Gaat het om het belang van sport en bewegen dan mogen NOC*NSF en de sportbonden graag wijzen op het gunstige effect van sport op de hoogte van zorgkosten. Maar volgens hoogleraar psychologie Paul van Lange (VU Amsterdam) kunnen ze beter focussen op het sociale belang van sport. "Sport is een ontzettend robuuste, verbindende factor die als enige de scheidslijn tussen heel uiteenlopende werelden overbrugt", stelt hij in het coverinterview van vakblad Sport & Strategie.
Regelmatig haalt Van Lange de landelijke media met gedragswetenschappelijke bevindingen. Hij kwam als deskundige aan het woord in een serie EO-programma’s over agressie en haat in de samenleving en onderzocht de beleving en het gedrag van hardcore voetbalsupporters in de stadions, maar ook van ouders die door het lint gaan bij de partijtjes van hun kinderen. Maar hij schreef ook over corruptie, genetica, klimaatverandering, de vluchtelingencrisis, het belang van sociaal contact en het wangedrag van het studentencorps – Van Lange is simpelweg gefascineerd door álle, positieve en negatieve, aspecten van menselijk gedrag.
Vorige maand schreef hij ingezonden stukken in NRC en de Volkskrant, waarin hij de overheid opriep meer te investeren in sportverenigingen, omdat zij het vrijwel enige beschikbare en overgebleven cement zijn dat de samenleving nog bij elkaar houdt. Een pleidooi dat sterk geënt was op het boek Bowling Alone, waarin de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam in 2000 het belang van gemeenschapszin beschreef.
De maatschappij functioneert veel beter als mensen elkaar zien door gezamenlijke activiteiten op het gebied van politiek, geloof, hobby en sport, concludeerde Putnam aan de hand van een schat aan statistische en demografische gegevens. Zo werd er in de Verenigde Staten vroeger veel samen gebowld, een gezamenlijke activiteit die in het midden van de vorige eeuw, zoals veel andere vormen van gemeenschapszin, verdween door onder meer de opmars van de televisie. Een van de gevolgen van deze afname van persoonlijk contact en toenemende desintegratie: minder onderling vertrouwen tussen mensen en een stijging in gevoelens van eenzaamheid.
"Het belang van sport kan nauwelijks overschat worden, vooral in een tijd waarin eenzaamheid tot een van de grootste sociale problemen wordt gerekend"
Die analyse is in grote lijnen ook in het Nederland van 2026 actueel, schreef Van Lange in NRC. "Ook in Nederland was er, buiten school en werk, in de afgelopen decennia een daling in gezamenlijke activiteiten. Een goed voorbeeld is de afname in deelname aan kerkelijke activiteiten. Volgens het CBS zijn zelfs de bescheiden lidmaatschapspercentages van culturele clubs als muziek- en toneelverenigingen en hobbyclubs gedaald van 7,5 procent naar 5,8 procent tussen 2012 en 2024."
Er is één grote uitzondering. Van Lange: "De lidmaatschapsgraad van sportverenigingen is opmerkelijk stabiel gebleven en schommelde tussen 2012 en 2024 tussen de 34 procent en 36 procent. Sport is verreweg onze grootste gemeenschappelijke activiteit. Neem de grootste volkssport in Nederland: voetbal. Het amateurvoetbal telde een recordaantal van 1,26 miljoen leden bij de KNVB in het seizoen 2024/2025, een stijging van ruim 21.000 ten opzichte van het jaar ervoor. Deze groei is het grootst bij vrouwen en de jongste jeugd."
Sport, en vooral voetbal, zorgt voor veel gemeenschapszin, aldus Van Lange. "Naast de positieve effecten van beweging is sport de belangrijkste bron van sociaal kapitaal. Zo bereikt het betaald voetbal ruim 292.000 mensen via maatschappelijke projecten, die zich richten op het ondersteunen van kwetsbare jongeren of mensen met een beperking of het tegengaan van eenzaamheid. Ook bij amateurverenigingen zien we steeds meer maatschappelijke projecten met dezelfde nobele doelen."
Zijn slotakkoord: sport verbindt en inspireert. "Het belang ervan kan nauwelijks overschat worden, vooral in een tijd waarin eenzaamheid tot een van de grootste sociale problemen wordt gerekend. En minstens zo belangrijk: juist in tijden waarin crises zich in toenemende mate aandienen, kunnen sportverenigingen een sleutelrol vervullen. De overheid zou er goed aan doen te investeren in de duurzame sociale netwerken die sportverenigingen vormen. Willen we goed voorbereid zijn op welke crisis dan ook én gunstige voorwaarden creëren voor onze mentale en fysieke gezondheid, dan moeten sportclubs centraal staan voor het kabinet. In tegenstelling tot de bowlers in VS hoeven we niet bang te zijn alléén te moeten sporten. En het voordeel van de florerende sportverenigingen in Nederland: bestaande netwerken hoeven niet opnieuw uitgevonden te worden."
In het recente coalitieakkoord ‘Aan de slag’ van het nieuwe kabinet is dit pleidooi nauwelijks gehonoreerd. Het kabinet Jette stelt structureel een magere 50 miljoen extra beschikbaar voor de sport, te investeren in de verduurzaming van sport- en verenigingsaccommodaties. Ook wil het kabinet de regeldruk en aansprakelijkheidsrisico’s voor vrijwilligers beperken. Daar blijft het bij. Geen sprake dat sportclubs ‘centraal’ worden gesteld. In feite laat het kabinet, zoals altijd, de sport over aan de lokale politiek.
Foto rechts: Op de werkplek van Van Lange is zijn favoriete voetbalclub nooit ver weg: “Er gaat geen weekend voorbij of mijn stemming wordt bepaald door het resultaat van Heracles.”
Van Lange hoopt en verwacht dat sport bij de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart wel een issue van betekenis zal zijn. "Mensen leven hun leven nu eenmaal lokaal. En in dat lokale leven zijn sportverenigingen, naast familie, dé grote verbindende factor, iets waar de meeste mensen onmiddellijk verwantschap mee voelen. Zeker, er zijn ook andere organisaties en scholen, maar dat zijn geen netwerken, waar mensen zomaar vrije tijd aan willen geven. Die bereidheid is er wel voor sportverenigingen, daar willen ze veel voor doen en veel tijd voor opofferen. Sportverenigingen zijn een fantastische, bestaande structuur, die generatie op generatie wordt doorgegeven, ook niet onbelangrijk. Veel mensen voelen zich sterk met een club of vereniging verbonden. Het zou crazy zijn als de lokale overheden daar niet veel sterker op inzetten."
"Sport is zo groot en verbindt zoveel. In de tijd van de maatschappelijke verzuiling werden veel dingen via de zuil of de kerkgenootschappen gedaan en geregeld, maar dat is enorm verzwakt en afgebrokkeld. Alleen sport is door de tijd een ontzettend robuuste, verbindende factor gebleven, een pilaar die het geloof heeft vervangen. Religie speelt bij veel mensen geen rol van betekenis meer. Sport, voetbal vooral, is daarvoor in de plaats gekomen.
"Ik ken genoeg verhalen van ouders die zeggen dat hun kind minder verlegen is geworden sinds hij of zij bij een voetbalclub zit. Sportverenigingen voorzien dus niet alleen in fysieke, maar ook in mentale gezondheid. Mensen vinden het daarnaast gewoon ontzettend leuk om samen in actie te komen. Of anderen in actie te zien. Voetbal en andere teamsporten hebben dat mooie in zich dat je een gezamenlijke liefde deelt, dat je samen iets dóét en emoties beleeft en dat je elkaar op een heel normale manier, via spontaan en actief gedrag, face-to-face leert kennen.
"Een sportvereniging is voor veel mensen een stabielere factor dan hun werkgever."
"Verbinding ontstaat als mensen ergens een gemeenschappelijke passie voor hebben. Die verbinding wordt bij sport heel snel ontwikkeld. Want als het niet bevalt, gaan mensen weg en zoeken ze iets anders of een andere sport. Over het algemeen zie je dat mensen vaak heel lang bij een sportvereniging blijven. Waar zie je dat nog meer? Over het algemeen hopt de moderne mens van het een naar het ander. Een sportvereniging is voor veel mensen een stabielere factor dan hun werkgever."
Van Langen ziet in de sociale ontmoeting op sportverenigingen nog een mooi voordeel aan sport: "Je komt in aanraking met mensen met uiteenlopende achtergronden en uit heel verschillende sociale klassen. Opleiding is tegenwoordig een factor die heel gescheiden werelden doet ontstaan. Ik zou niet weten waar mensen die het misschien in weinig met elkaar eens zijn, elkaar zo makkelijk weten te vinden dan in een sportkantine. Dat is een belangrijke nevenopbrengst van sport die vaak niet zichtbaar is."
Foto onder: Jeugdvoetbalsters bij AFC: de sociale cohesie die Van Lange predikt in de praktijk.
"Belangrijk is dat overheden oog hebben voor sociale verbanden, het belang ervan en hoe je die verbanden kunt stimuleren en mensen van de bank kunt krijgen. In Amsterdam heb je bepaalde wijken waar, met subsidie van de gemeente, een soort gymnastiek wordt gegeven aan ouderen. En daar blijkt heel behoorlijk gebruik van te worden gemaakt. Men praat vaak over Amsterdam als een anonieme stad. Maar dan zie je ineens hoe dit leeft en hoe makkelijk je dergelijke kleine dingen kunt organiseren. Het mooie is dat mensen zo ook hun buurtgenoten beter leren kennen. Dergelijke activiteiten werken het best als je ze koppelt aan een café of kantine, waar mensen na de inspanning iets met elkaar kunnen drinken. Die combinatie is ontzettend belangrijk. Dat je samen iets doet, maar daarna een-op-een of in kleiner verband ook een kort moment van gezelligheid kunt hebben. Dat is een elementaire behoefte. In het café vinden mensen elkaar vaak het leukst."
Dit is een ingekorte versie van het coverinterview met Paul van Langen in vakblad Sport & Strategie (editie 1-2026).