De lange weg naar dichtbij

‘Strategie is het vermogen om koers te houden als omstandigheden wijzigen’

Samen met zijn vriend Oege Boonstra heeft Gerard Dielessen een paar jaar uitgetrokken om langs de grenzen van Italië te fietsen. Hun eigen Giro. Dezer dagen verschijnt het eerste deel van Onze Giro – de lange weg naar dichtbij. Van Como naar Palermo. In dit boek verhaalt Dielessen over hun belevenissen. Over de schoonheid van het Zuid-Europese land vanaf de fiets. Ook over het samen lang onderweg zijn. Genieten, afzien en altijd maar door blijven trappen. Het boek raakt ook aan thema’s als vergankelijkheid, verdriet, plezier, ouder worden en rouw. Hoe je uiteindelijk dichtbij jezelf komt. Volgend jaar verschijnt deel 2: van Paola naar de finish voor de Duomo in Milaan. In deze Op de Grote Plaat vertaalt Dielessen hun ervaringen naar modern leiderschap en bleek ‘Italië geen spreadsheet’ te zijn.

‘De fiets bracht ons niet alleen verder. Hij bracht ons ook dichterbij.’ Dat is, in één zin, de kern van mijn boek Onze Giro – De lange weg naar dichtbij. Wat begon als een meerjarige fietstocht langs de randen van Italië, van noord naar zuid, werd onderweg ook iets anders: niet alleen een boek over de schoonheid van het langgerekte Zuid-Europese land vanaf de fiets, over lang samen onderweg zijn, maar ook een verhaal over vriendschap, over verlies, over vertraging en over de vraag wat er werkelijk toe doet.

De ondertitel van het boek is De lange weg naar dichtbij. Dat klinkt als een paradox. Dat is het ook. Wij gingen letterlijk ver weg: meerdere jaren, steeds weer terug naar Italië. Telkens weer een nieuw traject, met de fiets als kompas en de kaart als excuus. Maar figuurlijk gebeurde het omgekeerde: juist door afstand, kwam iets wezenlijks dichterbij. Vriendschap. Tijd. Stilte. Verdriet. Vergankelijkheid. En de vraag die in geen enkel beleidsstuk past, maar in elk leven terugkeert: waar gaat het werkelijk om in het leven?

Is sneller altijd beter?

In sport en bestuur hebben we de neiging om vooruitgang te verwarren met versnelling. Een hardnekkige reflex: sneller is beter. In organisaties is die reflex minstens zo sterk: meer KPI’s, kortere cycli, sneller beslissen. ‘Agile’ als toverwoord. Alsof snelheid automatisch gelijkstaat aan wendbaarheid.

Maar op de fiets leer je iets anders. Tempo is alleen slim als het past bij het terrein. Wie op een klim in het rood schiet omdat het schema dat zegt, staat later stil. Wie de wind negeert, betaalt dubbel. Wie te veel in het begin geeft, verliest aan het einde niet alleen minuten, maar ook plezier, en soms zelfs de dag.

Onze Giro was geen sportieve heroïek. Geen Strava-jacht, geen ‘kijk mij eens’, Het was slow biking: lange dagen, beheerst rijden, kijken, praten, zwijgen. Het soort tempo waarin je ruimte overhoudt voor wat je onderweg tegenkomt. Buiten én binnen.

Daar zit, merkte ik, een strategische les in die we in sportbestuur en organisatieadvies te vaak vergeten: niet elk doel vraagt om versnelling. Soms moet je als leider willen vertragen, omdat je anders belangrijke signalen mist.

De mythe van een masterplan

Wat mij ook opviel, en dat geldt zowel voor een meerjarige tocht als voor een organisatie, is hoe beperkt het nut van het perfecte plan is. Natuurlijk hadden we routes, etappes, overnachtingsplekken. Maar Italië is geen spreadsheet. Een dichtgetimmerd schema is kwetsbaar en: een wegafsluiting, een lekke band, een onweersbui boven de Dolomieten, een dorp waar je langer wilt blijven omdat iemand een verhaal vertelt dat je niet kunt laten lopen. Dat geldt ook voor het ‘echte leven’, wat mij betreft.

In strategietaal: het plan is niet de strategie. Strategie is het vermogen om koers te houden als omstandigheden wijzigen. Een plan kan je helpen starten. Het geeft je de richting. Maar je zal te allen tijde onderweg moeten bijsturen. Dat moesten we ook op de fiets.

"Wie naast elkaar werkt zonder echt samen te werken, verliest energie in ruis"

Gerard Dielessen

Oud-beroepswielrenner Maarten Ducrot beschrijft dat heel mooi in het voorwoord van mijn boek: Velen verwarren het hebben van een plan met een planning in een agenda of een procedure uit een handboek. Zo niet Gerard en zijn fietsvriend Oege. Zij belichamen het hebben van een plan met hun tocht van Noord naar Zuid-Italië en weer terug: jezelf de tijd gunnen om je weer eigen te maken wat we van nature als mens al in ons hebben. Namelijk ons aan een ander levend wezen binden, op te gaan in het landschap, de fiets onder je kont te voelen en de weg waarop die stuitert. Het glorieuze gevoel van samen onderweg te zijn.’

De mooiste dagen van Onze Giro waren zelden de dagen waarop alles ‘volgens plan’ verliep. Ze waren het resultaat van aandacht en improvisatie. Van het durven afwijken. Van vertrouwen op ervaring. Onze intuïtie. Van de bereidheid om te zeggen: dit is niet wat we hadden bedacht, maar het is wél wat we nu nodig hebben.

Leiderschap in duo-vorm

Ik reed deze tocht met mijn goede vriend Oege Boonstra. Een vriendschap die niet draait om grote woorden. Wel om onze gedeelde kilometers. In de sport praten we graag over leiderschap als individuele kwaliteit: de kapitein, de coach, de directeur. De praktijk is vaker veel relationeler. Leiderschap ontstaat tussen mensen. Zo simpel is het in mijn optiek.

Op de fiets wordt dat genadeloos zichtbaar. Je merkt hoe snel misverstanden groeien als je moe wordt. Hoe belangrijk het is om elkaar niet alleen te ‘managen’, maar te blijven zien. Een opmerking kan op dag één grappig zijn en op dag zes vervelend overkomen. Zwijgen kan rust geven, voor jezelf even prettig zijn en tegelijkertijd voor de ander ook afstand scheppen. Juist dan blijkt wat vriendschap is: niet altijd harmonie, wél loyaliteit. Niet altijd dezelfde mening, wél hetzelfde doel. En altijd respect voor elkaar.

In teams, op afdelingen is dat niet anders. De grootste valkuil is niet het gebrek aan talent. Wel het gebrek aan afstemming en respect. Wie naast elkaar werkt zonder echt samen te werken, verliest energie in ruis. Wie elkaar wel spreekt (eerlijk, tijdig, met mildheid) creëert juist ruimte. Dat klinkt soft. Toch is het een keihard effect. In prestaties. In welzijn. In continuïteit.

De rol van Mattis

Er is nog iets. Iets dat maakt dat dit boek veel meer is dan een reisverhaal van twee vrienden die door Italië fietsen. Mijn zoon Mattis leefde mee met Onze Giro. Hij had humor, scherpte en een soort liefdevolle directheid die je niet kunt faken. Toen ik hem vertelde dat we dwars door Napels wilden fietsen, was zijn oordeel snel: ‘Krankjorum.’ Hij gaf tips, waarschuwde, lachte ons toe. Mattis was, zonder zelf op het zadel te zitten, een zeer waardevolle stem in onze tocht.

En dan komt het leven zoals het altijd komt: ongepland.

Ruim een half jaar nadat we Sicilië hadden verlaten overleed Mattis aan de gevolgen van leukemie. Vanaf dat moment kreeg ‘de lange weg naar dichtbij’ een andere veel diepere betekenis. Want je kunt nog zo ver fietsen, je neemt jezelf mee. En je neemt je verlies mee. Rouw is geen hoofdstuk dat je afsluit. Of iets dat je na verloop van tijd ‘een plekje geeft.’ Het is een laag die zich over de rest van je dagen legt. Soms dun, soms zwaar, soms met een glimlach. Altijd aanwezig.

"Echte weerbaarheid groeit niet uit slogans. Die groeit uit het verdragen van wat je niet kunt oplossen. Uit het delen daarvan met mensen die blijven"

Gerard Dielessen

Wat mij trof, en wat ik pas achteraf durf te zeggen, is dat de fiets een vorm van rouwarbeid werd. Niet therapeutisch in de modieuze zin. Eerder elementair. Trappen, ademen, ritme, herinneringen in je hoofd. De wereld die voorbijschuift. De gedachten die komen en gaan zonder dat je ze hoeft te fixen. Ze zijn er gewoon.

In sport hebben we het vaak over "mentale weerbaarheid" alsof het een tool is die je even aanschaft. Maar echte weerbaarheid groeit niet uit slogans. Die groeit uit het verdragen van wat je niet kunt oplossen. Uit het delen daarvan met mensen die blijven.

De wereld van Sport & Strategie

Wat neem ik, vanuit dat perspectief, mee naar de wereld van sport & strategie? Misschien dit: dat strategie zonder betekenis hol wordt. Dat betekenis zonder discipline vaag blijft. De kunst is volgens mij de combinatie.

  • Vertraag waar het moet. Niet elk probleem vraagt versnelling. Sommige kwesties of dilemma’s vragen juist om scherpte, rust en waarneming.
  • Stuur op richting, niet op gelijk. Teams die koersvast zijn, hoeven niet altijd eensgezind te zijn.
  • Maak ruimte voor het menselijke. Niet als ‘extra’, maar als fundament. Want zonder menselijkheid geen duurzame prestatie.
  • Accepteer dat het plan niet heilig is. De route is nodig, maar de werkelijkheid beslist mee.
  • Zoek het gesprek dat je uitstelt. Op dag zes van een tocht (of kwartaal vier van een jaar) komt het toch.

Kortom, neem de tijd als je haast hebt. Of anders gezegd: denk na, al is het maar een minuut.

Misschien is dat wel de kern. We denken vaak dat snelle groei betekent dat je veel verder komt. Maar soms betekent groei dat je dichterbij komt: bij elkaar, bij jezelf, bij wat je wil oplossen of bij wat je niet kwijt wilt.

Voor wie meer over Onze Giro – de lange weg naar dichtbij wil weten, ga naar: www.onzegiro.nl

Over de auteur

Dielessen schrijft maandelijks voor Sport & Strategie Online over opvallende ontwikkelingen in de sport, met bijzondere aandacht voor media, leiderschap en internationale sporttrends. Na de Olympische Spelen van Tokio (2021) beëindigde hij zijn periode als algemeen directeur van NOC*NSF. Eerder vervulde hij die rol bij de NOS. Tegenwoordig is hij voorzitter van diverse raden van toezicht, waaronder Omroep MAX, Stichting Alpe d’HuZes en RTV Drenthe, en adviseur van uiteenlopende organisaties.