Sportonderzoek

Meer burn-outklachten bij sporters door ervaren druk van coach

In de sportwereld is steeds meer aandacht voor de mentale gezondheid van sporters. Door prestatiedruk komen stress en burn-outklachten veelvuldig voor bij topsporters. Het was al bekend dat perfectionisme bij sporters een risicofactor is voor burn-outklachten. Uit recent Brits onderzoek blijkt nu dat niet alleen het eigen druk een grote rol speelt, ook als een sporter denkt dat zijn of haar coach perfectionistisch is kan dat tot meer burn-outklachten leiden.

'Extra inzet buurtsportcoaches nodig om afhakers in beweging te krijgen'

Buurtsportcoaches worden vaak ingezet op de sportstimulering van specifieke doelgroepen. Zij zitten daardoor dicht op groepen als jongeren, jeugd uit arme gezinnen of mensen met een beperking of chronische aandoening. Tijdens de coronacrisis hebben deze buurtsportcoaches duidelijk gemerkt dat verschillende groepen minder zijn gaan sporten en bewegen. Dit komt naar voren in een onderzoek onder buurtsportcoaches en hun werkgevers van Mulier Instituut. De onderzoekers pleiten hierbij voor extra inzet van buurtsportcoaches op die doelgroepen die in coronatijd qua sport- en beweegdeelname zijn achtergebleven.

Voetbalscouts: 'herkennen talent onder 12 jaar is lastig'

Veel voetbalclubs in het betaald voetbal scouten voetbaltalent al onder de 12 jaar. Scouts selecteren talentjes zo vroeg mogelijk voor hun jeugdopleiding om te voorkomen dat andere clubs die topper in wording wegkapen. Over dit vroeg selecteren van voetballertjes bestaat al langer discussie. Recent Gronings onderzoek zet hier nieuwe vraagtekens bij, want scouts geven bij de onderzoekers zelf aan dat ze onder de 12 jaar toekomstige profvoetballers nog helemaal niet kunnen herkennen. De potentie van een voetballer kunnen zij pas op zijn vroegst vanaf 14-jarige leeftijd inschatten.

Topsportbegeleiders spelen belangrijke rol bij stimuleren dopingvrije sport

Het gebruik van prestatiebevorderende middelen (waaronder doping) is in de topsport een bekend gegeven. Welke invloed hebben coaches, medisch begeleiders (sportartsen en voedingskundigen) en naasten (ouders en partners) op de keuze om wel of geen doping te gebruiken? Hoe kijken deze topsportbegeleiders zelf aan tegen het gebruik van doping en de rol die zij daarin spelen? Het Mulier Instituut heeft hier, in opdracht van de Nederlandse Dopingautoriteit, onderzoek naar gedaan. Onderzoeker Agnes van Suijlekom beantwoordt vijf vragen over deze studie.

Sport Data Valley helpt coach en onderzoeker bij data-analyse

Sport Data Valley is het nationale platform voor onderzoek en data-analyse rond sport en bewegen. Dit platform, dat een prominent onderdeel van de ambities van het Sportinnovator-programma is, werd vorig jaar gelanceerd. Het is al door veel coaches en sportwetenschappers ontdekt. Zij merken dat ze data veilig kunnen analyseren en delen. Sport Data Valley waarborgt alle privacyrichtlijnen en dat maakt werken met data gemakkelijker.

"Hybride werken is een extra risico voor inactiviteit"

Er gaan steeds meer stemmen op dat nu de wereld weer open gaat, men niet meer terug wil naar de ‘oude’ werksituatie. Een combi lijkt aantrekkelijk: de helft van de week of meer thuiswerken. En de andere dag(en) op kantoor om elkaar te ‘ontmoeten’. Erik Scherder, hoogleraar klinische neuropsychologie (VU Amsterdam) en lid van NLsportraad, zet hier een kanttekening bij: "Komt zo’n hybride werkweek onze gezondheid ten goede?"

Leer meer over het efficiënt trainen van toptalenten in muziek, dans en sport

In het bereiken van de top van muziek, dans en sport zitten veel overeenkomsten. Zeker in een land als Nederland, waar de ambities hoog liggen en de middelen beperkt zijn. Dat vraagt om slimme oefenmethodes om talenten hun top te laten bereiken. Het onderzoeksproject ‘Training for Excellence’ heeft daarom kwalitatief hoogwaardige trainingen ontwikkeld om zo met minder geld en minder uren het maximale uit talenten te halen. Tijdens een gratis online symposium op 25 juni worden de onderzoeksresultaten en praktische handvatten voor coaches en begeleiders gedeeld.

Praktijk centraal bij toekomstig sportonderzoek

Woensdag 12 mei was de kick-off van het programma ‘missie gedreven onderzoek en innovatie sport en bewegen’. Ruim 200 experts uit het sport- en beweegveld gingen bij deze virtuele bijeenkomst al aan de slag om te bepalen waar sportonderzoek en sportinnovatie de komende jaren gericht op moet zijn. De manier waarop deze missies voor sport en bewegen voor 2040 worden geformuleerd laten wat Erik Lenselink, Manager Corporate Affairs NOC*NSF, de grootste verandering van dit nieuwe onderzoeksprogramma van het ministerie van VWS en NOC*NSF al zien. De praktijk, dus sportbonden, verenigingen en andere sportaanbieders, krijgt hierbij namelijk de kans om naar oplossingen voor de uitdagingen van morgen te zoeken.

"Esporters bewegen meer dan gedacht"

Bij esports wordt nog vaak gedacht aan gamers die vooral achter de computer zitten en niet in beweging komen. Uit recent onderzoek van het Amsterdam Collaboration on Health and Safety in Sports (ACHSS) in samenwerking met de Portugese voetbalbond komt een heel ander beeld naar voren. Onder de 433 deelnemers aan de Portugese virtuele voetballeague blijkt dat 84% voldoet aan de WHO-beweegnorm. Professor Evert Verhagen (Amsterdam UMC) ziet dit onderzoek als een eerste stap en vooral een manier om esports van een stigma af te helpen. “Het zijn geen luie donders.”

Kloof tussen arm en rijk groeit in sportdeelname jeugd

Het sociaaleconomisch milieu waarin kinderen opgroeien is van invloed op hun sport- en beweegdeelname. Volwassenen uit een laag sociaaleconomisch milieu sporten en bewegen minder dan leeftijdsgenoten, en deze verschillen lijken alleen maar toe te nemen. Naarmate ouders meer aan sport en bewegen doen en deze activiteiten belangrijker vinden, sporten en bewegen hun kinderen ook meer. Het Mulier Instituut onderzocht de sport- en beweegdeelnamecijfers van de jeugd afhankelijk van hun gezinsinkomen en het opleidingsniveau van hun ouders (twee indicatoren voor sociaaleconomisch milieu). Onderzoeker Wikke van Stam beantwoordt 5 vragen over deze studie.

Nederland stevent door corona af op een beweegcrisis

Door de coronacrisis zijn veel Nederlanders minder gaan sporten en bewegen. Daar klinken al langer allerlei alarmbellen en noodklokken voor, maar hoe groot is dit probleem echt? En vooral: wat zijn de effecten van deze beweegafname op de lange termijn? Sporteconomen Jelle Schoemaker en Willem de Boer van de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) deden in opdracht van Kenniscentrum Sport & Bewegen onderzoek naar de impact van corona op het beweeggedrag. Zij kwamen met zorgwekkende resultaten waarbij het woord ‘beweegcrisis’ al is gevallen: in totaal zijn er afgelopen jaar 750.000 mensen van 25 jaar en ouder bijgekomen die niet aan de beweegrichtlijnen voldeden.

'Combinatie van ventilatie en luchtreiniging biedt oplossing voor binnensport'

Het voldoen aan de ventilatienormen van de Nederlandse overheid is geen garantie dat de lucht in gebouwen voldoende vrij is van aerosoldeeltjes. Ook bij gebouwen die voldoen aan het Bouwbesluit kan bij intensief gebruik, zoals tijdens het sporten, de concentratie van aerosoldeeltjes flink toenemen. Dit is de belangrijkste conclusie van experimenten die de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) heeft uitgevoerd in een fitnessruimte van het Studentensportcentrum Eindhoven. Hoofdonderzoeker Bert Blocken concludeert dat een combinatie van ventilatie en innovatieve luchtreiniging een goede voorzorgsmaatregel kan zijn voor veilig en verantwoord sporten, zelfs tijdens de coronapandemie. Het onderzoek is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Building and Environment.

Hoe sportverenigingen in coronatijd online het clubgevoel versterken

Sporten met je team of trainingsgroep zonder de accommodatie van de vereniging te betreden. Het is iets waar verenigingen voorheen niet of nauwelijks over na hebben gedacht maar ook niet over na hoefden denken. Totdat de coronacrisis uitbrak en verengingen de deuren tijdelijk moesten sluiten. Dit leidde ertoe dat veel verenigingen op korte termijn een creatieve oplossing moesten bedenken om hun leden, zonder aanwezig te zijn op de club, toch aan het sporten te houden. Via kanalen als MS-Teams, Zoom, Facebook live, maar ook met vooraf opgenomen trainingsvideo’s bleken effectieve middelen om het ‘normale’ sportaanbod voort te zetten. Sporten met behulp van een online community zagen verenigingen voorheen niet als een optie, maar dit is tijdens de coronacrisis werkelijkheid geworden.

VeiligheidNL: 5,5 miljoen sportblessures in 2019

VeiligheidNL, het kenniscentrum voor letselpreventie, heeft met de Cijferrapportage Sportblessures 2019 de omvang en ernst van sportblessures in Nederland in kaart gebracht. In totaal ging het in 2019 om 4,4 miljoen sporters die samen 5,5 miljoen blessures opliepen. Alleen al van sporters die op de Spoedeisende Hulp (SEH) zijn behandeld, bedroegen de medische- en verzuimkosten in 2019 400 miljoen euro. In de afgelopen tien jaar is een trend te zien waarbij het aantal ernstige sportblessures is gedaald.

Hoe innovatief is de Nederlandse sportsector?

Om in kaart te brengen hoe innovatief de Nederlandse sportsector is, vroeg het Topteam Sport professor Henk Volberda van het Amsterdam Centre for Business Innovation van de Universiteit van Amsterdam een Sportinnovatiemonitor op te zetten. Met deze nulmeting kan de sportsector zich vergelijken met andere sectoren en uiteindelijk ook met landen. Ook binnen de sector kan daarmee de mate van sportinnovatie vergeleken worden tussen diverse vormen van sport en bewegen.