedstrijd ongeldig te verklaren. Daar heeft het competitiebestuur meer vrijheid en dus heeft zij niet in strijd met de reglementen gehandeld.
Het uitgangspunt is dus dat het competitiebestuur beleidsvrijheid heeft bij het besluit om de wedstrijd al dan niet ongeldig te verklaren. Daarom toetst de rechter terughoudend of het bestuur buiten haar boekje is getreden. Daarbij kijkt hij of het bestuur bij het nemen van het besluit alle betrokken belangen zorgvuldig naar redelijkheid en billijkheid heeft afgewogen. Volgens de rechter zijn de belangen van NAC voldoende meegenomen bij het nemen van het besluit.
NAC heeft nog verschillende voorbeelden uit het verleden naar voren gebracht waarbij een wedstrijd met een niet-speelgerechtigde speler wél ongeldig is verklaard en is overgespeeld. Volgens de rechter is er alleen geen sprake van vergelijkbare gevallen: er hebben in deze competitie volgens de KNVB in 133 wedstrijden niet-speelgerechtigde spelers meegedaan. Dan is het redelijk dat de KNVB nu een andere beslissing neemt.
Daarbij is het wel zo dat de gevolgen van een beslissing om de wedstrijd tussen NAC en Go Ahead over te laten spelen niet zo groot zijn als de KNVB had gesteld. De bond had namelijk aangevoerd dat daarmee de hele competitie op losse schroeven kwam te staan gelet op het grote aantal betrokken spelers. De rechtbank gaat daar niet in mee, omdat clubs binnen acht dagen bezwaar hadden moeten aantekenen tegen de beslissing van het competitiebestuur. Strikt genomen had alleen Top Oss dat gedaan. Andere clubs hadden wel een voorbehoud gemaakt, dat volgens de rechter als een dergelijk bezwaar opgevat kan worden. Volgens de rechter maakt dat het niet onredelijk dat het competitiebestuur de potentieel grote gevolgen voor de competitie zwaarder laat wegen dan het belang van NAC. Het belang van NAC was verder beperkt, omdat zij naast deze wedstrijd nog afhankelijk was van de andere wedstrijden.
De conclusie van de rechter is dat het competitiebestuur de nodige vrijheid heeft gehad bij het nemen van het besluit om de wedstrijd niet ongeldig te verklaren. Het competitiebestuur zal eerst een wedstrijd ongeldig moeten verklaren voordat zij een beslissing neemt over het al dan niet overspelen van een wedstrijd. Volgens de rechter is het competitiebestuur in redelijkheid tot het besluit gekomen om de wedstrijd niet ongeldig te verklaren. Daarbij zijn de belangen van alle betrokken partijen, waaronder de andere eredivisieclubs, voldoende gewogen. Het besluit blijft dus in stand en daarmee de Bredaase degradatiezorgen ook.
Foto boven artikel: G.Lanting, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
Martin Bax is advocaat bij Vissers Legal en specialiseert zich in onder meer het sportrecht. Vissers Legal is in Nederland hét kantoor op het gebied van het Sport- en Ondernemingsrecht. Ze werken dagelijks met veel liefde voor atleten, sportbedrijven, verenigingen en overheidsinstanties, met één gezamenlijke passie: sport.
Tim Hillenaar werkt als juridisch medewerker bij Vissers Legal en houdt zich vooral bezig met sportrecht. Vissers Legal combineert topsportmentaliteit met juridische expertise. Zo ondersteunen zij dagelijks sporters, clubs, bonden, agents en sponsoren met juridisch advies dat helder, praktisch en direct toepasbaar is.
Dit is de 21e aflevering van een maandelijkse rubriek rond sport & recht door de specialisten van Vissers Legal. Lees ook deze eerdere bijdragen: