Gaat het verenigingsmodel veranderen door de coronacrisis?

Over de grenzen kijken om sportverenigingen te versterken

In tijden van de coronacrisis is het verenigingsleven gedwongen op een laag pitje komen te staan. Sport en bewegen blijft belangrijk om gezond te blijven en je goed te voelen, maar in verenigingsverband is het al enige tijd niet meer mogelijk. Sportverenigingen lopen inkomsten mis en kunnen financieel in zwaar weer terecht komen. Tegelijkertijd blijken verenigingen creatief genoeg om in te spelen op de crisis. Online trainingsschema’s, quizjes of andere digitale sociale activiteiten ploppen op veel plekken spontaan uit de grond. Maar deze periode geeft ons ook de tijd om eens goed te reflecteren op ons verenigingsmodel. Gaat de coronacrisis ons verenigingslandschap voor goed veranderen?

Vlak voor de uitbraak van het coronavirus hadden wij op uitnodiging van NOC*NSF een uitwisseling met een delegatie Finnen en Engelsen op Papendal. Vanuit het inmiddels afgeronde RAAK-onderzoeksproject ‘vitalisering van de sportvereniging’ hadden we vanuit de Hanzehogeschool regelmatig contact met andere landen die met verenigingsadvies bezig zijn. Insteek van de bijeenkomst was om bij elkaar in de keuken te kijken en van elkaar te leren. Wat kunnen we doen om sportverenigingen te versterken en sportverenigingen nog verder toekomstbestendig te maken? Vragen die drie maanden later actueler zijn dan ooit!

Verenigingsadvies over de grens

Het eerste dat mij opviel in de gesprekken was dat het verenigingsmodel zoals wij dat kennen misschien toch niet zo uniek is als dat wij vaak denken. Ook in Finland en Engeland wordt op grote schaal gesport bij democratisch bestuurde en door vrijwilligers geleide sportverenigingen. In Engeland ligt het relatieve clublidmaatschap wel iets lager dan bij ons, maar de 76.000 verenigingen tonen wel veel gelijkenis met de onze. Voor en door leden georganiseerd en een belangrijke rol voor gezelligheid en het sociale karakter, inclusief de derde helft. Verenigingsadvies zoals wij dat kennen vanuit bonden, provinciale sportorganisaties en het Sport Professionals Netwerk kennen zij in Engeland niet. Daarentegen staat wel een sterk doorontwikkeld digitaal scholingsplatform Club Matters, dat inspeelt op behoeften en gedrag van de bezoekende verenigingsbestuurders.

Professionaliseren van binnenuit

In Finland zag het landschap er toch wel een beetje anders uit, mede veroorzaakt door het uitgestrekte karakter van het land. Er is veel meer sprake van omniverenigingen in de kleine kernen. Hierin staat sport en gezondheid meer centraal en is het gezelligheidskarakter iets meer op de achtergrond. Doorontwikkeling gebeurt niet door cursussen of externe adviseurs, maar vooral van binnenuit door professionele verenigingsmanagers. Er is nog steeds sprake van een vrijwillig bestuur, maar daaronder zit een professional voor dagelijkse zaken. Zoals we dat in Nederland eigenlijk vooral bij golfclubs kennen. Professionaliseren van binnenuit in plaats van procesbegeleiding van buitenaf.

Het voordeel van zo’n professionele kracht is dat hij of zij niet in en uit vliegt, het is een blijvende kracht die de tijd heeft om de vereniging door te ontwikkelen. Het lastige is natuurlijk de financiering. In het verleden is dit in Nederland ook geprobeerd te stimuleren, tussen 2001 en 2006 liepen 15 pilots in het PRins project, maar echt doorgebroken is dit model in Nederland nooit. Je kunt met een tijdelijke subsidie professionele verenigingsmanagers wel stimuleren, maar waar ga je die persoon op lange termijn van betalen? Dat zal fundamenteel andere keuzes betekenen bij een vereniging en die keuze wordt nog maar weinig gemaakt.

Coronacrisis

Als deze periode ons iets leert, dan is het wel dat de kracht van samen misschien nog wel groter is dan wij al dachten. De bereidheid die mensen hebben om elkaar te helpen en de inventiviteit die er is om ideeën te ontwikkelen en samen de schouders er onder te zetten. De samenwerkingskracht die al jaren zichtbaar is binnen (sport)verenigingen, maar waar ook steeds veel zorgen om zijn, blijkt in deze tijden sterker dan ooit.

Tegelijkertijd is de angst groot dat in de 1,5 meter maatschappij het nog lang gaat duren voordat veel van onze sporten weer toegestaan worden. Individuele sporten blijken in deze tijden veel effectiever. Vlaams onderzoek spreekt zelfs van de 'Corona-sporter'. Juist mensen die voorheen minder aan sport deden pakken in deze periode individuele sporten op. Terwijl de reguliere sporter bij een sportvereniging juist minder in beweging komt dan voorheen. Dit heeft natuurlijk alles met sportmotieven te maken. Gezondheidsmotieven floreren, mensen die houden van het spelletje, gezelligheid of het sociale karakter zullen het clubgevoel meer dan ooit missen.

"Als deze periode ons iets leert, dan is het wel dat de kracht van samen misschien nog wel groter is dan wij al dachten"

Hans Slender

De komende periode zal zwaar zijn voor de meeste sportverenigingen. Clubgevoel vasthouden in tijden dat het aanbod niet mogelijk is, is niet eenvoudig. Toch denk ik niet dat de verenigingssporter massaal gaat overstappen naar individuele of gezondheidsgeoriënteerde sporten. Juist nu voelen veel mensen ook wat ze missen als de sociale ontmoeting niet of nauwelijks meer mogelijk is. Het avondje op de club wordt node gemist en het besef dat je het samen moet doen wordt meer gevoed dan ooit. Hoe zou het zijn als de sportvereniging er niet meer was? In deze tijden ervaren we wat we missen, en dat is veel!

Wat zou er kunnen veranderen?

Toch denk ik dat er interessante leerpunten zitten in het Engelse en vooral het Finse model. Engeland heeft een duidelijk loket waar sportverenigingen met hun vragen terecht kunnen. Vooral in deze tijden is het natuurlijk enorm handig dat zij een uitstekende digitale infrastructuur hebben om deze te veranderen en verenigingen door deze periode heen te loodsen. Hoewel digitale leeromgevingen niet altijd hetzelfde resultaat bieden als face-to-face cursussen of procesbegeleiding, is het toch op zijn minst interessant om eens te kijken voor welke thema’s welke aanpakken het meest effectief zijn. Ook in ons RAAK-onderzoek kwam naar voren dat verenigingen in het ondersteuningslandschap soms door de bomen het bos niet meer zien. Wellicht dat nu een mooi moment is om hier samen eens goed naar te kijken. Dat zou kunnen starten met een goede evaluatie achteraf. Hoe hebben verenigingen zich door deze crisis heen gevochten, hoe zijn zij aan hun informatie gekomen, hoe hebben zij besluiten genomen, wat hebben zij gemist? Hopelijk gaan de meeste verenigingen het redden en kunnen wij leren van het proces dat zij nu doormaken.

De omnivereniging als perspectief

Ook het omnimodel en de professionele verenigingsmanager zijn toch interessante modellen om na de crisis eens opnieuw te overwegen. Zeker in kleinere kernen en krimpgebieden hebben veel kleinere verenigingen moeite om het hoofd boven water te houden. De omnivereniging zou hier echt een uitkomst kunnen bieden om het sportaanbod op niveau te houden. Grote verenigingen in de steden hebben daarentegen te maken met heel andere problematiek. De complexiteit is daar enorm, niet iedereen kent elkaar wat besturen echt heel anders maakt, vrijwilligers zijn lastiger te binden. In deze complexe context zou juist de professional van binnenuit niet misstaan. Juist in wijken waar maatschappelijke problematiek groot is en de verwachtingen groot zijn ten aanzien van de het oppakken van deze maatschappelijke rol, zou het versterken van de organisatie van binnenuit een uitkomst kunnen betekenen.

Pluriform verenigingsmodel

Veel van dit soort moderniseringsontwikkelingen zijn al langzaam op gang aan het komen. Flexibel lidmaatschap, ondernemend de accommodatie benutten overdag, nieuwe samenwerkingsvormen tussen verenigingen, specifiek aanbod voor senioren, algemene ledenvergadering nieuwe stijl, er zijn genoeg lopende initiatieven waar mee geëxperimenteerd wordt. Waarschijnlijk gaat de huidige crisis een versneller zijn voor dit soort processen. In tijden van nood is de veranderbereidheid vaak groter en durven mensen eerder terug te gaan naar de tekentafel om te kijken wat echt essentieel is voor de vereniging.

Het resultaat zou wel eens kunnen zijn dat er de komende jaren een veel pluriformer verenigingslandschap ontstaat. Maar ook dat er een dunnere scheidslijn komt tussen commerciële aanbieders en verenigingen. Veel commerciële aanbieders ervaren dat hun abonnees nog meer online alternatieven hebben ontdekt of individueel aan de slag zijn gegaan. Juist de ondernemers die het samen gevoel, de unieke identiteit of clubcultuur weten te realiseren zullen straks hun abonnees weer terug weten te trekken. Anderzijds zullen er ook verenigingen zijn die veel meer vanuit doelgroepen gaan denken, stappen hebben gemaakt op het gebied van online communicatie en zich in die zin steeds ondernemender zijn gaan gedragen.

Veranderkundige benadering

Wat dit betreft komen er interessante tijden aan voor de verenigingsadviseur. Ook dit professionele veld zal zich moeten ontwikkelen. Van de meeste verenigingsadviseurs wordt momenteel verwacht dat zij alle verschillende adviesrollen kunnen vervullen, van expert, tot trainer/cursusleider naar procesbegeleider. Met meer pluriformiteit in het clublandschap is te verwachten dat hier ook meer specialisatie gaat ontstaan. Externe procesbegeleiders die complexe nieuwe samenwerkingsvormen kunnen begeleiden, verenigingsmanagers die clubs van binnenuit door ontwikkelen, cursusleiders die online of offline aanbod ontwikkelen en verzorgen, experts op specifieke thema’s en vraagstukken. Het eindresultaat van ons RAAK-onderzoek, www.clubontwikkeling.nl, laat vooral ook zien hoe belangrijk het is om hierbij altijd een veranderkundige benadering te kiezen die past bij de context en taal van de sportvereniging.

Kennisuitwisseling

Veel clubbestuurders zijn nu vooral druk met het draaiende houden van de eigen vereniging. Maar hoe mooi zou het zijn als de ondersteunende professionals alvast samen op zoek gaan naar wat het vervolg zou kunnen zijn op lange termijn. Stel jezelf eens twee vragen: 1) Hoe verwacht je dat het sportverenigingslandschap er over 25 jaar uit ziet? 2) Hoe hoop je dat het sportverenigingslandschap er over 25 jaar uit ziet? Vaak is de verwachting bij veel betrokkenen een stuk minder positief dan het ideaalplaatje. Dat betekent dat er werk aan de winkel is.

Kennisuitwisseling tussen verenigingsbestuurders, kennisuitwisseling tussen ondersteuners en adviseurs, maar ook internationale kennisuitwisseling kan essentieel zijn om tot werkende nieuwe oplossingen te komen. De Finnen en de Engelsen waren enorm geïnteresseerd in wat wij met buurtsportcoaches aan het doen zijn. Uniek. Dat gingen zij zeker verkennen in hun eigen land. Aan ons de taak om ook het vizier open te houden. De sportverenigingscultuur in Nederland uniek? Niet helemaal, maar toch wel een beetje. Toch kunnen we nog genoeg leren van elkaar én van onze collega’s elders. Hopelijk kijken we over 25 jaar terug naar deze tijd met het gevoel dat we er ondanks alle narigheid als sport toch écht sterker zijn uitgekomen.

Over de auteurs:

Hans Slender

Hans Slender is als beleidsadviseur sport werkzaam voor de gemeente Groningen daarnaast namens SportDrenthe betrokken bij het KennisCentrum Events en Sportclub Drenthe. Tot voor kort was hij docent/onderzoeker bij het lectoraat Praktijkgerichte Sportwetenschap van de Hanzehogeschool Groningen.

Magda Boven

Magda Boven is als onderzoeker werkzaam voor het lectoraat Praktijkgerichte Sportwetenschap van de Hanzehogeschool Groningen en daarnaast docent aan de opleiding Sportkunde van de Hanzehogeschool Groningen.