Het beoefenen van een vecht- of zelfverdedigingssport is de beste opleiding voor de rest van het leven die een kind kan krijgen, vindt Farid Gamei. Met discipline, respect en doorzettingsvermogen als ‘hoofdvakken’. Gamei is zijn ouders nog altijd dankbaar dat ze hem op zijn vierde op judo deden en als kickbokser haalde hij in zijn tienerjaren zijn ‘examen’ aan de school voor levenslessen. “Vechtsporten hebben helaas nog niet altijd een goed imago. Maar op veel vlakken kunnen andere sporten inmiddels een voorbeeld aan ons nemen”, zegt de directeur van de Vechtsportautoriteit.
Gamei ontdekte bij toeval het kickboksen. Een vriend zat op boksen bij sportcentrum Kops en vroeg hem om mee te gaan. "Voor zijn les was er een kickbokstraining en toen ik dat zag, was ik meteen verliefd op die sport. Ik vond het zo spectaculair om te zien en was onder de indruk van de gedisciplineerde sfeer en controle." Gamei bleek talent en veel doorzettingsvermogen te hebben en won meerdere nationale en internationale titels. Maar terugkijkend vindt hij de levenslessen die hij van zijn trainers kreeg veel waardevoller. "Ik was ontzettend fanatiek. Die sportieve successen waren heel erg mooi en de reizen naar het buitenland natuurlijk fantastisch. Maar uiteindelijk was dat bijzaak. Het respect, de discipline en het doorzettingsvermogen dat ik in de zaal van Kops geleerd heb, neem ik nog altijd met me mee."
Sportcentrum Kops is een begrip in Amsterdam. "Het is echt een familiesportschool", zegt Gamei. "De hele familie helpt mee en dat merk je aan de sfeer. Iedereen is welkom en gaat gemoedelijk met elkaar om. Advocaten en wethouders sporten samen met de jeugd van de straat. Er komen echte oude Amsterdammers en mensen die pas net in de stad wonen. De diversiteit is enorm en iedereen heeft respect voor elkaar. Het is de maatschappij in het klein en een groot voorbeeld voor hoe we overal met elkaar om zouden moeten gaan. Het is een soort huiskamer van de wijk."
"Sportcentrum Kops is een groot voorbeeld voor hoe we overal met elkaar om zouden moeten gaan"
In die huiskamer bracht Gamei een groot deel van zijn jeugd door. Hij trainde twee keer per dag en ging tussendoor naar school en later naar zijn werk. Thuis kwam hij vooral om te eten en te slapen. Vanaf zijn zestiende begon hij met lesgeven bij Kops en later bij andere sportscholen. Naar voorbeeld van zijn eigen trainers wilde hij zijn pupillen naast techniek vooral dingen meegeven waar ze de rest van hun leven iets aan zouden hebben: dat je respect moet hebben voor een ander, dat je hard moet werken als je iets wil bereiken en dat die arbeid op wat voor manier dan ook gaat lonen. En dat je moet doorzetten als het even tegenzit. “Het leven is vallen en opstaan, net zoals in de kickboksring. Behalve dat sport en bewegen goed zijn voor de gezondheid, zijn deze lessen zo belangrijk voor de ontwikkeling. Dat gun ik ieder kind.”
Tegelijkertijd weet hij ook dat lid worden van een sportclub niet voor ieder kind is weggelegd. Niet iedereen heeft ouders zoals die van Gamei, die sport van jongs af aan stimuleren. En daarnaast zijn er helaas veel gezinnen die zich de contributie en materialen niet kunnen veroorloven. Gamei weet er alles van, hij groeide zelf op in een wijk waar veel gezinnen het niet breed hadden. Juist voor die kinderen is sport en bewegen extra belangrijk. Niet voor niets ging hij na zijn opleiding aan de slag bij de gemeente Amsterdam als buurtsportcoördinator. Hij werkte in zijn eigen wijk en probeerde zoveel mogelijk inwoners aan het bewegen te krijgen met evenementen als de Javacup (een groot straatvoetbaltoernooi) en een minimarathon in het kader van de Amsterdam Marathon.
Ook in zijn volgende baan bij de Johan Cruyff Foundation ging het om sportkansen geven aan mensen voor wie dat niet vanzelfsprekend is. Via zijn broer kwam Gamei al vroeg in contact met de Cruyff Foundation en sindsdien heeft hij de organisatie in zijn hart gesloten. "Mijn broer heeft een beperking en ging via zijn school ooit naar een open dag van Foundation in het Olympisch Stadion. Broertjes en zusjes mochten mee, dus ik had geluk. Die dag hebben we Johan Cruijff zelf ontmoet. Daar heb ik nog een foto van. Het was zo leuk en ook later heeft de Foundation mijn broer geholpen met aangepaste rolstoelen zodat ze op zijn school konden rolstoelbasketballen. Dat ik bij die organisatie mocht werken, in het Olympisch Stadion nog wel, en zo kinderen en jongeren kon helpen om te gaan sporten, gaf mij heel veel voldoening.” Nog steeds doet hij enkele projecten voor de Foundation in het buitenland. “Ik ben in Brazilië, Ghana en Zuid-Afrika geweest en in elke favela en township willen we hetzelfde bereiken: kinderen helpen zich te ontwikkelen door middel van sport en bewegen. Dat is heel dankbaar werk."
Inmiddels werkt Gamei alweer acht jaar bij de Vechtsportautoriteit als directeur. De Vechtsportautoriteit is de toezichthouder voor het kickboksen, thaiboksen en mixed martial arts en opgericht in opdracht van het ministerie van VWS nadat begin deze eeuw meerdere vechtsportgala’s uit de hand liepen. Het doel van de Vechtsportautoriteit is het bereiken en bewaken van een gereguleerde, gezonde, veilige en goed georganiseerde vechtsportsector. Het gaat de goede kant op. En op bijvoorbeeld het gebied van veilig sportklimaat loopt de vechtsport voor de troepen uit, zegt Gamei. “We komen natuurlijk van een achterstand. Maar ondertussen hebben we wel een verplicht keurmerk voor vechtsportscholen dat elke twee jaar verlengd moet worden.”
Onderdeel van dat keurmerk is onder andere dat het pedagogisch klimaat op een club in orde moet zijn. Trainers moeten geldige licenties en VOG’s hebben. Gamei: "Een veilig sportklimaat is ontzettend belangrijk. Coaches, ook vrijwilligers, moeten weten hoe je pedagogisch verantwoord lesgeeft. Als ouder moet je erop kunnen vertrouwen dat je kind in een veilige omgeving kan sporten. Het is toch raar dat we, terecht, verwachten van leraren op school en pedagogisch medewerkers op kinderdagverblijven dat ze aan allerlei eisen voldoen, maar dat zodra het om sporttrainingen gaat, iedereen zomaar training mag geven? Er zijn goede initiatieven, zoals de 4 V’s van NOC*NSF, maar het is allemaal nog veel te vrijblijvend en het ligt er maar net aan hoe de vereniging of bond dit oppakt."
Het Keurmerk Vechtsportautoriteit heeft inmiddels ook de
aandacht getrokken van andere sportorganisaties. Onlangs nog gaf Gamei een
presentatie voor de alliantie Dans Veilig, opgericht na de publicatie van het
Verinorm-onderzoek ‘Schaduwdansen’, waarin grensoverschrijdend gedrag in de
danssector werd onderzocht. En ook met het Centrum Veilige Sport Nederland van
NOC*NSF heeft Gamei contact. "Als vechtsporten zitten we soms nog steeds in het
verdomhoekje. Maar op dit gebied kunnen andere sporten veel van ons leren.
Grensoverschrijdend gedrag komt overal voor. Kijk naar de verhalen uit het
turnen en de atletiek. We moeten als sport veel meer doen om dit te voorkomen
en de pedagogische kwaliteiten van onze trainers en leraren controleren en
handhaven. Het gaat om de ontwikkeling van kinderen en andere kwetsbare
groepen. Een veilige en pedagogisch verantwoorde sportomgeving zou niet
vrijblijvend moeten zijn."
"We zitten als vechtsporten soms in het verdomhoekje, maar andere sporten kunnen veel van ons leren"
Bij de Vechtsportautoriteit, in allerlei overleggen en bij de Nederlandse Sportraad maakt Gamei zich hier hard voor. Hij ziet het als zijn taak als directeur en bestuurder in de sport, maar ook als vader van twee jonge kinderen. Zijn dochter zit op jiujitsu en turnen en zijn zoon voetbalt en doet ook aan jiujitsu. Net als zijn ouders stimuleren en faciliteren hij en zijn vrouw hun sportende kinderen. Hij gunt hen, en alle andere kinderen, het plezier, de ontwikkelingskansen en de lessen die de sport hem hebben gegeven. En hij gunt hen ook die goed opgeleide sporttrainer die het verschil maakt. "Een goede sportleraar is goud waard. Van de lessen die een kind op de sportclub leert, heeft het de rest van zijn leven profijt."
In Nederland zijn er talloze mensen die zich met hart en ziel voor de sport inzetten. Toch ziet Farid Gamei een zorgelijke ontwikkeling. “Mensen in het sportbestuur en -beleid staan steeds verder af van wat er in de praktijk gebeurt.”
Sport en bewegen moeten in zijn ogen anders georganiseerd worden om iedereen in Nederland te bereiken. “Ook dat meisje of die jongen in Rotterdam-Zuid die alleen maar binnen zit. En die eenzame oudere zonder netwerk in de buurt. Ik kan mijn hele agenda vullen met bijeenkomsten waarin de ene bestuurder de andere gaat vertellen hoe belangrijk sport en bewegen zijn. Maar iedereen die daar in de zaal zit, weet dat al. Het gaat erom hoe we de niet-believers gaan bereiken in plaats van dat de sport blijft preken voor eigen parochie.”
Ander aanbod en andere manieren van communiceren en organiseren zijn nodig om meer mensen aan het sporten en bewegen te krijgen. “Lokaal zijn er mooie initiatieven. Maar die worden niet geborgd. Na een tijdje houdt de subsidie op of de kartrekker gaat weg en dan dondert het als een kaartenhuis in elkaar. Dat is zo zonde en zou niet mogen gebeuren.” Gamei blijft zich vanuit zijn verschillende rollen inzetten om dit te veranderen, zodat meer mensen kunnen sporten en bewegen.
Dit artikel verscheen eerder in de rubriek 'Verenigingsleven' in vakblad SPORT Bestuur en Management (editie 3-2025)