Hoe kan voetbalcommentaar het integratiedebat beïnvloeden?

Europees onderzoek naar de rol van stereotyperingen

In het integratiedebat is sport in de media een onderbelicht thema. Dat stelt onderzoeker Jacco van Sterkenburg van de Erasmus Universiteit te Rotterdam en gastonderzoeker van het Mulier Instituut. In een groot Europees onderzoek gaat Van Sterkenburg kijken naar de invloed en productie van betekenissen aan huidskleur en etniciteit in voetbal op televisie. Ook gaat hij onderzoek doen naar de mogelijke invloed van stereotyperingen in voetbalcommentaar op de beeldvorming rond multi-etniciteit. Daar kunnen sportbonden nog lering uit trekken, denkt Van Sterkenburg.

Van Sterkenburg deed eerder al onderzoek naar hoe voetbalfans en voetbaljournalisten spelers van verschillende etnische achtergronden beoordelen. Hij bekeek daarbij of fans en sportjournalisten anders kijken naar spelers met verschillende achtergronden. Naar de inhoud van sportcommentaar is internationaal al relatief veel onderzoek gedaan. "Uit de inhoud van wat die journalisten verslaan blijkt vaak dat bepaalde stereotypen stelselmatig terugkomen. Dat gaat op een bijna speelse manier: een zwarte speler wordt geroemd om fysieke kwaliteiten en een witte speler om zijn leiderschap op het veld. Dat zie je veel terugkomen in internationaal onderzoek, ook onder Nederlandse fans."

Onbewust

Dat is volgens de onderzoeker niet vreemd, want in de sociologie is al langer bekend dat mensen nu eenmaal raciale en etnische stereotyperingen gebruiken. "Mensen zijn zich daar vaak niet van bewust. Het kan heel goed zijn dat er stereotyperingen in voetbalverslagen zitten, maar dat journalisten zich daar niet bewust van zijn. Zij bereiken vervolgens miljoenen mensen met hun commentaar." Dat voetbaljournalisten een homogene groep vormen van voornamelijk witte mannen, maakt het voor Van Sterkenburg een extra interessant onderzoeksgebied.

Blinde vlek bij journalisten

Naar aanleiding van zijn eerdere onderzoek ging hij al eens in debat met sportjournalisten. "Dan merkte ik dat er fel werd gereageerd: 'Ik doe dat helemaal niet', 'Misschien anderen wel' of: 'Ik vind het niet zo'n relevant onderwerp'. Dat triggerde mij om ook onder journalisten onderzoek te doen. Ik denk dat journalisten vakmensen zijn, tocht lijkt dit onderwerp een blinde vlek te zijn."

Als Van Sterkenburg uitlegde dat het hem niet om 'naming en shaming' gaat, nam de defensieve houding af. "Ik noem ook nooit namen van journalisten. Het gaat mij om het algemene beeld. Ik denk dat het vaak onbewust gaat. Als ik uitleg dat iedereen dat doet, maar dat zij wel anders zijn omdat ze een miljoenenpubliek bereiken, dan zijn ze minder defensief. Ze hebben wel een bepaalde verantwoordelijkheid."

"Ik denk dat journalisten vakmensen zijn, tocht lijkt dit onderwerp een blinde vlek te zijn"

Jacco van Sterkenburg

Het onderzoek dat Van Sterkenburg nu is gestart heeft hij afgebakend tot voetbal op tv met de meeste kijkers. "Dan kom je snel uit bij wedstrijden van het Nederlands elftal in de eindrondes en de wekelijkse samenvattingen." Het onderzoeksproject beperkt zich niet tot Nederland, want ook in Spanje, Engeland en Polen worden stereotyperingen in het voetbalcommentaar onderzocht. Voor deze Europese opzet ontving Van Sterkenburg een NWO-beurs van 800.000 euro. Als onderzoeksleider doet hij zelf onderzoek en stuurt hij de promovendi in de genoemde landen aan.

'Whiteness' in Europa

Nederland is volgens Van Sterkenburg wetenschappelijk gezien te beperkt om conclusies te trekken over begrippen als etniciteit en het in de VS veel gebruikte 'whiteness'. In een samenleving die gekenmerkt wordt door 'whiteness' vormen de normen en waarden van de blanke bevolking de standaard, andere culturen worden, vaak impliciet, als minderwaardig gezien. Zo zijn verschillende kenmerken van 'whiteness' nog zichtbaar in de Amerikaanse sportwereld. Denk bijvoorbeeld aan teamnamen, logo's en mascottes. Van Sterkenburg gaat onder meer onderzoeken in welke mate 'whiteness' en etniciteit in Europa een rol spelen. "Ik heb het idee dat die begrippen toch een andere invulling krijgen in Europa dan in Amerika."

De landen zijn gekozen om een verscheidenheid in het onderzoek te krijgen. Nederland en Engeland hebben bijvoorbeeld een koloniale geschiedenis, terwijl in Polen witte Oekraïners de minderheid zijn. "Spanje is weer interessant omdat het pas recent veel migranten heeft binnengekregen, dat heeft misschien ook andere gevolgen."

In gesprek met sportbestuurders

Met dit onderzoek wil Van Sterkenburg onderzoeken of en hoe stereotyperingen in voetbalcommentaar doorwerken in de beeldvorming, zowel bij voetbalfans als journalisten. Met de resultaten zal hij in eerste instantie naar sportmedia gaan om in debat te gaan, maar hij sluit niet uit dat hij ook met sportbestuurders in gesprek gaat. Hij verwacht namelijk dat hij voor bonden ook interessante inzichten heeft. Voor een andere studie heeft hij coaches en bestuurders met een minderheidsachtergrond geïnterviewd. Zij gaven aan dat ze moeilijker aan een baan komen kwamen als sportcoach of bestuurder. "Eén van de redenen die zij noemden is dat ze last hebben van een bepaalde beeldvorming: ze worden gezien als goede atleten, maar niet als goede bestuurders."

"Capabele sportcoaches en bestuurders worden niet gezien, omdat sportbesturen zich te eenzijdig laten leiden door beelden die ze al hebben"

Jacco van Sterkenburg

Diversiteitsbeleid

Volgens Van Sterkenburg vormen sportbestuurders ook een vrij homogene groep met voornamelijk witte mannen. "Op het moment dat die beeldvorming leeft en ook wordt versterkt door de media dan moet je het gesprek aangaan met bonden: wie zitten er nu in de besturen en wat zijn de kansen voor mensen met een andere huidskleur?" De geïnterviewde coaches gaven juist aan benadeeld te worden door hun huidskleur. "Capabele sportcoaches en bestuurders worden niet gezien, omdat sportbesturen zich te eenzijdig laten leiden door beelden die ze al hebben, onder andere op basis van stereotypen." Met de verkregen inzichten over het ontstaan van beeldvorming, verwacht Van Sterkenburg dat bonden hun diversiteitsbeleid kunnen optimaliseren.