De innovatiescore van Nederlandse sportorganisaties is tussen 2021 en 2025 stabiel gebleven. Dat blijkt uit de 1-meting van de Nederlandse Sportinnovatiemonitor, uitgevoerd door Universiteit van Amsterdam en het Mulier Instituut, in opdracht van Sportinnovator. Deze 1-meting is afgezet tegen vergelijkbaar Europees onderzoek naar sportinnovatie en tegen de innovatiescore van doorsnee Nederlandse organisaties.
De resultaten van de monitor laten zien dat innoveren en presteren hand in hand gaan: een hogere score op sportinnovatie hangt samen met verhoogde sportprestaties, het aantrekken en behouden van sporters en tevredenheid van medewerkers/vrijwilligers. Henk Volberda, Hoogleraar Strategisch Management en Innovatie van de Amsterdam Business School van de UVA, geeft duiding bij de resultaten.
De Nederlandse sportorganisaties scoren gemiddeld een 6,3 (op een schaal van 1–10). Dit is geen rapportcijfer, maar een gemiddelde op een schaal van 1-10 van de mate waarin er geïnnoveerd wordt op vijf innovatie-indicatoren:
Volberda: “We zien dat sportorganisaties vooral goed zijn in het stapsgewijs verbeteren van bestaande activiteiten en processen. Radicale innovatie, zoals het ontwikkelen van compleet nieuwe concepten komen minder vaak voor. Die vorm van innovatie is met name belangrijk om je voorsprong te behouden op andere organisaties.”
De sportinnovatiescore is in 2025 op hetzelfde niveau als in 2021 (nulmeting). Wel investeren organisaties minder in ingrijpende vernieuwingen, mogelijk door economische onzekerheid. Dit beeld is ook terug te zien in de Nederlandse Innovatiemonitor onder bedrijven. De Nederlandse innovatiemonitor laat hier in de dezelfde periode namelijk ook een lichte afname zien. Op sportinnovatie en de deelindicatoren scoort Nederland vergelijkbaar met het gemiddelde van andere Europese landen (België, Griekenland, Ierland, Italië, Oostenrijk, Portugal en Spanje) waar dit onderzoek is uitgevoerd.
De Sportinnovatiemonitor legt verder duidelijke verschillen tussen sportorganisaties bloot. Sportverenigingen scoren het laagst op innovatie. Zij hebben vaak een traditioneel aanbod, beperkt beschikbare middelen en maken relatief weinig gebruik van digitale mogelijkheden waardoor het lastiger is om in te spelen op veranderende behoeften van (potentiële) sporters.
Commerciële (top)sportorganisaties zoals sportscholen en betaald voetbalclubs scoren hoger. Dit komt mogelijk doordat zij meer (financiële) middelen hebben, legt Volberda uit: “Sportorganisaties die meer kunnen investeren in research en development en digitale transformatie met AI zijn innovatiever.”
"De sportorganisaties die open staan voor samenwerking met overheden en sportinnovatiecentra scoren hoger op innovatie"
Hij ziet daarnaast nog andere belangrijke factoren voor innovatie bij sportorganisaties: co-creatie en creatieve vaardigheden. "De sportorganisaties die open staan voor samenwerking met overheden en sportinnovatiecentra scoren hoger op innovatie. Dat noemen we dan co-creatie of open innovatie. Onder creatieve vaardigheden verstaan we de algemene vaardigheden van medewerkers/vrijwilligers om anders te denken over vraagstukken en kwesties, om nieuwe en originele ideeën te genereren en om in staat te zijn de kwaliteit van nieuwe oplossingen te analyseren en te beoordelen. Organisaties die hier goed in zijn, scoren ook hoger op innovatie."
Als voorbeeld geeft Volberda de Nevobo, dat in november vorig jaar de Nederlandse Sportinnovatie Prijs in 2025 won. Deze prijs is een initiatief van het Amsterdam Centre for Business Innovation (ACBI) van de Universiteit van Amsterdam, in samenwerking met Sportinnovator en het Mulier Instituut. "Zij scoren heel hoog op investeringen in met name digitale innovatie. Ook het visionaire leiderschap en co-creatie zijn bij de Nevobo goed aanwezig, dus dat is een duidelijk voorbeeld van een innovatieve sportorganisatie."
Enkele punten uit het juryrapport: Nevobo heeft innovatie structureel verankerd in beleid en organisatie. Ze passen innovatie onderzoeksgestuurd toe met aantoonbare technologische en sociale impact op clubs, vrijwilligers, sporters en de bredere sportsector door te experimenteren en belangrijke samenwerkingen te realiseren. Wat betreft digitalisering heeft Nevobo een groot deel van haar operationele processen, waaronder competitieorganisatie, ledenadministratie, arbitrage en opleidingen, volledig gedigitaliseerd. Veel functionaliteiten zijn vervangen door eigen, gebruiksvriendelijke digitale oplossingen en apps. Daarmee zijn competities, inschrijvingen en uitslagen voor spelers, organisatoren en verenigingen laagdrempelig toegankelijk gemaakt. Wat betreft samenwerking heeft Nevobo bijvoorbeeld met de Sportspeeltuin en Volley Stars het jeugdvolleybal (4–12 jaar) opnieuw vormgegeven. Deze programma’s stimuleren veelzijdig bewegen, spelend leren en plezier als basis voor duurzame sportdeelname. Ze zijn ontwikkeld in samenwerking met kennispartners als het Jeugdsport Innovatiecentrum Windesheim en Kenniscentrum Sport & Bewegen en gelden nationaal als voorbeeld van vernieuwend sportaanbod.
Foto onder: Henk Volberda (links) naast Joëlle Staps (algemeen directeur Nevobo) tijdens de uitreiking van de BID Innovatie Award in de categorie sport. Lees meer in dit bericht.
In de Sportinnovatie Monitor komt naar voren dat de innovaties in de Nederlandse sport met name gaan om het verbeteren van sportieve prestaties en economische opbrengsten en veel minder om sociale/maatschappelijke doelstellingen zoals inclusiviteit, het verbeteren van gezondheid etc. "Maatschappelijke doelen als inclusiviteit en gezondheid krijgen nog relatief weinig aandacht." Daar liggen volgens Volberda nog veel kansen.
Bij de aanbevelingen in het rapport stellen de onderzoekers ook voor om ‘maatschappelijke doelstellingen expliciet in innovatieprocessen te integreren. Hierdoor kan de maatschappelijke waarde en de sociale impact van sport en sportinnovatie groter worden.’ Daarbij kan gedacht worden aan het vergroten van de inclusiviteit door sport toegankelijker te maken voor nieuwe en ondervertegenwoordigde doelgroepen.
Om innovatie bij sportorganisaties te versterken wordt verder in het rapport aanbevolen om te blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling met specifieke aandacht voor radicale innovatie. Door experimenten te faciliteren kan meer ruimte gemaakt worden voor deze radicale vernieuwing. Verder stellen de onderzoekers dat het van belang is om sportorganisaties te helpen om beter gebruik te maken van technologie en data. De derde aanbeveling is misschien nog wel de belangrijkste: investeer in mensen en co-creatie. Uit het onderzoek blijkt namelijk ook dat creatieve vaardigheden van medewerkers en samenwerking met andere organisaties de drijvende krachten zijn voor innovatie in de sport.
Volberda heeft op dat vlak een duidelijk advies voor sportorganisaties: "Investeer niet alleen in sportfaciliteiten en technologie. Maar ook je co-creatie en de creatieve vaardigheden van medewerkers en vrijwilligers zijn erg belangrijk om innovatief te blijven. Dat bleek ook al uit de nulmeting", voegt hij toe. "Deze 1-meting laat nog duidelijker het belang van kennisdeling en samenwerking zien. We zien dat de organisaties die meer samenwerken met o.a. overheidsinstanties en sportinnovatorcentra veel innovatiever zijn. Dus mijn advies is: werk meer met die centra samen, want we hebben die niet voor niets! Daar ligt nog een kans."
Lees meer over dit rapport op sportinnovator.nl