Afgelopen vrijdag 13 maart is het vernieuwde Nationaal Zwemcentrum de Tongelreep officieel geopend. Bijna tien jaar nadat het oude golfslagbad werd gesloten, heeft Eindhoven weer een zwemcomplex om trots op te zijn. Eindhovenaren keken al lang uit naar dit feestelijke moment. In vakblad SPORTACCOM spraken betrokken oud-wethouder Maes van Lanschot en architect Sylvie van Beek al over deze grootschalige renovatie. "Het is geen zakelijk zwembad geworden, maar een met warmte en vriendelijkheid."
En of het enthousiasme groot is over het binnenkort vernieuwde Nationaal Zwemcentrum de Tongelreep! Neem Maes van Lanschot, sinds de Tweede Kamerverkiezingen in oktober Kamerlid voor het CDA, maar tot dat moment sportwethouder in Eindhoven en in die rol nauw betrokken bij de nieuwbouw. Hij spreekt bijna louter in superlatieven over het complex. "De Tongelreep is een parel in het sportlandschap van Nederland. Het onderstreept de ambitie van de gemeente Eindhoven om de zwemhoofdstad van Europa te worden."
Hij somt direct enkele hoogtepunten op. "Wat er bijzonder aan is? Er zijn drie 50-meterbaden, die hoeveelheid heb je elders niet. De uitbreiding is afgewerkt met hout, waardoor ook de akoestiek heel goed is. Je kijkt vanaf de baden zo de natuur in. Het is op en top het beste wat zwemwater te bieden heeft."
Er was al het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion; een olympisch wedstrijdbad met plek voor 3000 bezoekers, een 20×25-meterspringbassin en een tweede 50-meterbad waar het Vision-trainingssysteem met dertien camera’s de beweging van zwemmers analyseert. Daar zijn vier nieuwe baden bijgekomen; een derde 50-meterbad, een 25-meterbad, een doelgroepenbad (met beweegbare bodem) en een recreatiebad. Vooral de serene uitstraling van het recreatiebad valt op. Ja, de zwembaden, glijbanen en wanden zijn gekleurd, maar in een lichte tint die heel goed past bij de al genoemde en eveneens heel lichte houten afwerking en houten draagconstructie, die grotendeels doorloopt in de drie andere baden. De grote ramen kijken uit op wat komende zomer een prachtige zonneweide zal worden – nu staan er nog keten en bouwmateriaal.
Ook de entree mag er zijn. De bezoeker loopt via een ongeveer 30 meter lang meanderend pad door het groen naar de ingang. Eenmaal binnen is er eerst een flinke ontvangsthal met van linksvoor naar rechtsachter de trap naar het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion, een winkel, de ingang naar de vier nieuwe baden, een ruime balie en horeca. Het hoge plafond en wandbrede ramen onder het plafond maken de ontvangsthal extra ruimtelijk – al duurt het nog wel tot begin 2026 voordat deze ingang in gebruik wordt genomen.
"De Tongelreep onderstreept de ambitie van de gemeente Eindhoven om de zwemhoofdstad van Europa te worden"
En dan is het gebouw ook nog heel duurzaam. Vilt uit gerecyclede PET-flessen is verwerkt in de wanden achter de houten lambrisering, de gevel is afgewerkt met leien uit gerecycled plastic van het Eindhovense Pretty Plastic, om maar twee dingen te noemen. Door een samenwerking met Brabant Water was de Tongelreep al heel duurzaam. Sinds 2021 wordt het zwemwater verwarmd met warmte die wordt onttrokken uit het ruwe water van het naastgelegen waterproductiebedrijf Eindhoven. De gasketels hoeven alleen bij te springen wanneer niet genoeg warmte beschikbaar is. Het bespaart de Tongelreep in 2024 grofweg 400.000 kubieke meter aardgas, wat oploopt tot zo’n 750.000 kubieke meter per jaar na de uitbreiding.
De gemeenteraad wilde qua duurzaamheid nog verder gaan. "GroenLinks diende een motie in om extra verduurzamingsmaatregelen te nemen en deze zoveel mogelijk te dekken vanuit de besparing van de energie", zegt Van Lanschot. "Daar ben ik met plezier mee aan de slag gegaan. Zo zijn we gegaan van 3400 naar 4500 zonnepanelen op het complex. En we hebben een UF-RO-installatie aangelegd, dat staat voor Ultrafiltratie en Reverse Osmose. Dankzij die fijne filtertechniek kunnen we regenwater zo zuiveren dat je daarin kunt zwemmen. Het watergebruik is daardoor 40 procent minder."
En dan had Eindhoven ook nog wensen voor de inrichting. "Zwembaden kunnen druk zijn, door het geluid, de inrichting. We wilden dat de esthetiek neutraal en harmonieus is. Daarom zijn de zwembaden rustig, de zwemmers geven er kleur aan. Het zwembad vult zichzelf wel tot een gezellige bedoening. En dan is het toch fijn als er nog rustige punten in zitten."
Dat is waar Sylvie van Beek om de hoek komt kijken. De architecte werkt voor Slangen+Koenis Architecten, het bureau dat ook al tekende voor het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion. "Daarom wilden wij deze ook heel graag", begint ze. "We hebben het zwemstadion al gedaan en willen graag bij alles wat hier gebeurt betrokken worden."
Het architectenbureau is gespecialiseerd in het ontwerpen van sportlocaties, van sportcomplex Sportwaard in Zaltbommel tot een zwembad in Herzogenrath, Duitsland. "We hebben een niche te pakken”, zegt Van Beek. “We vinden het leuk om publieke gebouwen te ontwerpen. Vaak zijn het ook grotere en dus complexere gebouwen vanwege de integratie van de architectuur, constructie en installaties. We zoeken naar hoe we de interactie daarvan kunnen optimaliseren om integraal een gebouw te kunnen ontwerpen, niet als drie elementen door elkaar. Door daar kritisch naar te kijken, kun je besparingen vinden. En dan helpt het als je daar ervaring mee hebt."
Fotobijschrift onder: Het nieuwe zwembad werd tegen het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion aan gebouwd. Foto: Maarten van Apeldoorn.
Het is daarom niet zo vreemd dat het ontwerp van Erik Slangen, oprichter van het bureau, en Van Beek het meest in de smaak bleek te vallen in Eindhoven. "We hadden al ideeën over wat te verbeteren, omdat we het oude gebouw al kenden. We wisten wat de positieve en negatieve dingen zijn. Het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion kenden we natuurlijk ook heel goed. Dat maakt het makkelijker om op voort te gaan."
Dat speelde zeker bij deze renovatie, omdat de zwembaden tijdens de verbouwing open moesten blijven. Daarbij hadden de architecten het geluk dat het golfslagbad en de bijbehorende baden slechts via een lange gang met het zwemstadion waren verbonden; het waren twee op zichzelf staande gebouwen. Dat bood ruimte, letterlijk. "De grootste uitdaging was dat we in twee fasen moesten bouwen. De zwembaden moesten aan de achterzijde van het zwembad worden gelegd, want de voorzijde moest openblijven tijdens de verbouwing. De kleedkamers van het zwemstadion moesten ook blijven bestaan. Zo zijn we heel functioneel begonnen: waar moeten we op aansluiten? Waar kunnen we de zwembaden leggen? We hebben de nieuwe kleedkamers tegen de kleedkamers van het zwemstadion gelegd, en daar weer de vier nieuwe zwembaden aan vastgemaakt. Het was de enige manier waarop we konden bouwen."
Het kleedgebied is een langwerpige ruimte met vele kleedhokjes, grotere kleedkamers en nog meer lockers. Een lange zijde is donkergekleurd, met daarin de doorgangen naar de nieuwe zwembaden. Het geeft houvast aan de bezoeker, die zo altijd weet hoe hij of zij in de naastgelegen ruimte komt. "Ook moesten we rekening houden met de constructie van het stadion. Daar konden we niet tegenaan bouwen. Dat hebben we opgelost door een patio tussen het zwemstadion en de uitbouw te creëren. Zo is er nu ook daglicht in het kleedgebied en vanuit daar ook zicht op een groene plek. Daarnaast is er nog een kleine patio bij de personeelskamer. Ook die patio’s bieden een goede manier om je te kunnen oriënteren in het gebouw; je komt als bezoeker niet terecht in een labyrint zonder daglicht. En het zorgt ook voor een mooie omkadering van het kleedgebied."
Fotobijschrift onder: in het kleedgebied is gebruik gemaakt van lichte kleuren. Foto: Maarten van Apeldoorn.
De vier nieuwe baden liggen daarnaast strak in het gelid naast elkaar. "Het is een kunst om een gebouw zo compact mogelijk te maken. Ook de structuur was een puzzel, maar daar halen we plezier uit. In de zwemzalen bijvoorbeeld heeft heel wat werk gezeten. Het is logisch om het sportbad, het meest functionele bad, te koppelen aan het zwemstadion. Het recreatiebad moeten we dan weer koppelen aan de horeca bij de entree, en het is ook het bad dat de meest open relatie met buiten zal hebben. Daartussen liggen het 25-meterbad en het doelgroepenbad", vertelt Van Beek. "De vier baden moesten ook weer aan elkaar gekoppeld worden, met daartussen telkens een glazen wand, zodat bij vrij zwemmen alles kan worden open geschakeld. Tegelijk wil je zeker in het doelgroepenbad een andere sfeer hebben, dat mag intiemer zijn. Daar hebben we mee gespeeld door de vier baden als verschillende zalen te zien. Zo heeft de ene zaal een plafond en de ander niet."
Toch is veel in de zalen hetzelfde. De vloer heeft in de gehele nieuwbouw een wit of lichtbeige tint, de wanden zijn wit en de ramen die uitkijken op de zonneweide rijken van vloer tot plafond – met uitzondering van het 50-meterbad, de zwemmers daar concentreren zich liever op het presteren. En zoals kenmerkend is voor werk van Slangen+Koenis Architecten, wordt veel lichtgekleurd hout gebruikt, als plafond of draagconstructie. "Aan het recreatiebad hebben we vele kleuren toegevoegd om het vrolijker te maken. Het kleedgebied hebben we groen gemaakt, wat weer aansluit op het groen buiten. Het is geen zakelijk zwembad geworden, maar een met warmte en vriendelijkheid. Het is een plek waar mensen zich thuis voelen."
Foto boven artikel: Daan Noordhuizen.
Dit artikel verscheen in een uitgebreidere versie in vakblad SPORTACCOM (editie 4-2025).