Venlo is voorloper op het gebied van circulair bouwen en cradle-to-cradle. Dat liet de gemeente zien op het jaarcongres van Vereniging Sport en Gemeenten, dat afgelopen jaar in Venlo plaatsvond. Twee sprekende voorbeelden werden daar belicht: het Holland Casino Venlo, dat volgens cradle-to-cradle-principes is gerealiseerd, en het nieuw te bouwen zwembad De Wisselslag in Blerick. Uit beide blijkt waarom het zo belangrijk is om nadrukkelijk in te zetten en wat dan mogelijkheden zijn. Kennis en kunde waarvan ook in de sport veel kan worden geleerd.
Het principe van cradle-to-cradle (C2C) is gebaseerd op het idee dat materialen en producten zó moeten worden ontworpen dat ze oneindig kunnen worden hergebruikt, zonder kwaliteitsverlies en zonder negatieve effecten op mens of milieu. In deze denkwijze bestaat afval eigenlijk niet, producten zijn volledig recyclebaar en bij voorkeur upcyclebaar: te hergebruiken tot een kwalitatief beter product. Vooral de bouwsector kan winst behalen met deze ontwerpfilosofie. Waar traditionele bouw vaak nog uitgaat van een lineair proces – produceren, gebruiken en uiteindelijk weggooien – draait C2C om gesloten kringlopen. Dit betekent bewust kiezen voor materialen die eindeloos kunnen worden hergebruikt en niet na afschrijving op de afvalberg belanden. Daarnaast moet energie hernieuwbaar zijn en water slim worden beheerd. De voordelen van deze manier van bouwen zijn onder andere het besparen van grondstoffen en energie, het verminderen van afval en kosten voor afvalverwerking en het leveren van een gezondere en duurzamere leef- en werkomgeving.
Foto onder:
De bloemvorm van het Holland Casino Venlo is
geïnspireerd op de omgeving.
Venlo was een van de eerste gemeenten in Nederland die deze ontwerpfilosofie als stedelijke strategie omarmde. Het eerste gebouw dat de gemeente volgens cradle-to-cradle-principes liet ontwerpen, was het in 2016 geopende Stadskantoor. Twee sportzalen volgden en momenteel wordt volgens deze principes een nieuw zwembad gebouwd.
Tijdens het jaarcongres van VSG werden de plannen voor het
zwembad gepresenteerd en toegelicht. Bovendien konden de congresgangers de
toepassing van de ontwerpfilosofie in de praktijk bekijken door een bezoek aan
het Holland Casino Venlo. De nieuwe vestiging van Holland Casino, opgeleverd in
2021, geldt als een van de meest ambitieuze voorbeelden van
cradle-to-cradle-bouwen in Nederland.
Bij cradle-to-cradle bestaat afval niet, producten zijn volledig recyclebaar en bij voorkeur upcyclebaar
Het casino werd gebouwd op het industrieterrein Trade Port Noord, een locatie even buiten het stadscentrum. De gemeente ontwikkelt dit gebied tot een grootschalig duurzaam bedrijventerrein met C2C als overkoepelend principe. Dat Holland Casino deze ontwerpfilosofie integreerde bij de bouw van haar nieuwe vestiging, had dus mede te maken met de lokale ambities.
MVSA Architects, in samenwerking met onder andere
interieurarchitect Gensler en Arcadis, ontwierpen het gebouw als organisme. Dit
concept is mede gebaseerd op biomimicry-principes: bouwen met de natuur als
voorbeeld. Dit vertaalt zich zowel in het functioneren als in de vorm van het
gebouw. De vorm refereert aan een bloem. Het dak lijkt op een groot blad en de houtconstructie
die dit dak draagt, wordt gezien als de stengel. Deze imposante houten ‘stengel’
is 25 meter hoog en heeft een diameter van 3,2 meter. De buitenruimte
is de bodem waaruit de bloem oprijst.
Doordat de waarde van de materialen inzichtelijk wordt gemaakt, bevordert dit het waardebehoud van deze materialen bij een toekomstige renovatie of sloop
Daarnaast absorbeert het gebouw lucht, water en energie zoals een organisme dit ook doet. Via het dak vangt de enorme bloemkelk in het centrale atrium het hemelwater op. De gevels functioneren als huid die – net als een plant – reageert op zonlicht. Dit geheel is verbonden door een geavanceerd energiesysteem dat als ‘metabolisme’ van het gebouw dient, vergelijkbaar met alle chemische processen die de mens nodig heeft om te leven, te groeien en energie te produceren uit voedsel.
Ook bij de vervangende nieuwbouw van zwembad De Wisselslag in Blerick zet de gemeente Venlo stevig in op duurzaamheid, circulariteit en maatschappelijke meerwaarde. Het zwembad, dat op dit moment wordt gebouwd, krijgt een wedstrijdbad, een multifunctioneel bad en een therapiebad, elk met een beweegbare bodem. Dit biedt flexibiliteit in gebruik voor verenigingen, recreanten, therapiegebruikers en bij het organiseren van evenementen. Daarbij komen horeca, kleedkamers, techniekruimten en ruimten voor nevenfuncties zoals gebruikersvergaderingen. Eveneens zal er, in lijn met de landelijke trend, meer ruimte worden gegeven aan het individueel en tijdsonafhankelijk sportief bewegen.
Foto onder:Het ontwerp van zwembad De Wisselslag houdt rekening met bestaand groen. Foto: DMOO
In het ontwerp van Slangen+Koenis Architecten is veel aandacht gegeven aan duurzaamheidsprincipes als klimaatadaptie, waterbuffering en het benutten van natuur. Het nieuwe gebouw zal zo worden ingepast in de omgeving dat het bestaande groen – waaronder een aantal hoge karakteristieke bomen – blijft behouden en wordt beschermd. Deze ontwerpkeuze past goed bij het gemeentebeleid, omdat groen een positief effect heeft op de leefbaarheid en gezondheid van de bewoners en gebruikers. Tevens zorgt groen voor biodiversiteit, natuurlijke schaduw en CO2-opvang. De bezoekers hebben zicht op dit groen door grote glaspuien die tot aan de dakrand reiken. Met het groene dak als ‘vijfde gevel’ en het zichtbaar maken van het opgevangen hemelwater wordt het duurzame karakter van het gebouw extra benadrukt.
De benodigde energie zal grotendeels op locatie worden opgewekt. Op de daken komt een combinatie van zonnepanelen en zonnecollectoren, zogenaamde heatpipes. De zonnepanelen wekken elektriciteit op voor verlichting, pompen en overige installaties. De heatpipes leveren direct warmte en zijn bedoeld voor de warmtevoorziening van het zwembadwater en het gebouw.
Daarnaast wordt gebruikgemaakt van verschillende technologieën om de opgewekte elektriciteit en warmte tijdelijk op te slaan. De overdag opgewekte zonne-energie wordt opgeslagen in batterijen en kan daardoor worden gebruikt in de avonduren of bij piekbelasting. De overtollige warmte van de heatpipes wordt tijdelijk gebufferd in grote geïsoleerde waterreservoirs of faseovergangsmaterialen. Ook dit systeem geeft de warmte later vrij als er een extra warmtevraag is. Op deze manier kunnen energievraag en -opwekking beter in balans worden gebracht.
Om hergebruik van bouwmaterialen met volledig waardebehoud mogelijk te maken, in lijn met het cradle-to-cradle-principe, is het van belang dat al tijdens het ontwerpen wordt nagedacht over hoe de materialen er een-op-een kunnen worden uitgehaald op het moment dat de accommodatie niet meer wordt gebruikt. Voor De Wisselslag wordt dit weergegeven in een demontageplan. Dit plan beschrijft hoe onderdelen en materialen in de toekomst eenvoudig uit elkaar gehaald kunnen worden en opnieuw kunnen worden benut. De demontabiliteit wordt mede mogelijk door bij de bouw gebruik te maken van droge verbindingen, in plaats van verlijming of onomkeerbare bevestigingen. Schroefbare gevelpanelen, demontabele staalverbindingen en modulaire binnenwanden zijn voorbeelden.
Daarnaast wordt er een materialenpaspoort opgesteld waarin staat welke materialen zijn gebruikt, in welke hoeveelheden en waar ze zich bevinden. Tevens wordt de waarde van de materialen inzichtelijk gemaakt. Dit bevordert het waardebehoud van deze materialen bij een toekomstige renovatie of sloop.
Foto onder: ontwerp van zwembad De Wisselslag. Foto DMOO
Bijzonder aan dit project is dat de gemeente werkt met de financieringsmethode Total Cost of Ownership (TCO). Met dit model worden alle kosten en inkomsten over de hele levenscyclus van een gebouw berekend. In plaats van alleen te sturen op lage investeringskosten, neemt de gemeente juist de structurele aspecten mee in de businesscase zoals onderhoud, energie, vervangingen en restwaarde.
De restwaarde van het gebouw – de gebruikte materialen – is hierbij een belangrijk element. “Een circulair gebouwde accommodatie die zijn functie verliest, is op dat moment niet waardeloos geworden”, stelt Mark Westra van Olco, het bedrijf dat de gemeente adviseert en verantwoordelijk is voor de organisatie van ontwerp, realisatie en startexploitatie. “Daarentegen heeft deze accommodatie de materiaalwaarde van dat moment. Doordat materialen demontabel zijn en zijn geregistreerd in een materialenpaspoort, kan hun restwaarde worden bepaald. Deze restwaarde kan worden meegenomen in de afschrijvingsmethodiek. Je schrijft de accommodatie dus niet af naar nul maar naar de toekomstige materiaalwaarde. Hierdoor worden sommige circulaire keuzes – die op korte termijn duurder lijken – financieel aantrekkelijker op de lange termijn. Bijvoorbeeld: een gevelsysteem dat demontabel is en een restwaarde behoudt, levert in de TCO een gunstiger resultaat op dan een conventioneel systeem dat na sloop enkel afval oplevert.”
Over een financiële constructie die rekening houdt met de restwaarde van materialen, wordt al in veel gemeenten gesproken, merkt Westra. “We zijn nu bezig in een gemeente die, als koploper in Nederland, het rekenen met restwaarden in het financiële beleid heeft opgenomen. Het is daarbij belangrijk dat deze financiële constructie wordt onderbouwd in een goede projectuitwerking.”
In het geval van het zwembad in Blerick wordt onder andere de Building Circularity Index gebruikt. Deze methode meet de circulariteit van vastgoed door te focussen op materiaalgebruik en losmaakbaarheid. De methode integreert ook de bepalingsmethode van de Milieuprestatie Gebouwen. “Wellicht kan deze meetsystematiek worden gebruikt bij de onderbouwing van de berekening van de restwaarde”, suggereert Westra. “Door deze systematiek hieraan te koppelen, kunnen circulaire businesscases beter haalbaar worden gemaakt. Het zou prettig zijn als dit een generieke methode wordt voor sportaccommodaties. Ik denk dat we nog niet zover zijn, maar het is in ontwikkeling.”
Dit artikel verscheen eerder in een uitgebreidere versie in vakblad Sport en Gemeenten.