Sporten is leuk, gezellig en gezond. Juist daarom is het belangrijk dat alle sporters zich welkom en ook veilig voelen op de sportclub. In de breakoutsessie ‘Samen bouwen aan een fijne, veilige en gezonde sportclub’ tijdens het Nationaal Sportcongres gaven verschillende experts praktijkvoorbeelden en tips voor het stimuleren van een gezonde en veilige sportcultuur. Zo kwamen allerlei thema’s aan bod: mentale gezondheid, omgaan met alcohol, roken en drugs, gezonde voeding, zonbescherming en de verbinding tussen sportclubs en de zorg. De sessie bood clubbestuurders en verenigingsondersteuners concrete tips om mee aan de slag te gaan.
Om iedereen het hele spectrum van de gezonde sportomgeving mee te geven werd het zaaltje in twee groepen verdeeld. Aan de ene kant werd stil gestaan bij waar veel clubbestuurders als eerste aan zullen denken bij het thema: maatregelen om gezond gedrag te stimuleren. Fieke van der Meer, adviseur gezonde omgeving van JOGG, trapte af door nog eens wijzen op hoe clubs de gezondere voedingskeuzes te stimuleren. "Het blijft nodig dit te herhalen, want dit is echt een thema waar je energie op moet blijven houden", zei ze. Minder bekend is het thema zonbescherming, wat directeur Marijne Landman van het Huidfonds introduceerde met een duidelijk mantra voor buitensporters: ‘weren, kleren en smeren’.
Adelien van Kooten, projectleider Gezonde Sportomgeving bij NOC*NSF, dook samen met Patrick van Iperen van het Trimbos Instituut dieper in op het omgaan met alcohol, roken en drugs op de clubs. Van Iperen lichtte daarbij de door Trimbos opgestelde leidraad Drugs & Sportclubs toe om sportondersteuners en clubbestuurders te wijzen waar ze terecht kunnen met vragen over drugspreventie bij sportclubs.
Als het gaat om het rookvrij maken van sportparken en het naleven van rookvrij zijn ziet Van Kooten dat dit op veel plekken al goed gaat. "Maar clubs kunnen hier nog hulp bij gebruiken", zei ze. Het helpt volgens haar als binnen de club een kartrekker op bijvoorbeeld roken of alcohol opstaat. "Als hij of zij weer twee drie mensen mee kan trekken die het omarmen om het samen te gaan doen dan gaat het sneller. Je bent niet heel veel tijd aan die thema’s kwijt, je kunt het bespreken bij een ALV, afspraken maken, en zichtbaar maken in de nieuwsbrief en herhalen. Er moet iemand voor verantwoordelijk zijn anders gebeurt het niet."
"Het begint met de vraag: hoe lukt het bij jou op de club met roken en alcohol? En waar loop je tegenaan?"
Bij de deelnemers aan de sessie zat een verenigingsadviseur van de gemeente Hattem, die wat Van Kooten betreft een goed voorbeeld vormen rond alcohol- en rookbeleid op clubs. "Zij hebben het initiatief genomen om tien clubs bij elkaar te brengen in een convenant waarin iedereen zegt: we willen rookvrij zijn. Dat zijn positieve manieren die clubs net even kunnen stimuleren. Zo kunnen meer professionals hieraan bijdragen. Het begint met de vraag: hoe lukt het bij jou op de club met roken en alcohol? En waar loop je tegenaan?"
Aan de andere kant van de zaal stond het welkom heten op de sportclub van verschillende doelgroepen centraal. Allereerst bespraken de KNVB en Zilveren Kruis hun onlangs gestarte project 'De Onzichtbare Blessure' om de mentale gezondheid van jongeren op voetbalclubs bespreekbaar te maken. Met een campagne, een platform, een supportbox en een app willen de KNVB en de zorgverzekeraar trainers en vrijwilligers op clubs leren hoe ze echt naar jongeren kunnen luisteren, zodat zij zich ook thuis blijven voelen als ze mentale problemen ervaren.
Goed luisteren is ook het devies bij mensen met een kwetsbare gezondheid die willen gaan sporten, legde leefstijlarts Kinge Pricker uit. Mensen met bijvoorbeeld hartklachten kunnen beweegangst ervaren, dan is het zaak om erachter te komen wat mensen wél kunnen en willen. Dat vraagt goede begeleiding en samenwerking tussen zowel sport, zorg en lokale overheden, legt Lieke Vloet, programma manager Inclusie en gezondheid bij NOC*NSF, uit. Het programma Sport & Zorg zoekt daarom met verschillende partijen naar mogelijkheden om mensen met een kwetsbare gezondheid met plezier sportief te laten bewegen.
Uit dat programma is al een vierstappenplan voortgekomen. Stap 1 is dat de zorgverlener een cliënt adviseert en enthousiasmeert om te gaan sporten. Bij Stap 2, de warme toeleiding, wordt samen met de cliënt gekeken naar mogelijke sporten. Via de warme toeleider komt de cliënt dan bij stap 3: de laagdrempelige instapsport bij een lokale aanbieder. Uiteindelijk is het doel om bij stap 4 uit te komen: structurele sport.
Vloet vertelde in de sessie uit dat de verbinding van zorg naar sport nu nog vaak stokt na de ‘warme toeleiding’. Daar ziet ze meerdere oorzaken voor. Vaak worden mensen doorverwezen naar korte programma’s waar ze in twaalf weken kennismaken met bewegen. "Maar het stukje erna hoe je structureel in beweging blijft en dat je dat een leven lang blijft doen ontbreekt dan nog. Je zou eigenlijk willen dat vanaf het begin wordt nagedacht over hoe mensen worden begeleid naar wat zij straks kunnen gaan doen aan sport of bewegen."
"Ik zou het heel mooi vinden als het laagdrempelige sportaanbod voor mensen met een kwetsbare gezondheid beter met elkaar in beeld kunnen krijgen"
Daarnaast weet ze dat het ontvangen van mensen met een kwetsbare gezondheid, zoals chronische aandoeningen, voor clubs nog onbekend terrein is. Verenigingen kunnen zelf ook actie ondernemen om deze doelgroep welkom te heten. "Je moet heel goed bedenken welke mensen bij jouw club zouden passen en dan moet je gaan kijken of en wat je voor die doelgroep moet aanpassen." Als voorbeeld kijkt ze even naar haar eigen volleybalvereniging. “Als iemand met obesitas bij ons binnenkomt dan wordt het heel erg lastig om veilig te gaan volleyballen. Maar als iemand met wat overgewicht zich meldt dan pas ik de training gewoon aan, je hoeft niet te springen of te rennen. Je kunt gewoon volleyballen. Alleen moet ik zorgen voor een rustige opbouw met een goede warming zodat gewrichten niet te veel worden belast. Het zit dus in keuzes: hoeveel aanpassingen zou ik moeten doen en past dat bij mijn club?”
Binnen het traject Pilotclubs Sport & Zorg zijn de afgelopen twee jaar 70 sportclubs aan de slag gegaan met de verbinding tussen sport en zorg. "Daaruit hebben we geleerd dat die vier stappen werken en dat warme toeleiding superbelangrijk is. Voor clubs hebben we uit die pilot zeven kenmerken gehaald van een sport en zorg club. Dan hebben we het over: laagdrempelig aanbod; deskundige trainers met affiniteit met de doelgroep; extra aandacht voor toegankelijkheid en gastvrijheid; extra aandacht voor sociale veiligheid; contact met zorgprofessionals en toeleiders; betaalbaar; en breed gedragen binnen de club. Deze kenmerken zijn uitgewerkt om clubs te helpen om zich betere club te maken voor mensen met een kwetsbare gezondheid."
Clubs die aan deze kenmerken voldoen wil NOC*NSF meer in de schijnwerpers gaan zetten. Voor sporters met een beperking is het aanbod via Uniek Sporten al goed in beeld. "Maar als je bijvoorbeeld reuma of overgewicht hebt wordt het al ingewikkelder. Wij willen samen met Sportmatch kijken of we clubs kunnen scoren op die zeven kenmerken zodat je daarop kunt zoeken op een platform als Clubbase. Bijvoorbeeld: ik heb overgewicht en dat je dan een lijstje krijgt met clubs die laagdrempelig sport aanbieden waar jij terecht kunt. Ik zou het heel mooi vinden als we dat beter met elkaar in beeld kunnen krijgen. Op Clubbase vragen we al uit of een club rookvrij is. Daar kunnen we meer vragen aan toevoegen waardoor iemand met een kwetsbare gezondheid kan zien of die club passend is."
Ga voor meer informatie over dit programma naar www.nocnsf.nl/sport-en-zorg