Van A-diploma tot zwemvaardigheid: zwemmen in cijfers

5 vragen over de zwemveiligheid in Nederland

Met de zomer in aantocht, trekken zwemliefhebbers niet alleen naar zwembaden, maar ook naar recreatieplassen en de zee. Een op de drie Nederlanders bezocht vorig jaar zomer een buitenzwemplek in Nederland. Kunnen zwemmen is in het waterrijke Nederland van levensbelang, maar hoe is het gesteld met de zwemveiligheid in Nederland? Het Mulier Instituut geeft antwoord op vijf vragen over zwemmen.

Hoeveel kinderen hebben een zwemdiploma?

Bijna alle kinderen in Nederland van 11 tot 16 jaar hebben een zwemdiploma. 97 procent heeft het A-diploma, drie kwart (78%) heeft een B-diploma en een derde van de kinderen heeft ook nog een C-diploma boven hun bed hangen.

Kinderen van ouders met een laag inkomen of een niet-westerse migratieachtergrond halen minder vaak een zwemdiploma dan kinderen van ouders met een hoog inkomen of een Nederlandse achtergrond. Kinderen hebben op steeds jongere leeftijd hun eerste zwemdiploma. In 2016 had 68 procent van de 6-7-jarigen tenminste het A-diploma, tegen 47 procent in 2012.

Zwemlesaanbieders zijn bezorgd dat kinderen na het behalen van hun zwemdiploma te weinig oefenen en te weinig zwemmen. 70 procent van de zwemlesaanbieders vindt dat kinderen na de zwemles te weinig zwemmen, waardoor hun zwemvaardigheid achteruitgaat.

Schoolzwemmen: gebeurt dat nog?

Zwemles via school: meer dan 25 jaar geleden was dat vanzelfsprekend, maar sinds schoolzwemmen in 1985 niet meer verplicht is gesteld door de Rijksoverheid, kunnen gemeenten zelf kiezen of ze schoolzwemmen ondersteunen. In 1991 werd schoolzwemmen op 90 procent van de basisscholen aangeboden. Tegenwoordig biedt een derde van de basisscholen (32%) en gemeenten (30%) schoolzwemmen aan.

Met name grote gemeenten bieden nog schoolzwemmen aan. De grote steden in Nederland – Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag in het bijzonder – investeren jaarlijks grote bedragen in schoolzwemmen, met als belangrijkste reden om kinderen de basisschool met minimaal een A-diploma te laten verlaten. De algehele indruk is dat veel minder kinderen in deze gemeenten zonder het schoolzwemmen zwemvaardig zouden zijn.14 procent van de 6-16-jarigen behaalt het A-diploma uitsluitend via het schoolzwemmen. Deze kinderen komen vaker uit een gezin met een laag inkomen en/of hebben een migrantenachtergrond.

De belangrijkste redenen voor gemeenten om schoolzwemmen niet te ondersteunen zijn een gebrek aan financiën, dat kinderen al een diploma hebben of dat het ten koste gaat van lestijd. Steeds meer gemeenten, die bijna altijd zorgen voor de subsidie aan schoolzwemmen, verwachten in de toekomst minder in schoolzwemmen te investeren of het schoolzwemmen af te schaffen. Het belang van schoolzwemmen wordt echter nog steeds gezien: 79 procent van de bevolking geeft aan dat schoolzwemmen weer verplicht aangeboden zou moeten worden op de basisschool.

Wat kan een gemeente doen om zwemvaardigheid te stimuleren?

Gemeenten kunnen via een gemeentelijke regeling of een landelijke regeling de zwemvaardigheid stimuleren. Stimuleringsregelingen worden met name ingezet om de zwemvaardigheid te bevorderen van kinderen in de basisschoolleeftijd, waarvan de ouders een inkomen hebben dat valt onder een bepaalde inkomensgrens. Dat is meestal een percentage tussen de 110-130 procent van de bijstandsnorm. De vergoeding die zij uit deze regelingen ontvangen bestaat in de meeste gevallen uit een financiële vergoeding tot een bepaald bedrag per jaar of uit de financiering van het volledige A-diploma.

Bijna alle Nederlandse gemeenten (96%) hebben een stimuleringsregeling voor zwemvaardigheid beschikbaar, maar hoe daar lokaal invulling aan wordt gegeven verschilt per gemeente. In de gemeentelijke stimuleringsregelingen is een grotere diversiteit te zien in doelgroepen en vergoeding dan bij de landelijke regelingen. Zo wordt in de gemeentelijke regelingen ook ingezet op zwemvaardigheid van volwassenen en/of van migrantengroepen en bestaat de vergoeding vaker uit een subsidie voor een groter deel van het diplomatraject. Gemeenten zijn over het algemeen tevreden over de inzet van de stimuleringsregelingen en hebben het idee dat door de inzet van de regelingen een grotere groep inwoners zwemvaardig is.

Zijn cijfers bekend over het aantal verdrinkingen in Nederland?

Het aantal verdrinkingen met dodelijke afloop in Nederland is sinds 1950 sterk afgenomen. In 1950 was sprake van 5,1 verdrinkingen op 100.000 inwoners, in 2017 was dit gedaald naar 0,5 op 100.000 inwoners. Verdrinkingen komen met name voor bij jonge kinderen (0-5 jaar), ouderen (65+), mannen, en mensen van niet-westerse komaf. Vooral in de leeftijd 0-5 jaar is de afgelopen twintig jaar een sterke daling van verdrinkingsgevallen te zien.

Overigens is zwemvaardigheid niet alleen van belang ter voorkoming van verdrinkingen. Het is vereist om bepaalde beroepen te kunnen uitoefenen (denk bijvoorbeeld aan werken bij de politie en de brandweer) en een voorwaarde voor het veilig deelnemen aan activiteiten als vissen, zeilen en roeien.

Voelen Nederlanders zich veilig in het water?

De meeste Nederlanders voelen zich veilig bij het recreëren in of bij buitenzwemplekken. Zij zijn over het algemeen bewust van de gevaren van een buitenzwemplek en zijn niet direct bang dat er iets mis gaat wanneer zij zwemmen of recreëren bij een buitenzwemplek. Meer dan de helft van de Nederlanders (60%) vindt het wenselijk dat bij officiële buitenzwemplekken toezicht aanwezig is.

De meeste bezoekers zien in dat een goede zwemvaardigheid vereist is voor het zwemmen bij een buitenzwemplek en vinden dat kinderen onder de 12 jaar door een volwassene moeten worden begeleid als zij in buitenwater zwemmen.

Nederlanders herkennen dat zwemmen in meer complexe situaties vraagt om meer gevorderde zwemdiploma’s. Voor overdekte zwembaden zonder stromingen of glijbanen acht één op de tien (8%) een C-diploma noodzakelijk om daar veilig in te kunnen zwemmen. Voor natuurlijk zwemwater is dat een kwart (26%) en voor zwemmen in de zee acht de helft (52%) minimaal een C-diploma noodzakelijk. Drie kwart (72%) van de Nederlanders is het eens met de stelling ‘zwemmen verleer je nooit’; tegelijk geeft meer dan de helft (57%) van de bevolking aan dat het belangrijk voor de zwemvaardigheid is om regelmatig te zwemmen.

Meer weten over zwemmen? Bekijk de pagina 'leren zwemmen' op mulierinstituut.nl, de site van NL Zwemveilig of neem contact op met Corry Floor.