Sport die een andere weg inslaat

Straks beleven we een sportzomer op het moment dat we een zorgwekkende piek zien in het aantal oorlogsslachtoffers wereldwijd. Dit roept voor sportfilosoof Aldo Houterman de vraag op of sport fungeert als bliksemafleider voor de werkelijke spanningen in de wereld. Is sport het nieuwe ‘opium voor het volk’ of kan sport ons ook leren om te gaan met agressie en geweld?

Afgelopen zomer stapte ik in de trein naar Frankrijk om voor mijn proefschrift onderzoek doen in de archieven van de filosoof Michel Serres (1930-2019). Serres maakte in zijn jonge jaren een aantal oorlogen mee en schreef daarna veel over de relatie tussen wetenschap en geweld. Sinds de Verlichting huldigen we het idee dat wetenschap de mens vooruithelpt, maar de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki laten zien dat wetenschap ook meewerkt aan de vernietiging van de mens. Volgens Serres zadelt dit gegeven de samenleving met een groot probleem op. Want, waarom is ontwikkeling van kennis nodig als kennis ook leidt tot grote vernietiging?

Het interessante aan Serres’ werk is dat hij in de beantwoording van deze vraag veel aandacht heeft voor het menselijk lichaam en sport. Serres speelde zelf rugby en voetbal in zijn jeugd; op latere leeftijd deed hij nog actief aan zeilen en bergbeklimmen. In zijn geboorteplaats Agen liet de bibliothecaresse mij zien dat hij in zijn agenda, tussen de gebruikelijke afspraken met zijn uitgever en collega-filosofen als Gilles Deleuze en Michel Foucault, ook belangrijke sportwedstrijden had opgeschreven en onderstreept. Een rugbybal, aan Serres opgedragen door de lokale rugbyclub SG Agen, ligt in de vitrine van de bibliotheek, gesigneerd door alle spelers. (zie foto boven deze colum.)

Een antwoord op geweld

Voor Serres zit er in sport een mogelijk antwoord op geweld omdat het de partijen van een bloedige oorlog vervangt door teams of atleten onder leiding van een scheidsrechter. Belangrijke vragen die hij hierbij stelde zijn: Wat zegt toenemende populariteit van sport sinds de 20e eeuw over onze samenleving? Hoe gaan sporters om met agressie en geweld? Wat is de toekomst van sport? Van 2004 tot 2018 besprak Serres elke zondag op de Franse radio in enkele minuten een onderwerp voor een breed publiek. Tijdens grote sportevenementen, zoals de Tour de France of de Olympische Spelen reflecteerde hij op doping, de scheidsrechter en technologie in sport.

In een van deze uitzendingen stelt Serres dat de media een spektakel creëren rondom de vraag: Wie gaat er winnen? Vanwege het spektakel zijn media geïnteresseerd in oorlog, sport en debat. Hiermee geven zij de ontvanger de indruk dat ook andere onderdelen van de samenleving (zoals onderwijs, zorg en wetenschap) draaien om krachtmeting, competitie en concurrentie en het beste kunnen worden gecategoriseerd door resultaten en rangschikkingen.

De beste in winnen

Een belangrijk argument dat voor competitie pleit is dat het de ontwikkeling bevordert. De beste sporters, politici, ziekenhuizen en universiteiten worden geselecteerd op basis van competitie in plaats van voor- of willekeur. Maar is degene die wint ook de beste? Hier zit volgens Serres echter een addertje onder het gras, want degene die wint is niet zozeer de beste, maar de beste in winnen. Dit is een groot verschil: degene die wint kan het beste strijden, schuwt geen geweld, is nietsontziend, listig en sluw. Competitie verheerlijkt daarom de overwinnaar, en niet de beste.

Nog een argument voor competitie is dat het de wetten van de natuur weerspiegelt. De sterkste leeuw heeft het eerst de zwakste gazelle te pakken; de sterkste is degene die door de natuur wordt geselecteerd en zich door competitie heeft ontwikkeld. Volgens Serres heeft precies deze gedachtegang ("het sociaal darwinisme") echter gezorgd voor de meest gruwelijke misdaden in de menselijke geschiedenis, waarbij de fysiek zwakkeren of de mentaal zieken uit de samenleving werden verbannen. Terwijl deze groep in de geschiedenis juist vaak ontwikkeling mogelijk heeft gemaakt: denk aan de blinde Homerus, de dove Beethoven, of de aan het bed gekluisterde Frida Kahlo.

"Via een omweg laat sport dus zien dat de succesverhalen van grote helden op geen enkele manier de realiteit benaderen"

Aldo Houterman

Als specialist in de geschiedenis van wetenschap stelt Serres daarom dat competitie niet de motor is van ontwikkeling, creativiteit en inventiviteit. "De uitvinder doet het niet beter dan zijn buurman of tegenstander. Hij doet iets anders: hij slaat een andere weg in." (Serres 2021, 1003) De ontwikkeling gaat daarom nooit volgens een rechte lijn, maar vertakt zich en gaat een andere richting op. Deze dynamiek zien we terug in de sport: competitie maakt hongerig naar spektakel, intimidatie, doping en geld. Competitie kan volgens Serres daarom geen duurzaam alternatief zijn voor het geweld tussen twee tegenstanders, het stimuleert geweld zelfs.

Absolute uitzonderingen

Hoe kan sport nog een andere weg inslaan en ons helpen geweld te vermijden? Serres geeft in zijn oeuvre meerdere antwoorden op deze vraag waar ik hier onmogelijk recht aan kan doen, maar ik zal er één kort noemen. De medaille-uitreikingen straks op de Olympische Spelen kiezen slechts één winnaar uit miljoenen hoogspringers, wielrenners of voetbalteams. Femke Bol en Mathieu van der Poel zijn absolute uitzonderingen op het grote merendeel van de sporters dat altijd verliest. "Maar uiteindelijk is deze uitzondering van weinig belang", aldus Serres, "want wat interessant is, wat concreet, echt, aanwezig en onvermijdelijk is, zijn de massa’s mensen die sport beoefenen." (Id., 31). Via een omweg laat sport dus zien dat de succesverhalen van grote helden op geen enkele manier de realiteit benaderen. Dat verliezen de algemene regel is en dat mislukken misschien ook de meeste sympathie van ons krijgt.

Literatuur:

Serres, Michel (2021), De Bonnes Nouvelles: Petites chroniques du Dimanche: Entretiens avec Michel Polacco 2004-2018, Parijs: Le Pommier.

Over de auteur

Aldo Houterman is sportfilosoof en docent medische ethiek aan het Amsterdam UMC. Hij is verbonden aan het Erasmus Center for Sport Integrity & Transition (ESPRIT) en schreef eerder het boek Wij zijn ons Lichaam.