Vooral jongeren met een beperking sporten minder

NOC*NSF en Fonds Gehandicaptensport brengen met eerste Sportdeelname Index sportgedrag mensen met beperking in kaart

Met de Sportdeelname Index brengt NOC*NSF al langer maandelijks in kaart of en hoe de Nederlandse bevolking aan sport doet. Bij deze meting keek onderzoeksbureau Kantar tot voor kort niet specifiek naar de sportdeelname onder mensen met een beperking. In samenwerking met Fonds Gehandicaptensport heeft de sportkoepel daarom vorig jaar opdracht gegeven om deze doelgroep ook te gaan volgen. Uit de onlangs gepubliceerde eerste rapportage komt naar voren dat vooral jongeren met een beperking veel minder sporten.

De Sportdeelname Index voor mensen met een beperking wordt twee keer per jaar gemeten op basis van een panelonderzoek. De onderzoeksgroep bestaat uit 1036 Nederlanders in de leeftijd van 5 tot 80 jaar met een lichte, matige of zware beperking. Met vaste online vragenlijsten wordt hen gevraagd naar hun sportfrequentie, beweeggedrag, sporttak en de sportomgeving. Het eerste rapport vat de resultaten samen van de metingen van november 2021 en april 2022.

Grote verschillen

De verkregen cijfers over het sport- en beweeggedrag van mensen met een beperking worden afgezet tegen de cijfers van de totale Nederlandse bevolking (inclusief mensen met een beperking). Uit het rapport blijkt dat de verschillen groot zijn. Zo sportte in april 2022 48 procent van de mensen met een beperking minimaal één keer per week tegenover 61 procent van alle ondervraagde Nederlanders. Wanneer de cijfers worden opgesplitst naar leeftijdscategorie, zien we dat de wekelijkse sportdeelname met name onder jongere mensen met een beperking (5 tot 18 jaar en 19 tot 30 jaar) minder hoog is dan onder de totale Nederlandse bevolking uit deze leeftijdscategorieën (respectievelijk 46 en 33 procent voor jongeren met handicap en 75 en 63 procent voor de totale Nederlandse bevolking).

Met het panelonderzoek werd ook uitgevraagd wat mensen met een beperking (zowel niet-sporters als sporters) als belemmeringen ervaren om te sporten. De vijf voornaamste drempels zijn: (1) kosten voor beoefening sport, (2) het ontbreken van een sportmaatje, (3) angst voor pijn, (4) onduidelijk welke activiteiten leuk zijn en (5) angst voor reacties van anderen. Mensen met een beperking die wel sporten, beoefenen de volgende sporten het meest: wandelsport (19%), fitness (16%) en zwemmen (10%).

'Obstakelrace'

Voor Fonds Gehandicaptensport is de nieuwe Sportdeelname Index van groot belang in hun missie om te streven naar gelijkwaardige sportparticipatie tussen mensen met en zonder beperking. Met deze periodieke metingen wil het fonds de knelpunten die dat doel in de weg zitten beter in kaart krijgen. In een begeleidend persbericht brengt het fonds nog een kleine nuance aan over de grote verschillen binnen de onderzoeksgroep: "Bij een matige tot zware beperking is de uitdaging vele malen groter en het percentage sportparticipatie aanzienlijk kleiner. Sporten en bewegen met een matige tot zware beperking is als een obstakelrace waarbij iedere volgende barrière complexer en hoger wordt naarmate de beperking ernstiger wordt."

Ga voor het volledige rapport naar NOCNSF.nl