Het mysterie van het vrouwentopsporthart ontrafeld

Sportcardioloog Harald Jørstad onderzocht verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke topsporters

In medisch-wetenschappelijk onderzoek groeit de laatste jaren de aandacht voor de verschillen tussen mannen en vrouwen. In het onderzoek naar het sporthart waren vrouwen tot voor kort nog onderbelicht. Een samenwerking tussen NOC*NSF en Amsterdam UMC onder leiding van sportcardioloog Harald Jørstad heeft daar verandering in gebracht. Zijn onderzoek bracht gelijk een belangrijk verschil aan het licht: het vrouwenhart verandert anders door topsport dan het mannenhart. "Doordat we de zwaarst belaste harten in beeld hebben, kunnen we beter onderscheid maken tussen een gezond sporthart en een beginnende hartziekte."

Het onderzoeksproject van Harald Jørstad begon vanuit de wens om beter te begrijpen hoe het hart zich gedraagt en aanpast door sport. "We weten natuurlijk dat het gezond is om te sporten, maar zou je ook zoveel kunnen sporten dat het nadelig is voor je hart? Die vraag wordt vaker gesteld als we weer een kerngezond ogende sporter op het veld zien neervallen of als we horen over een sporter met een hartritmestoornis. Dan krijg je het gevoel: we begrijpen niet waar de grens ligt tussen veilig kunnen sporten en wanneer het te veel wordt."

Volle breedte

Om die reden zijn al allerlei screenings opgezet door clubs, bonden en internationale federaties. Die testen lopen uiteen in de uitvoering en wat ze in kaart brengen. En die screenings zijn niet honderd procent waterdicht gebleken. NOC*NSF wilde door een aantal gevallen van sporters met hartziektes kritisch kijken naar die testen. Dat viel samen met de start van Jørstad met zijn sportcardiologie onderzoeksgroep aan Amsterdam UMC. "We kwamen tot de conclusie: natuurlijk moeten we goed screenen, maar het is minstens even belangrijk dat we slimmer worden van de data over sportharten. Daarmee kunnen we de hele groep sporters verder helpen, niet alleen de topsporter."

"We moeten goed screenen, maar het is minstens even belangrijk dat we slimmer worden van de data over sportharten"

Harald Jørstad - Sportcardioloog Amsterdam UMC

Bij het onderzoek werd bewust naar topsporters gekeken, legt Jørstad uit. "We kijken naar de zwaarst belastte harten als een soort model van de ultieme grens van hoe zwaar we een hart kunnen belasten, hoe gedraagt zich dat? Wanneer kan het te veel worden?" Om een goed beeld te krijgen, wilden de onderzoekers in de volle breedte naar topsportharten kijken. "Maar daarbij wilden we graag een goede representatie van vrouwensporters hebben, want we zagen heel duidelijk dat daar een kennishiaat lag."

Nieuwe inzichten

In de afgelopen zes jaar zijn ruim zevenhonderd Nederlandse topsporters onderzocht met een MRI van het hart. Het aandeel vrouwen in de onderzoeksgroep lag daarbij steeds rond de veertig-vijftig procent, zegt Jørstad. "Dan kwam er weer een elftal binnen en dan zaten we op meer dan de helft vrouw. Het is fantastisch dat we zoveel sporters bereid hebben gevonden mee te doen. We merkten ook dat de atleten het belang van dit onderzoek in zagen."

Hoewel zes jaar lang klinkt, is dat voor een wetenschappelijke studie nog vrij kort, verzekert de van oorsprong Noorse sportcardioloog. Evengoed zagen ze al vrij snel overeenkomsten en duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen. Om die nieuwe inzichten goed uit te leggen, moet Jørstad eerst toelichten hoe tot dusver in de wetenschap over het sporthart werd gedacht. "We denken vaak bij sport aan twee belangrijke factoren die beïnvloeden hoe je hart zich aanpast op inspanning. Bij duursport wordt het volume groter, het hart wordt wijder, want het moet meer bloed rondpompen. Bij gematigde inspanning pomp je 20 liter erdoorheen en er zijn sporters die zelfs heel kort 40 liter kunnen rondpompen. In de oude kaders dachten we dat krachtsporters niet zoveel bloed hoeven rond te pompen. Zij moeten vooral heel kort een hoge bloeddruk aankunnen. Daardoor dachten we dat het hart dikker zou worden." Bij duursporten als roeien, schaatsen en wielrennen komt ook een behoorlijke krachtcomponent kijken, met bijvoorbeeld continue druk op de benen. "Bij die sporters zie je de grootste aanpassing: het hart wordt behoorlijk wijd, de massa neemt ook toe en de wanddikte neemt een klein beetje toe."

Vergelijkingen maken

Tot zover de oude kaders in de sportcardiologie. Jørstad: "Die zijn eigenlijk nagenoeg uitsluitend op mannen ontwikkeld. Daar komt nog bij dat in de oude studies mannen voorkwamen die waarschijnlijk anabolen hadden gebruikt, dus misschien hebben we overschat dat de wanden van het hart echt dikker werden. Een andere kanttekening is dat in veel oude studies echo’s zijn gebruikt, terwijl een MRI van het hart een betere precisie geeft. Hoewel wij ook echo’s zijn gaan maken bij vrouwen, zijn we ook meteen MRI’s gaan maken – en daar zagen we direct heel interessante resultaten uitrollen."

"De oude kaders in de sportcardiologie zijn nagenoeg uitsluitend op mannen ontwikkeld"

Harald Jørstad

Hij moet daarbij opmerken dat in het onderzoek geen duizenden vrouwelijke topsporters zijn opgenomen. "We hebben evengoed tweehonderd vrouwen nauwkeurig kunnen onderzoeken en vergelijkingen kunnen maken tussen topsportharten en ‘gewone’ harten. Wat we daar zagen? Bij vrouwen die aan topsport doen, worden vooral de hartkamers wijder. Terwijl de hartspier maar beperkt dikker wordt en het hartweefsel verder normale kenmerken bevat. Bij een mannelijk sporthart is dat anders: de hartspier is juist vaker dikker dan de hartspier van een ‘gewoon’ hart." Dat de wanddikte van het vrouwentopsporthart nauwelijks buiten de normale range viel, is volgens Jørstad een belangrijke constatering. "Toename van wanddikte is een typisch kenmerk van hartspierziektes. Dus dan moet je heel goed weten wat normaal is om een sporthart niet weg te zetten als een ziek hart."

Verschillende vormen

Bij een hartspierziekte (cardiomyopathie) functioneert de hartspier minder goed. Het hart kan daardoor minder krachtig samentrekken of onvoldoende ontspannen, waardoor de pompfunctie van het bloed door het lichaam vermindert. In de cardiologie worden verschillende vormen van cardiomyopathie onderscheiden met verschillende kenmerken en oorzaken, zoals een verzwakte of verwijde hartspier of een te stug hart dat niet goed ontspant. Een duidelijk kenmerk van cardiomyopathie is dat de hartspier of te dik kan worden, te wijd, of dat de verwijding met name aan de rechterkant zit van het hart. Een voorbeeld hiervan is de aritmogene cardiomyopathie (ACM of ook wel ARVC). Bij deze aandoening wordt het spierweefsel vaak aan de rechterkant deels vervangen door vet- of bindweefsel.

Jørstad: "Kenmerkend hiervan is dat de rechterkamer wijder wordt en dat het samen kan gaan met levensbedreigende hartritmestoornissen. We zien bij alle sporters die wij hebben onderzocht dat de linker- en rechterkamer wijd worden en bij mannen wordt de wand dikker. Dat laatste zien we dus helemaal niet bij vrouwen. Dus als je daar een wanddikte ziet van 12 millimeter, moet je je afvragen of dat normaal is. Hoort dat bij een ziek hart of een sporthart? Terwijl, als je ziet dat een hart meer volume krijgt met mooie dunne wanden, je die niet moet uitboeken als een hartziekte. Dan moet je zeggen: dit is een vrouwelijk topsporthart."

Grijze zone

Dit is de grijze zone in zijn vakgebied, zegt Jørstad. "Een van de grote uitdagingen in de sportcardiologie is om een sporthart te onderscheiden van een ziek hart, daar hebben wij nu echt een bijdrage aan geleverd. We helpen vrouwen correct te diagnosticeren als gezond of juist als subtiel beginnend ziek." Als bij een vrouwelijke sporter de wand van het hart te dik wordt, is dat een aanwijzing voor een beginnende hartspierziekte. "Dat wil je op tijd weten, want sommige inspanningen moet je met die ziektes juist wel of niet leveren. En andersom: stel je zegt: dit is geen sporthart, maar een ziek hart, dan ga je een olympiër het advies geven om niet meer topsport te bedrijven en beëindig je mogelijk onterecht een carrière. Dat is ook een ramp voor het individu."

"Een van de grote uitdagingen in de sportcardiologie is om een sporthart te onderscheiden van een ziek hart"

Harald Jørstad

Om beter te begrijpen hoe het hart zich door sport aanpast, werd in het onderzoek ook naar verschillende type sporters gekeken. Daarbij werd een onderscheid gemaakt tussen kracht- en technieksport (zoals turnen) en duursport (zoals wielrennen). Door die uitsplitsing zagen de onderzoekers dat een toename in wanddikte bij vrouwelijke krachtsporters helemaal niet terug is te zien. De meest uitgesproken verandering zagen ze bij vrouwelijke duursporters, zoals wielrensters. Zij hebben grotere hartkamers en meer hartspiermassa dan krachtsporters. Die uitsplitsing in type sporter laat zien dat de mate waarop het hart van topsporters zich aanpast ook afhankelijk is van het type belasting.

Harten van wereldrecordhouders

Al deze nieuwe kennis over het vrouwentopsporthart kan volgens Jørstad helpen om sporters beter te begeleiden en te beschermen. "Het allerbelangrijkste is dat we goed herkennen wat normaal is en wat subtiele ziekte is. We hebben een bandbreedte gegeven van wat normaal is voor een sporthart. Dat doen we aan de hand van de sportharten die het zwaarst in de wereld belast zijn. Daar zitten vrouwen bij die gouden medailles hebben gehaald en wereldrecords hebben gevestigd. Dus dat zijn harten die iets doen wat op dat moment nooit eerder is gedaan!"

Het is niet zo dat de sportmedische screening zoals we die nu kennen op de schop moet, denkt Jørstad. “Ik zie dit onderzoek met name als een investering in de kennis voor de specialisten die naar de hartplaatjes kijken. We hoeven geen nieuwe screening of meting te ontwikkelen: je moet alleen zorgen dat je de goede cijfers in je hoofd hebt op het moment dat je naar zo’n vrouwenhart kijkt.” Deze kennis kan daardoor al snel in gebruik genomen worden door sportcardiologen en sportartsen. Jørstad verwacht dat hartscreenings hiermee ook beter worden, omdat het onderscheid tussen een ziek en gezond sporthart beter valt te maken.

Goud na een hartinfarct

Voor trainer-coaches is het eveneens goed dat zij de verschillen tussen het vrouwen- en mannenhart kennen. Belangrijker vindt Jørstad dat topsporters op tijd worden doorverwezen naar medisch specialisten. "Uit dit hele onderzoeksprogramma is gebleken dat als we weten wat er speelt bij een sporter met klachten, dat goed in de gaten kunnen houden en educatie kunnen geven, we ook mensen met een hartziekte veel beter topsport kunnen laten blijven doen. Baanwielrenster Shanne Braspennincx is hier een goed voorbeeld van. Zij had een hartinfarct en heeft daarna goud gewonnen op de keirin. Dertig jaar geleden dachten we nog: hartpatiënten moeten we twee maanden in bed houden, nu zijn we totaal gedraaid. Zelfs na een hartinfarct kun je dus olympisch goud halen in een van de zwaarste disciplines van het baanwielrennen."

Jørstad merkt dat sportmedisch specialisten vaak een sluitpost zijn van de begroting van clubs of bonden. "Dat moet het niet zijn. Het hoeft niet veel te kosten. Je moet als coach in een netwerk zitten en weten waar de expertise ligt. Je moet vooral specialisten hebben die rekening houden met de verschillen tussen mannen en vrouwen." In de topsport wordt nog extra specifieke kennis gevraagd, maar ook daar kan een coach al signalen oppikken. "Als je merkt dat een sporter niet meer mee kan of als je gekke waardes ziet op een hartslagmeter, kun je schakelen met fysio’s of clubartsen. Een coach moet zich realiseren wat de toegevoegde waarde is van een medisch netwerk met sportcardiologen die op de hoogte zijn van de laatste inzichten."

Vervolgonderzoek

Het onderzoeksteam van Jørstad gaat ondertussen onvermoeibaar door met onderzoek naar het sporthart. Hoewel zij een belangrijk puzzelstukje in het mysterie van vrouwentopsport hebben gelegd, wil hij bescheiden blijven. "We moeten als wetenschappers nooit denken dat we de waarheid in pacht hebben. Ik denk ook dat goed onderzoek meer vragen oplevert dan het beantwoordt. Wat we bijvoorbeeld verder moeten onderzoeken: is het op basis van hormonen dat we die verschillen zien tussen vrouwen- en mannenharten? Dat is een eerste reflectie. Als je daar induikt, kom je erachter dat er nog geen onderzoek is gedaan dat rekening houdt met de cyclus van een vrouw en de effecten op een sporthart. Of is het de genetische achtergrond wat bepaalt of een hart groot wordt of niet?"

Dankzij het nieuwe FIT-HEART consortium, gefinancierd door de Hartstichting, kunnen onderzoekers van Amsterdam UMC en het UMC Utrecht de vrouwelijke topsporters uit de eerdere studie ook nog volgen na hun carrière. In ander vervolgonderzoek wil Jørstad verder kijken naar verschillen tussen mannen en vrouwen binnen disciplines. "We willen nu bijvoorbeeld vrouwelijke en mannelijke voetballers matchen op onder andere leeftijd om te kijken of die harten vergelijkbaar zijn. Dat is een ingewikkelde analyse waar we veel data voor nodig hebben, maar wel interessant om dat soort directe vergelijkingen te maken binnen elke sport. Dat vertelt ons iets basaals over geslachtsverschillen. Dat is superspannend en uitdagend: bij wielrennen heb je ook weer allerlei disciplines. Het blijft belangrijk om zowel mannen als vrouwen in een analyse te hebben, omdat je toch subtiele en soms grote verschillen vindt. En dat vult steeds meer gaten in onze kennis."

Beeld: Shutterstock

Dit artikel verscheen eerder in de vakblad NLCOACH (editie 3-2025)