Het valt de laatste jaren steeds meer op dat meisjes minder buiten spelen en sporten dan jongens. Ze voelen zich niet veilig of worden niet blij van de inrichting van plekken die be-doeld zijn om te spelen en sporten. Een zorgelijke trend die gekeerd moet worden, vindt een groep professionals die vanuit drive en enthousiasme de krachten bundelde en het ini-tiatief nam om een netwerk te starten voor en door mensen die zich inzetten voor meiden. Openbare Ruimtemakers voor Meiden werd eind september gelanceerd op de Vakbeurs Openbare Ruimte en lijkt een vliegende start te maken gezien het grote aantal reacties dat binnenkomt van mensen die zich willen aansluiten.
Een van de initiatiefnemers – en kartrekker in deze opstartfase – is Pascale de Hoogh, projectleider bij het civieltechnisch bedrijf Griekspoor, dat zich onder andere richt op sport- en speelvoorzieningen. De Hoogh is al geruime tijd actief in de wereld van sport en spel in de openbare ruimte en trekt zich het lot van de meiden aan. “Onderzoeken laten de laatste jaren zien: meisjes spelen en sporten minder dan jongens, zowel in de openbare ruimte als bij sportverenigingen.”
Het RIVM liet in haar Kennisupdate Sport en Bewegen uit 2023 zien dat slechts 27,7 procent van de Nederlandse meiden van 12 tot 17 jaar voldoet aan de beweegrichtlijnen, tegenover 37,9 procent van de jongens (in 2022). Bovendien werd geconstateerd dat op alle schoolniveaus jongens meer sporten en bewegen dan meisjes. Ook andere onderzoeken laten zien dat meisjes minder vaak buiten te vinden zijn dan jongens, bijvoorbeeld in skateparken en op trapveldjes, en dat verschil wordt groter naarmate kinderen ouder worden. NOC*NSF liet weten dat jongens in de leeftijdsgroep tussen 13 en 18 jaar in 2023 meer zijn gaan sporten, maar dat er een daling in sportdeelname was te zien bij meiden, met 4 procentpunt. De cijfers spreken dus boekdelen.
"Meisjes spelen en sporten minder dan jongens, zowel in de openbare ruimte als bij sport-verenigingen"
De Hoogh haalt verder het onderzoek aan van Petra Pluimers, ook lid van de initiatiefgroep Openbare Ruimtemakers voor Meiden. "Petra deed voor haar masterstudie Sport- en Beweeginnovatie onderzoek naar de beweegparticipatie van meiden van 12 jaar en ouder in de openbare ruimte in Utrecht. Zij trok de conclusie dat 54 procent van de jongens van 12 jaar en ouder naar trapveldjes en skateparkjes gaat, en dat slechts 7 procent van de meisjes dat doet. Meiden gaven aan: ‘Wat heb ik daar te zoeken?’ Ze vinden dat jongens de veldjes domineren, ze voelen zich er niet thuis en hebben gewoon geen zin om daar te zijn. Bovendien voelen ze zich niet veilig. Het mooie is dat uit dit onderzoek de Urban Danceground is ontstaan, eigenlijk nog steeds de enige specifiek voor meiden ingerichte sport- en speelplek in het land. Gelukkig zien we de laatste tijd wel steeds meer mooie activatieprogramma’s ontstaan."
"Er moeten gewoon meer sport- en speelvoorzieningen zoals de Urban Danceground komen. We kunnen echt niet meer komen aanzetten met een bankje en een schommel", stelt De Hoogh. Begin dit jaar nam ze het initiatief tot verandering en benaderde een aantal mensen uit haar netwerk die zich al steeds meer bezighielden met meiden in de openbare ruimte. Wie? "Petra Pluimers dus, Linda Hooijer, programmamanager leefomgeving bij de gemeente Apeldoorn, Lore Cuypers, onderzoeker en lector Vital Cities aan de Howest Universiteit België, en Harmen Bijsterbosch en Emma van Dijk van InnoBeweegLab. En verder nog Vincent Luyendijk, schrijver van het boek De fijne stad en adviseur en spreker over duurzame leefomgevingen, Paul Terpstra van het Jeugdsport Innovatiecentrum, Noud van Herpen van Stichting Sportservice Noord-Brabant en Frank Kwanten van de Beweegalliantie. Dat is nu de kerngroep."
In maart 2025 zat een deel van deze groep voor het eerst bij elkaar om te bespreken hoe ze de krachten zouden kunnen bundelen. "Wat hebben beleidsmakers, projectontwikkelaars, inrichters en productontwikkelaars nodig om meer te doen voor die meiden in de openbare ruimte? Met als uiteindelijke doel om de beweegparticipatie niet nog verder scheef te laten groeien, maar de deelname van jongens en meisjes juist naar elkaar toe te laten trekken." De Hoogh vervolgt: "Met dit netwerk willen we vooral ook ideeën uitwisselen. En daarbij heeft iedere discipline z’n eigen vragen. Een buurtsportcoach zal zoeken naar handvatten om activatieprogramma’s op gang te brengen. Projectontwikkelaars gaat het om het inrichten van ruimte." Er zit veel expertise in de groep en volgens De Hoogh is er ook veel expertise in het land. "In Rotterdam gebeuren bijvoorbeeld al mooie dingen als het gaat om het stimuleren van meisjes om meer te sporten. Als dat dan werkt, waarom zou je daar dan in bijvoorbeeld Maastricht niet van kunnen leren? Die goede voorbeelden willen wij bij elkaar gaan brengen."
Er zijn meerdere redenen waarom meisjes minder meedoen in de openbare ruimte. In de eerste plaats zijn veel openbare sport- en speelplekken simpelweg veel meer ingericht voor jongens dan voor meisjes. Klassieke veldjes voor voetbal en basketbal zijn er meer dan genoeg, maar dat geldt niet voor plekken die uitnodigen tot ontmoeting, wandelen, dansen, chillen, kletsen en ontspannen. Exemplarisch is het heatmap-kaartje van een schoolplein in Spanje dat sinds een tijdje circuleert. De blauwe lijnen symboliseren de bewegingen van jongens en gaan kriskras over het plein. De rode lijnen, de bewegingen van meisjes, concentreren zich aan de randen van het plein. Het zegt dat jongens volop aan het rennen zijn en dat meisjes elkaar opzoeken om te chillen en te kletsen. Bovendien ervaren meisjes en jonge vrouwen veel plekken als onveilig: omdat ze bijvoorbeeld slecht verlicht zijn, te veel verscholen liggen of te weinig uitgangen hebben. Het gebrek aan een openbaar toilet is een bekend argument en ook de aanwezigheid alleen al van jongens wordt vaak genoemd als barrière. Meisjes geven regelmatig aan onzeker te zijn over hun lichaam in het bijzijn van jongens. Het gevoel bekeken te worden beïnvloedt hun sportgedrag en ook het competitieve en ruwere gedrag van jongens nodigt meisjes niet bepaald uit om actiever te worden.
"We pleiten er ook voor om veel meer te luisteren naar meiden zelf: welke behoeften en wensen hebben zij?"
Over één ding is iedereen die zich wil inzetten voor een meer toegankelijke openbare ruimte voor meisjes en vrouwen het eens: praat met ze en betrek ze bij het ontwerpproces. Vincent Luyendijk haalt in zijn boek De fijne stad voorbeelden uit Zweden (zoals de Frizon – ‘free zone’ – in Umeå), Polen en Barcelona aan, waarbij mooie plekken zijn gerealiseerd dankzij de participatie van meisjes. "In sommige andere landen zijn ze daar wel verder in dan wij", zegt De Hoogh. Ze haalt het voorbeeld aan van het Engelse Make Space for Girls. Een platform dat zich volop inzet om het bewustzijn van het probleem te vergroten, dat onderzoek gebruikt en campagne voert om er zeker van te zijn dat de stem van meisjes en jonge vrouwen gehoord wordt in het planningsproces.
Make Space for Girls maakt gebruik van thema’s (eyes on the park, awareness en inclusion) en principes om te werken aan zijn visie. Kenmerkende elementen zijn daarin bijvoorbeeld een ruime opzet van parken, het opdelen van een terrein in kleinere terreinen, aandacht voor verlichting en vluchtwegen, en de opstelling van bankjes en andere elementen. De Hoogh: "Lore Cuypers uit ons kernteam is in België ook goed bezig. Zij heeft daar Brave opgezet, een samenwerkingsverband dat meisjes en jonge vrouwen in hun kracht zet om hun omgeving actief vorm te geven." In oktober kwam in het nieuws dat in Antwerpen-Noord een voormalig ziekenhuis is omgevormd tot openbare ruimte voor de buurt. Een jaar lang organiseert Brave activiteiten om meisjes ouder dan twaalf meer mogelijkheden te bieden om te sporten.
Foto onder: Het Frizon-project in het Zweedse Umeå. Foto: Andreas Nilsson
De Hoogh is ervan overtuigd dat er ook in Nederland veel te winnen is door meiden veel meer te betrekken. Dat blijkt volgens haar wel uit de komst van de al eerdergenoemde Urban Danceground. "Petra Pluimers heeft daar destijds bij meer dan 500 meisjes geïnventariseerd wat ze misten en wat ze wilden. Ze hing posters met QR-codes op, deelde flyers uit en ging bij middelbare scholen langs. De ideeën gingen heel vaak over dansen en dan het liefst in combinatie met TikTok. In samenwerking met Nijha, waar ik destijds werkte, is toen de Urban Danceground ontstaan. De eerste kwam in Utrecht, maar inmiddels zijn er al 25 door het hele land. De afgelopen anderhalf jaar hebben we een aantal vernieuwingen doorgevoerd omdat we zagen dat het tijd werd voor een bepaalde doorontwikkeling. Vanuit het Jeugdfonds Sport & Cultuur wilde men graag een activatieprogramma op de Urban Danceground, ook om te kijken of er toeleiding naar dansscholen mogelijk was. Petra is projectleider van het Jeugdfonds ‘Let’s Dance’, een project waarin kinderen gratis dansles krijgen op een Urban Danceground. Bovendien hebben we onderzocht hoe we verlichting kunnen toevoegen aan de dancegrounds, om beleving en veiligheid te vergroten, en hebben we wat circulaire toevoegingen gedaan. En dan ben ik ook nog met InnoBeweegLab en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) aan het kijken hoe we de maatschappelijke waarde beter inzichtelijk kunnen krijgen. Hoe mooi is het dan dat we met de Urban Danceground in oktober de Dutch Sports innovatie Award 2025 wonnen! Daar zijn we natuurlijk ontzettend trots op!"
Wat wil Openbare Ruimtemakers voor Meiden bereiken de komende tijd? De Hoogh en haar medestanders zijn ambitieus: "Een mooi voorbeeld vind ik het een aantal jaren geleden gestarte Samenspeelnetwerk, waarin 16 partijen zeiden: ‘Wij zetten ons in om samen spelen voor álle kinderen mogelijk te maken. Ook voor kinderen met een beperking.’ Inmiddels zie je dat in aanbestedingen heel vaak gevraagd wordt naar hoe een partij zich inzet voor een inclusieve speelplek. Het zou heel mooi zijn als dat over een aantal jaren ook gesteld wordt voor de aantrekkelijkheid van sport- en speelplekken voor meiden. Maar we moeten het stapje voor stapje bekijken. De Vakbeurs Openbare Ruimte was een mooi moment om onszelf te introduceren en al heel snel bleek dat er veel animo was. We hebben al meer dan 200 aanmeldingen uit het hele land en vanuit België, van buurtsportcoaches tot projectontwikkelaars en mensen uit het onderwijs."
Foto boven artikel: De eerste Urban Danceground, een specifiek voor meiden ingerichte sport- en speelplek, in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. Foto: Urban Danceground
Dit artikel verscheen eerder in een uitgebreidere versie in vakblad SPORTACCOM (editie 4-2025).