Stijging gemeentelijke netto-uitgaven aan sport zet door

Mulier Instituut publiceert de ‘Monitor sportuitgaven gemeenten 2024’

© Sjoerd Memelink / Shutterstock.com

De netto-uitgaven aan sport van Nederlandse gemeenten waren in 2024 1,4 miljard euro. Dat is 9 procent meer dan een jaar eerder. Na verrekening van de inflatie is het verschil 6 procent. Dat blijkt uit de Monitor sportuitgaven gemeenten 2024 van het Mulier Instituut. Deze jaarlijkse rapportage maakt duidelijk dat de stijging van de netto-sportuitgaven van gemeenten doorzet en dat grootschalige bezuinigingen op sport uitbleven.

Gemeenten zijn zoals bekend een van de grote financiers van de Nederlandse breedtesport. Het gaat daarbij om het investeren in buurtsportcoaches en het verstrekken van subsidies voor sportstimulering. Een groot deel van het sportbudget van gemeenten gaat naar de infrastructuur met sportvelden, sporthallen en zwembaden. Als exploitant van een groot deel van die sportaccommodaties dragen gemeenten via gesubsidieerde huurtarieven bovendien bij aan het betaalbaar houden van de sport. Vanwege die sleutelrol die gemeenten spelen, onderzoekt het Mulier Instituut al sinds 2025 de ontwikkelingen in de gemeentelijke sportuitgaven. Met de 'Monitor sportuitgaven gemeenten' wordt jaarlijks over dat onderzoek gerapporteerd.

In de nieuwste editie van de Monitor zijn de cijfers van het kalenderjaar 2024 toegevoegd aan de reeks van de gemeentelijke sportuitgaven. In dat jaar gaven gemeenten in totaal 2 miljard euro uit aan sport en ontvingen ze 663 miljoen euro aan inkomsten uit sport. De gemeentelijke netto-sportuitgaven kwamen daarmee uit op 1,4 miljard euro. Drie kwart van de netto-uitgaven aan sport in 2024 ging naar sportaccommodaties. Dat was in 2023 ook het geval. De rest ging naar sportbeleid en activering.

Tussen 2023 en 2024 stegen de sportuitgaven met 3 procent en daalden de sportinkomsten met 9 procent. De netto-sportuitgaven (uitgaven – inkomsten) stegen in die periode met 9,4 procent. Na verrekening van de inflatie van dat jaar (3,3 procent) zien de onderzoekers een reële stijging in de netto-sportuitgaven (+5,9 procent) en een een reële daling voor de sportuitgaven (-0,5%) en sportinkomsten (-11,7%).

Grote verschillen tussen gemeenten

Per inwoner gaven gemeenten in 2024 netto 77,3 euro uit aan sport. In 2023 was dat 71,3 euro. Er gaat dus netto 6 euro per inwoner extra naar sport. Tussen gemeenten zijn grote verschillen zichtbaar. Zo bedroegen de netto-sportuitgaven in 2024 minimaal 1,6 euro en maximaal 246,1 euro per inwoner. Stedelijke gemeenten gaven per inwoner ook meer uit aan sport dan niet-stedelijke gemeenten. Dat verschilt was netto 13,3 euro per inwoner. De hoogste netto-sportuitgaven per inwoner zijn te zien in studentensteden (93 euro per inwoner in 2024) en de laagste in welvarende woongemeenten (59,2 euro per inwoner in 2024).

Verschuiving 'ravijnjaar' naar 2028?

In een korte reflectie constateert onderzoeker Peter van Eldert dat de stijging van de gemeentelijke netto-sportuitgaven doorzet, ook na verrekening van de inflatie. "Hiermee bleven grootschalige gemeentelijke bezuinigingen op sport wederom uit. Bovendien geeft de begroting voor 2025 een positieve vooruitblik: de netto-sportuitgaven van gemeenten lijken in 2025 verder te stijgen". Toch hebben gemeenten zorgen over het uitblijven van bezuinigingen op de lange termijn. "Gemeenten voorzagen voor 2026 een financieel ravijnjaar, wat mogelijk ook een weerslag op de gemeentelijke sportbegroting heeft. Extra middelen vanuit het Rijk zorgen inmiddels voor minder negatieve vooruitzichten voor 2026 en 2027, maar volgens sommigen verschuift het ravijnjaar hierdoor slechts, naar 2028."

Tot slot benoemt Van Eldert een ander probleem: de sport en met name sportaccommodaties vragen langdurige investeringen, terwijl de specifieke uitkeringen vanuit het Rijk niet altijd over een lange periode doorlopen. "Zo is de SPUK Sport recent verlengd tot de zomer van 2027 (Tielen, 2025), maar blijft het voortbestaan van deze regeling voor de langere termijn onzeker. Deze onzekerheid kan ervoor zorgen dat gemeenten terughoudender zijn om investeringen op de lange termijn te doen. In de komende jaren gaan we zien of de zorgen onder gemeenten uitkomen en de gemeentelijke sportbegroting geraakt wordt door bezuinigingen", besluit de onderzoeker zijn reflectie.

Lees de ‘Monitor Sportuitgaven gemeenten 2024’ bij het Mulier Instituut.