Op 14 juni 2025 zette de KNLTB een belangrijke stap richting een toekomstbestendige organisatie. Tijdens de Ledenraadsvergadering in Zaltbommel werd de overgang naar het Raad van Toezicht-model officieel bekrachtigd. Aan de overgang van een vrijwillig bondsbestuur naar een moderne bestuursstructuur met een directeur-bestuurder is een grondig proces voorafgegaan. Roos ten Vregelaar en Stefan Smit van TEN HAVE Change Management waren hierbij als adviseurs betrokken. Zij delen in dit artikel samen met Robert Jan Schumacher (Directeur Dienstverlening KNLTB) en Marchien van Doorn (oud-bestuurslid KNLTB) de stappen die de KNLTB heeft doorlopen bij de herinrichting van de governance. Ze laten zien dat werken aan onderling vertrouwen en maatwerk essentieel bleek, en welke lessen daaruit te trekken zijn voor de sportsector als geheel.
Sportorganisaties hebben te maken met steeds grotere maatschappelijke en sportieve uitdagingen, zoals veranderende sportparticipatie, beschikbare accommodatie, commercialisering en individualisering. Sporters organiseren hun sportbeleving bovendien steeds vaker op andere manieren: flexibeler, laagdrempeliger en niet altijd meer via de bekende verenigingsstructuur. Dat vraagt om sportorganisaties die sneller kunnen inspelen op nieuwe behoeften, nieuwe doelgroepen en veranderende vormen van betrokkenheid. Die ontwikkelingen maken besturing en financiering complexer.
Tegelijkertijd stellen subsidieverstrekkers en NOC*NSF
nadrukkelijker voorwaarden – onder meer op basis van de Code Goed Sportbestuur
– aan transparantie, professionele checks-and-balances, onafhankelijk toezicht
en aantoonbare verantwoording. Het traditionele vrijwilligersmodel, dat
voor veel sportorganisaties kenmerkend is, staat hierdoor onder druk. De
behoefte aan verdere professionalisering, rolduidelijkheid en een heldere
scheiding van verantwoordelijkheden wordt steeds belangrijker.
Steeds meer sportorganisaties onderzoeken daarom of hun governance nog past bij hun ambitie en context. Zo’n herijking is meer dan een structuur- of juridische ingreep. Het raakt aan diepgewortelde rolopvattingen, verantwoordelijkheden en het samenspel tussen ledenraad of ALV, bestuur, beroepsorganisatie, vrijwilligers en andere belanghebbenden. In de praktijk betekent governanceverandering dan ook cultuurverandering: het vraagt iets van gedrag, leiderschap en onderlinge verwachtingen.
Om sportorganisaties te ondersteunen in dit zoekproces beschrijven wij in dit artikel het traject dat de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) heeft doorlopen bij de herinrichting van haar governance.
Governance wordt vaak gereduceerd tot organogrammen, statuten en reglementen. Hoewel deze ‘harde’ aspecten belangrijk zijn, laat wetenschappelijk onderzoek zien dat een goed functionerende governance breder moet worden begrepen. In dit artikel gebruiken wij daarom het purposive governance model als analysekader om het ontwerpproces bij de KNLTB te duiden. Dit model onderscheidt zes samenhangende elementen die gezamenlijk bepalen dat governance in de praktijk goed functioneert.
Deze elementen betreffen ‘Verantwoord’ (de sociale, ecologische en economische rolinvulling van de organisatie), ‘Redelijk’ (de herkenning en weging van verschillende stakeholderbelangen), ‘Hygiëne’ (de formele inrichting van structuren, rolzuiverheid en accountability), ‘Competentie’ (de kwaliteit van houding, expertise en leiderschap), ‘Fairness’ (de zorgvuldigheid en integriteit van processen) en ‘Adaptief’ (het vermogen om in te spelen op ontwikkelingen in sector en maatschappij)
Het purposive governance model is tot stand gekomen uit onderzoek van Steven ten Have en Maarten Hendriks.
Zie daarvoor ook:
1. Ten Have, S., & Hendriks, M. (2023). Purposive governance: Het goede goed doen. In Jaarboek Corporate Governance 2023–2024 (pp. 25–39). Kluwer.
2. Hendriks, M., & Ten Have, S. (2025). Wanneer doet een organisatie het goed? Zoeken naar een deugdelijke maatschappelijke rolinvulling. InJaarboek Corporate Governance 2025–2026 (pp. 1-15). Kluwer.
"In de praktijk betekent governanceverandering cultuurverandering: het vraagt iets van gedrag, leiderschap en onderlinge verwachtingen"
Deze zes elementen maken duidelijk dat governanceverandering meer is dan het aanpassen van een structuur. Het is een veranderkundig proces waarin zowel ‘harde’ als ‘zachte’ aspecten een rol spelen om tot een model te komen dat bij de ambitie (verantwoord en adaptief) past. De harde kant betreft onder meer rol- en taakafbakening, mandateringen, statuten en juridische borging van toezicht. De zachte kant gaat over gedrag, onderlinge verhoudingen, voorbeeldrol, samenwerking en het zorgvuldig afwegen van belangen. Governance functioneert pas goed wanneer deze dimensies in samenhang worden ontwikkeld.
De KNLTB opereert in een speelveld waarin topsport, breedtesport,
commerciële activiteiten en verenigingsbelangen samenkomen. De fusie met de
padelbond, groeiende commerciële belangen en de toenemende druk op de snelheid
van besluitvorming vormden aanleiding om de governance opnieuw tegen het licht
te houden. De verkenning startte vanuit een open vraag: in hoeverre past het
bestaande bestuursmodel, met een vrijwillig bestuur, een professionele
beroepsorganisatie en een ledenraad, nog bij de strategische ambitie en de
toegenomen complexiteit van de bond? Op basis van interviews met bestuur,
directie, ledenraad, management en medezeggenschap is het functioneren van de
huidige inrichting onderzocht.
Langs de lijnen van het model werd een aantal aandachtspunten van het huidige model zichtbaar. Vanuit adaptief perspectief bleek dat de bond zich moest verhouden tot een dynamischer speelveld, waarin commerciële partners en strategische dossiers hogere eisen stellen aan snelheid van handelen en bestuurlijke wendbaarheid. Vanuit hygiëne bezien sloot de formele inrichting niet overal meer goed aan op de praktijk: bestuurders opereerden op onderdelen feitelijk al meer op afstand, terwijl formeel nog sprake was van een bestuursmodel. Ook de mandaatverdeling tussen bestuur en directie werd niet altijd als helder ervaren en bestuurders vulden hun rollen verschillend in. Vanuit fairness en redelijkheid kwam de positionering van de ledenraad nadrukkelijk in beeld.
De vraag was hoe praktijkkennis, betrokkenheid en verbinding met de achterban (uiteenlopende stakeholderperspectieven, van individuele sporters tot leden van verenigingen en commerciële organisaties van zowel tennis als padel) goed benut konden worden, zonder rolzuiverheid en reglementaire afstand te ondergraven. Vanuit competentie bleek dat op complexe dossiers, zoals ICT en commerciële trajecten, voldoende aandacht en betrokkenheid aanwezig was, maar dat besluitvorming lastiger werd naarmate de afstand tot de dagelijkse praktijk groter werd. Dit type vraagstukken vroeg om meer inhoudelijke nabijheid en snelheid van handelen dan binnen een vrijwilligersbestuur goed te organiseren was.
Een governancemodel is altijd maatwerk en afhankelijk van context, historie en strategie
Deze analyse van de huidige governance zorgde voor een gedeeld begrip van de bestaande situatie en bood daarmee een gezamenlijk vertrekpunt voor het vervolg. Uiteindelijk was de ambitie van de bond voor het bestuur en de directie bepalend in de afweging voor het meest passende governancemodel. Daarbij waren het vermogen om ontwikkelingen aan te kunnen jagen, het stakeholderveld te verbinden en slagvaardig te kunnen handelen belangrijke principes.
Het ontwerpproces kende twee stappen. Eerst kwamen bestuur en directie, vanuit hun verantwoordelijkheid voor bestuurbaarheid en toekomstbestendigheid van de bond, tot een voorkeursmodel. Vervolgens is dat model voorgelegd aan de ledenraad en in nauwe betrokkenheid van de ledenraad in detail uitgewerkt.
Komen tot een voorkeursmodel
Bij de start van het ontwerpproces is door het bestuur en directie veel aandacht besteed aan het verdiepen op onderling vertrouwen, begrijpen van elkaars perspectieven, zorgen en belangen. Een governancewijziging kan ook persoonlijke impact hebben. Je eigen functie herontwerpen is namelijk geen sinecure. Iedere betrokkene in het proces heeft al jaren met hart voor de sport zijn bijdrage geleverd en een dergelijk proces van evaluatie en aanpassing kan soms ook voelen alsof er de afgelopen jaren niet goed gefunctioneerd is. Daarbij speelde ook de onuitgesproken zorg mee of je de bond, en daarmee de sport, in handen kan geven van een professionele bestuurder, die mogelijk geen affiniteit heeft met verenigingen en vrijwilligers. Het consequent centraal stellen van de gezamenlijke ambitie van de KNLTB en bijbehorende uitgangspunten voor het nieuwe model, hielp om gezamenlijk richting en verbinding te behouden in een proces dat bestuurlijk en persoonlijk gevoelig was.
Een governancemodel is altijd maatwerk en afhankelijk van context, historie en strategie. Om het gezamenlijke zoek- en verkenningsproces te ondersteunen, is gewerkt met een aantal herkenbare governance-hoofdmodellen voor verenigingen: van het bestaande bestuursmodel tot een Raad van Toezicht-model (RvT), met verschillende opties in rolverdeling en portefeuille-indeling. Daarbij hielp het om in deze eerste stap in opties te kunnen denken, en open te kunnen wegen wat per optie voor- en nadelen zijn.
In dit proces is gekozen voor een Raad van Toezicht-model met een directeur-bestuurder. De voornaamste overwegingen daarbij waren dat een fulltime directeur-bestuurder met zijn directie slagvaardiger kan opereren, met meer mandaat om ontwikkelingen aan te jagen richting het stakeholderveld. Daarbij was het zo dat het huidige bestuur al op veel dossiers op afstand functioneerde en hiermee de formele inrichting beter op de ontwikkeling in de praktijk aansloot. In de gekozen opzet kon ook de ledenraad scherper worden gepositioneerd als belangrijke verbinding met de achterban, naast hun formele rol.
Besluitvormingsproces met Ledenraad
Aan de Ledenraad is het voorkeursmodel voor governance voorgelegd en daarna met directe betrokkenheid in detail uitgewerkt. Net als voor bestuur en directie, was het ook in de samenwerking met de Ledenraad behulpzaam geweest om de tijd te nemen om al in een eerder stadium aan vertrouwen te werken en verschillende perspectieven te horen om draagvlak te creëren voor deze verandering. De Ledenraad vroeg, mede op basis van eerdere ervaringen met governancewijzigingen, om meer tijd en betrokkenheid bij een ingreep van deze omvang. Die ruimte is gecreëerd in dit traject en werkte in de praktijk als randvoorwaarde voor draagvlak. Hierbij is het belangrijk geweest een vertegenwoordiging van de Ledenraad, met mandaat vanuit diezelfde raad, te betrekken bij de uitwerking. Belangrijke onderwerpen daarbij waren de rolverdeling tussen Ledenraad, RvT en directeur-bestuurder, omvang van de RvT en profielen, waar representatie werd belegd en in welke mate zittende bestuursleden over zouden gaan naar de nieuwe RvT.
De overgang naar het RvT-model werd juridisch verankerd in
aangepaste statuten en reglementen, die door de Ledenraad zijn vastgesteld en
notarieel zijn bekrachtigd. Voor de invoering van dit nieuwe model is een
gefaseerd overgangsplan uitgewerkt. Daarbij zijn onder meer een selectiecommissie
ingericht, de werving en selectie van de RvT uitgevoerd, functieprofielen
beschreven en leer- en ontwikkelafspraken met evaluatiemomenten vastgesteld
voor de verschillende gremia. Parallel daaraan zijn rollen,
samenwerkingsafspraken en vergaderschema’s van Ledenraad en RvT expliciet
vastgelegd en is communicatie richting stakeholders voorbereid. De transitie is
nadrukkelijk opgezet als leerproces, met ruimte voor evaluatie en bijstelling
op samenwerking, rolinvulling en werking van het model. Het succesvol
implementeren van een nieuw governancemodel vraagt om het leren werken in nieuwe
rollen, oefenen met rolvastheid en ander gedrag en gaat daarmee ook over
samenwerking, vertrouwen en teamdynamiek.
Het succesvol implementeren van een nieuw governancemodel vraagt om het leren werken in nieuwe rollen
Een nieuw governancemodel betekent ook grotere verantwoordelijkheid voor de beroepsorganisatie. In lijn met de uitkomsten van de oriëntatie en het toegenomen mandaat is vervolgens ook voor de beroepsorganisatie een organisatieontwerpproces doorlopen. Die aanpak bleek ambitieus en zou met oog op draagkracht van de organisatie ook kunnen worden gerealiseerd nadat het nieuwe governancemodel gereed was.
In een periode van anderhalf jaar is binnen de KNLTB stap voor stap toegewerkt naar besluitvorming en implementatie van een Raad van Toezicht-model. Uit dat proces komen lessen naar voren die ook voor andere sportorganisaties relevant kunnen zijn.
Dit artikel verscheen eerder in vakblad SPORT Bestuur en Management (editie 2-2026).
Foto's: KNLTB
Lees ook deze artikelen: