Waar de afgelopen maanden de schaatsers waren, daar was Remy de Wit, technisch directeur van schaatsbond KNSB. Zestig dagen jakkerde hij met ze mee over de ijsbanen van Noord-Amerika en Europa. Hij zag Femke Kok bij de wereldbekerwedstrijd in Salt Lake City een nieuw wereldrecord vestigen op de 500 meter en Jenning de Boo op dezelfde baan voor één keer de Amerikaanse veelvraat Jordan Stolz (die net als Tadej Pogačar in het wielrennen elke wedstrijd lijkt te kunnen winnen waar hij zijn zinnen op heeft gezet) verslaan in een bijna-wereldrecord. In een uitgebreid interview met vakblad Sport & Strategie blikt De Wit onder andere vooruit op de Winterspelen van Milaan/Cortina en de toekomst van het langebaanschaatsen.
Voor een technisch directeur van schaatsbond KNSB heeft Remy de Wit een bijzondere achtergrond: hij heeft geen schaatsverleden en je zult hem niet snel op het ijs vinden, keuvelend met deze of gene schaatser of coach. Hij beheerst de elementaire schaatstechnieken, maar dat is het dan ook. "Maar de schaatsers respecteren me er niet minder om. Ik pretendeer niet te weten hoe ze moeten schaatsen. Ze zouden het raar vinden als ik ineens technische opmerkingen zou maken. Of me zou gedragen als assistent van Rintje. Daar blijf ik dan ook ver van."
In zijn jeugd kon De Wit (50) meer dan gemiddeld tennissen. Als tiener uit Enkhuizen behoorde hij tot de subtop in Nederland. Maar zijn ouders scheidden en er was geen geld om tennisprof te worden en het ATP-wedstrijdcircuit in te gaan. De Wit stopte met tennissen en ging basketballen. Na een gescheurde kruisband was het ook met die topsportoptie gedaan. De Wit werd coach en coachte heel wat junioren- en eredivisieteams in het mannenbasketbal. Daarnaast werd hij onderwijzer en later directeur in het basisonderwijs.
Toen NOC*NSF in 2009 in Amsterdam een basketbalprogramma opzette voor talentvolle vrouwen in Amsterdam, werd De Wit een van de leidende coaches. Hij werd ook bondscoach, eerst van de junioren vrouwen, later van de senioren vrouwen. Na Amsterdam gaf hij enige jaren leiding aan de FSG sportcampus in Apeldoorn, thuisbasis van een aantal regionale sportteams, met geïntegreerde trainings-, huisvestings- en schoolfaciliteiten. In 2018 werd hij technisch directeur van de KNSB, als opvolger Arie Koops, die na de Olympische Spelen van Pyeongchang afscheid nam.
De Wit stuurt bij de KNSB vijf topsportdisciplines aan:
langebaan, shorttrack, marathon, inline en kunstschaatsen. Als technisch
directeur is hij daarnaast de directe werkgever van de bondscoaches Rintje
Ritsma en Niels Kerstholt. Ook overlegt hij namens de KNSB en samen met de technisch
directeuren van andere landen met de internationale schaatsfederatie ISU over
de reorganisatie van het mondiale wereldbekercircuit en het toevoegen van
nieuwe en het schrappen van nu nog bestaande disciplines.
"De ISU wil vernieuwen en is driftig op zoek naar wedstrijdformats die niet alleen in het stadion, maar ook op schermen en andere media genietbaar zijn"
Gesprekken met verstrekkende, want olympische, consequenties, aangezien het IOC meestal het wedstrijdprogramma van de internationale federatie volgt. Het langebaanprogramma voor Milaan staat vast, maar voor Albertville 2030 nog niet. De Wit: "De ISU wil vernieuwen en is driftig op zoek naar wedstrijdformats die niet alleen in het stadion, maar ook op schermen en andere media genietbaar zijn."
Aangezien de spanningsboog van de jonge generatie sportliefhebbers geen ruimte lijkt te laten voor wedstrijden van langer dan een paar minuten, zit met name de 10.000 meter voor mannen op de wip. Het is vrijwel zeker dat dit onderdeel in Albertville niet meer op het programma staat. "De ISU heeft veel moeite heeft met de 10 kilometer. Omdat het tijd vreet. Bovendien wil zowel ISU als IOC graag een mixed relay in het wedstrijdprogramma. Ook de teamsprint – met z'n drieën starten, de eerste rijdt 500 meter, gaat eraf, de tweede gaat er na 1000 meter af en de derde rijdt in zijn eentje de laatste 500 meter – gooit als nieuw onderdeel hoge ogen. Het ziet er flitsend en aantrekkelijk uit en is ook onder de schaatsers populair."
Dat betekent niet per se dat het daarmee is gedaan met de 10.000 meter. De Wit: "Het is een diepe wens van de KNSB om in het wereldbekercircuit weer buitenwedstrijden te rijden. Dat is voor de korte afstanden ingewikkeld. Die moet je onder dezelfde weersomstandigheden rijden, onafhankelijk van luchtdruk, wind en tegenwind. Maar de 10 kilometer kan prima in de buitenlucht. Voordeel is dat je dan ook de marathon als mogelijk wedstrijdonderdeel dichter naar je toehaalt."
"Dat is dus de optie die ik namens de KNSB in het overleg met de
ISU op tafel heb gelegd. Vooral om ook op lange afstanden het DNA van het
langebaanschaatsen in ere te houden: de strijd van man tegen man. De truc
is een format te vinden waarmee je zowel de 10 kilometer behoudt als het voor marathonrijders
interessant maakt om aan mee te doen."
"Het is een diepe wens van de KNSB om in het wereldbekercircuit weer buitenwedstrijden te rijden"
Marathons op kunstijs zoals in Nederland heb je elders niet, weet De Wit. "Maar er worden in het buitenland, zoals op de Weissensee en in Finland, wel lange afstandsevenementen georganiseerd waar behalve Nederlanders ook veel buitenanders aan meedoen. Je ziet in de sport aan de ene kant een trend naar kort, snel en flitsend. Maar ook een ontwikkeling naar sporten onder extreme omstandigheden. Zie Hyrox, trailrunning, gravelbiken en skiën en schaatsen over lange afstanden."
En er zijn in de wereld meer dan genoeg buitenlocaties die je bij vorst als openluchtbaan of -stadion kunt inrichten. "In 2018 organiseerde de Zwitserse bond een open kampioenschap afstanden op het Meer van Sankt Moritz. In Amsterdam hebben we al twee keer het Olympisch Stadion onder water gezet en er in 2018 zelfs een WK allround georganiseerd. Dat zouden we zo weer kunnen doen. Maar dan als locatie voor de 10 kilometer en de marathon. Er zijn nog een hoop uitdagingen voordat je een separaat openlucht EK of WK voor de lange afstanden van de grond hebt getrokken. Maar als we aan de voorkant al zeggen: dat kan niet, dan kom je nooit verder."
Na de Winterspelen gaat bondscoach Rintje Ritsma zelf op de grill: wil de KNSB met hem verder of niet? Zelf gaf Ritsma al te kennen graag nog een olympische cyclus door te gaan, tot en met de Spelen van 2030 in de Franse Alpen. "Ik ben erg blij met Rintje", zegt De Wit onomwonden. "Na Beijing (2022) deden we navraag bij schaatsers en coaches. Daar kwam Rintje als meest geschikte kandidaat uit naar voren. In het begin was het best ingewikkeld voor hem. Hij had niet eerder zo’n rol gehad. Maar hij heeft zich supergoed ontwikkeld. Hij was eerst wat rechtlijnig, nu is hij diplomatieker en politieker. Dat moet ook, gegeven het ecosysteem van het schaatsen, met commerciële teams die allemaal eigen belangen en schema’s hebben die lang niet altijd parallel lopen (een model dat ironisch genoeg dertig jaar geleden door Ritsma zelf in gang is gezet toen hij samen met Sanex de eerste commerciële schaatsploeg begon, red.). Rintje is gegroeid in zijn rol op en naast het ijs en in zijn contact met sporters. Maar de Spelen moeten nog komen. Dat is de toetssteen, ook voor mij."
Foto boven artikel: KNSB
Dit artikel is een ingekorte versie van een groter interview met Remi de Wit in vakblad Sport & Strategie (editie 6-2025).
Ga voor meer over dit nummer naar de vakbladpagina.