Om kansenongelijkheid in sport en bewegen aan te pakken is een fundamenteel andere en meer samenhangende aanpak nodig. Hier pleiten de Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving in hun gezamenlijke advies ‘Niemand aan de zijlijn’. Het uitgangspunt van dat advies: begin bij het dagelijks leven van mensen, niet bij de belemmeringen binnen sport en bewegen.
Veel oorzaken van kansenongelijkheid in bewegen en sport liggen namelijk buiten de beweeg- en sportsector, zoals gezondheid, stress, sociale omgeving, armoede en de inrichting van de leefomgeving. In ‘Niemand aan de zijlijn’ pleiten de twee adviesraden daarom ook om kansenongelijkheid in de sport breder dan de sportsector aan te pakken.
Daar heeft de sportsector zelf ook een rol in te vervullen, zegt Tom van ’t Hek, voorzitter van NLsportraad, in een interview met SportknowhowXL. "Er gebeurt al heel veel en ik wil er dan ook absoluut niet over somberen, maar de sportsector zal zich nog meer open moeten stellen. Je moet ongelijk investeren om gelijke kansen te creëren. De eerlijkheid gebiedt gewoon te zeggen dat een groot deel van het geld dat nu naar de sport vloeit, terechtkomt bij mensen die het eigenlijk ook zelf wel zouden kunnen betalen. Dat betreft vooral accommodatiesubsidies. Daarmee zeg ik niet dat je al die subsidies maar moet afschaffen, maar je kunt er wel een vraag bij stellen. U krijgt subsidie, maar wat doet u? Hoeveel maatschappelijke activiteiten organiseert u? Wie bedient u met uw organisatie? En dan hoeft de club van mij die maatschappelijke activiteiten niet zelf te organiseren, want clubbestuurders hebben ook al heel veel op hun bord, maar je kunt wel samen met de gemeente en andere domeinen proberen de bezettingsgraad van de accommodatie omhoog te krijgen."
"We kunnen prachtige structuren opzetten, maar het draait allemaal om de mensen"
De sportakkoorden hebben op lokaal niveau voor verbinding gezorgd, maar om kansenongelijkheid echt aan te pakken is het volgens Van ’t Hek belangrijk wat het uitgangspunt is. "Zeg je: ik bied iets aan en ik kijk wel wie er komt. Of zeg je: ik ga de buurt in om te vragen waar we kunnen helpen, zodat we het kunnen organiseren in de buurt. Of je dat nou in een sportakkoord doet of vanuit een regeling voor buurtsportcoaches, het gaat om de gedachte dat je vertrekt vanuit de personen voor wie het nodig is."
Om aan te sluiten bij de behoeftes van mensen is het cruciaal om lokale sleutelfiguren vertrouwen te geven. Op die manier kan beleid in de haarvaten van de samenleving komen, stelt Van ’t Hek. "Mensen die lokaal weten wat er speelt, weten beter dan wie ook wat zou kunnen helpen om drempels weg te halen en problemen op te lossen. Dat kunnen buurtsportcoaches zijn, professionals, maar het kunnen ook vrijwilligers zijn. We zijn onlangs op bezoek geweest bij voetbalclub Zeelandia in Middelburg. Wat daar gebeurt is echt fenomenaal. Daar is een professionele verenigingsmanager bij betrokken, maar ook een zorgondernemer die in zijn eentje het hele G-voetbal daar heeft opgezet. Hij kent iedereen, wist exact wat er speelde, kent ook de doelgroep en weet vervoer te organiseren. Dat soort mensen moet je als gemeente en vereniging de ruimte geven. We kunnen prachtige structuren opzetten, maar het draait allemaal om de mensen."
Ga voor het rapport 'Niemand aan de zijlijn' naar de NLsportraad.
Fotobijschrift:
Brian Eernisse (ervaringsdeskundige), Tom van t Hek (NLsportraad), Minister Mirjam Sterk (VWS) en Jet Bussemaker (RVS) bij de overhandiging van het adviesrapport 'Niemand aan de zijlijn'. Foto: Wiebe Kiestra.
Lees ook: