"De Winterspelen moeten terugkeren naar waar ze al eerder zijn georganiseerd"

Invloedrijk IOC-lid en voorzitter olympische ‘winterbonden’ Ivo Ferriani over de toekomst van wintersporten

Als voorzitter van de internationale bobslee- en skeletonfederatie IBSF, president van de overkoepelende Winter Olympic Federations (WOF) én IOC-lid is Ivo Ferriani een van de invloedrijkste stemmen in de wereld van de wintersport. Aan de vooravond van de Olympische Winterspelen in ‘zijn’ Milano-Cortina, laat de Italiaan zijn licht schijnen over enkele hete hangijzers en toekomstige uitdagingen voor de wintersportfederaties.

Hoewel zijn naam in de Lage Landen maar bij weinigen een belletje zal doen rinkelen, beweegt Ferriani zich in de hoogste kringen van het internationale sportbestuur. De 65-jarige Italiaan, bachelor in de sportwetenschappen (Università degli Studi di Roma Foro Italico), komt zelf uit de sport. In 1988 nam hij als bobsleeër deel aan de Olympische Winterspelen in het Canadese Calgary – met zijn landgenoot Stefano Ticci eindigde hij als negentiende in de tweemansbob. Na zijn topsportcarrière, in 1990, werd hij bondscoach van achtereenvolgens de Italiaanse, Franse en Canadese bobsleeteams. Daarna keerde Ferriani terug naar Italië, waar hij tot 2010 fungeerde als directeur van de Italiaanse bobslee- en skeletonbond.

Sinds 2010 is Ferriani voorzitter van de internationale bobslee- en skeletonfederatie, een van de acht bonden met sporten vertegenwoordigd op de komende Winterspelen van Milano-Cortina. In 2020 werd bij bovendien verkozen tot voorzitter van de overkoepelende WOF: de Winter Olympic Federations, voorheen AIOWF, de Association of International Olympic Winter Sports Federations. Het is een bij het brede publiek nauwelijks bekende organisatie, maar dat deert hem niet. "De WOF hoeft niet bekend te zijn. Ik wil vooral het belang van de verschillende internationale federaties in de verf zetten. Het zijn zij die bekend moeten zijn, meer dan de WOF zelf."

De WOF, die in 2026 zijn vijftigjarig bestaan viert, behartigt de gemeenschappelijke belangen van federaties met sporten vertegenwoordigd op de Olympische Winterspelen. De in Lausanne gevestigde organisatie vormt de tegenhanger van de ASOIF, de door de Belg Ingmar De Vos voorgezeten Association of Summer Olympic International Federations.

Nieuwe sporten

Zoals de ASOIF probeert de WOF de samenwerking tussen zijn leden te stimuleren, om zo tot gezamenlijke standpunten te komen en met één stem naar buiten te treden. Waar de ASOIF in de voorbije olympiade te maken kreeg met een eenmansactie als die van Sebastian Coe, de voorzitter van World Athletics die zonder medeweten van de ASOIF aankondigde prijzengeld te willen uitbetalen aan de goudenmedaillewinnaars op de Olympische Spelen, slaagt de WOF erin om de gelederen gesloten te houden – op zijn minst naar buiten toe.

Natuurlijk is het met zijn achten eenvoudiger om de eenheid te bewaren dan in een organisatie met 36 leden. Maar ook tussen de wintersportfederaties dienen verschillende werelden te worden verzoend, zegt Ferriani. "De internationale ski- en snowboardfederatie omvat veel disciplines, zowel bij het skiën als het snowboarden. IJshockey is een teamsport. Curling, biatlon en schaatsen verschillen ook erg van elkaar. Bobslee, skeleton en rodelen vertonen gelijkenissen, maar zijn toch ook verschillend." Aan Ferriani de taak om de groep bij elkaar te houden. "We hebben verschillende visies, maar er heerst binnen de wintersport een sfeer van harmonie. We komen tot gezamenlijke standpunten, niet omdat iemand beslist dat het zo moet zijn, maar na diepgaand onderling overleg. We zijn verenigd in het verschil."

"Als je niet verandert, dan word je veranderd. Wees een kameleon, geen dinosaurus."

Ivo Ferriani - Voorzitter IBSF en IOC-lid

Bij het jongste hete hangijzer speelt Sebastian Coe indirect opnieuw een sleutelrol. De voorzitter van World Athletics hoopt de poort van de Winterspelen open te breken voor de atletiek, en vormt daarvoor een entente met David Lappartient, de Franse voorzitter van de internationale wielerunie UCI. Coe en Lappartient proberen veldlopen en veldrijden in 2030 op het programma van de Winterspelen te krijgen, waarbij het idee is om de veldlopers en veldrijders hetzelfde parcours te laten delen. Handig is alvast dat Coe ook deel uitmaakt van de Olympic Programme Working Group, een van de vier nieuwe werkgroepen die begin september binnen het Internationaal Olympisch Comité werden opgericht in het kader van ‘Fit for the future’, het toekomstplan van voorzitter Kirsty Coventry. De werkgroep moet onder meer uitzoeken of traditionele zomer- of wintersporten in aanmerking kunnen komen voor deelname aan de andere Spelen.

Deur open voor veldrijden en veldlopen?

Terwijl Vlaanderen en Nederland al van nieuwe medaillekansen op de Winterspelen droomden, reageerde de WOF midden november met een strak en duidelijk statement: "De Winter Olympic Federations zijn van mening dat de toekomst van de Olympische Winterspelen niet gediend is met ad-hoc voorstellen, zoals de opname van niet-olympische disciplines van internationale zomersportfederaties in de Winterspelen. Wij zijn ervan overtuigd dat een dergelijke aanpak het merk, het erfgoed en de identiteit die de Olympische Winterspelen uniek maken – een viering van sporten op sneeuw en ijs, met een eigen cultuur, atleten en speelvelden – zou doen verwateren."

Tegenover Sport & Strategie lijkt Ferriani de deur voor veldlopen en veldrijden niet helemaal dicht te willen slaan. "We beschikken momenteel niet over voldoende gegevens om te beoordelen of een sport geschikt is om te worden opgenomen. Wat zou de impact zijn op de kosten, het aantal atleten, enzovoort? Ik heb met mijn collega’s Coe en Lappartient hierover ook nog geen diepgaand overleg gehad. Zoiets moet ook met het IOC en het lokale organisatiecomité worden besproken. Ik kom net terug van de CoCom in de Franse Alpen (de IOC-coördinatiecommissie van de Winterspelen 2030, red.). We hebben hierover geen discussie gehad. Zolang dit niet is gebeurd, is het niet correct verdere verklaringen af te leggen."

Vooralsnog houdt Ferriani vast aan het olympisch charter, dat bepaalt dat "alleen die sporten die op sneeuw of ijs worden beoefend, worden beschouwd als wintersporten." Gevraagd naar de toegevoegde waarde van ski-mountaineering, de sport die straks in Milano-Cortina voor het eerst op het olympisch programma staat, antwoordt Ferriani: "Ski-mountaineering is een natuurlijke sport, een bergsport die goed aansluit bij onze sporten. We houden vast aan natuurlijk sneeuw en ijs als fundamentele basis voor het organiseren en definiëren van onze Spelen." De beslissing over de toevoeging van nieuwe sporten op de Spelen van 2030 was oorspronkelijk voorzien voor de IOC-sessie in februari 2026, maar is inmiddels tot juni uitgesteld. Voor de opname van veldlopen en veldrijden zou bovendien het olympisch charter moeten worden aangepast.

Geen dinosaurus

Ferriani is voorzitter sinds 2020, toen hij de Zwitser Gian Franco Kasper opvolgde, die halverwege zijn termijn terugtrad. Ferriani’s tweede mandaat loopt in oktober af. Voordat er een nieuwe WOF-voorzitter wordt verkozen, houden de verschillende wintersportfederaties na de Spelen van Milano-Cortina eerst nog hun respectievelijke voorzittersverkiezingen. Of hij voor een vijfde termijn als IBSF-voorzitter gaat, wil Ferriani nog niet zeggen. Maar aangezien hij alvast geen nee zegt tegen een verlenging van zijn WOF-voorzitterschap – "Als mijn collega’s mij vragen om te blijven, zal ik daarover nadenken en dat mogelijk aanvaarden" – lijkt de Italiaan ook bij de IBSF nog niet te willen vertrekken.

"Binnen de IBSF heb ik duidelijk gesteld dat ik voor onze sport geen nieuwe infrastructuur meer wil. De nieuwe bobsleebaan van Cortina is de laatste"

Ivo Ferriani - Voorzitter IBSF en IOC-lid

Ongeacht de uitkomst van de verkiezingen staan de toekomstige wintersportbestuurders voor grote uitdagingen. Een daarvan is de jongere generaties bereiken. "Wintersport was traditioneel vooral iets voor volwassenen", zegt Ferriani. "Vandaag bereiken we steeds meer jongeren. Door dynamische, op de jeugd gerichte disciplines te introduceren. Door in te zetten op e-games die gelinkt zijn aan wintersport. Maar ook door de manier van communiceren aan te passen, via nieuwe digitale platformen. Als voorzitter ben ik slechts de coach van een team. Ik zorg ervoor dat ik door de juiste mensen ben omringd. Het motto van de IBSF is ‘Slide into the future’. Als je niet verandert, dan word je veranderd. Wees een kameleon, geen dinosaurus."

Klimaatverandering

De meest existentiële bedreiging voor de wintersporten is evenwel de klimaatverandering. Hoe bereiden de wintersportfederaties zich voor op een toekomst met minder natuurlijk ijs en sneeuw? Ferriani: "Sneeuw is ook een zaak van toerisme. En toerisme is levensnoodzakelijk in de bergen. Kunstmatige sneeuwproductie is daarom belangrijk, ook omdat we water gebruiken dat nadien weer in de bodem terechtkomt. We verliezen dat water dus niet, we transformeren het alleen maar. IJs is iets anders, want dat wordt kunstmatig geproduceerd. Dat is vooral een kwestie van energieverbruik. Dit gezegd hebbende: voor de wintersportfederaties is het belangrijkste om meer te doen met minder. Dat is de doelstelling waartoe we ons engageren, want zo maken we onze wintersport duurzamer. Alle federaties willen hun uiterste best doen om onze ecologische impact te verminderen en zo samen te werken voor milieubehoud."

Meer doen met minder betekent voor Ferriani ook organisatoren van wereldkampioenschappen helpen minder uit te geven. "Binnen de IBSF heb ik duidelijk gesteld dat ik voor onze sport geen nieuwe infrastructuur meer wil. De nieuwe bobsleebaan van Cortina is de laatste. We moeten ook vastleggen dat de Olympische Winterspelen dienen terug te keren naar voormalige olympische steden of regio’s, zodat we bestaande infrastructuur kunnen hergebruiken. Frankrijk is daar een goed voorbeeld van. Salt Lake City zal dat ook zijn. De Zomerspelen zijn anders, maar voor de Winterspelen, die gebonden zijn aan een bepaalde breedtegraad, is dat de te volgen weg."

Beeld: IBSF

Dit artikel is een ingekorte versie van een langer interview met Ferriari uit vakblad Sport&Strategie (editie6-2025)