BEAT probeert integratie Eritrese jongeren te bevorderen

In het kader van de samenwerking met partner NLtraining introduceerde BEAT Cycling Club het project NLtalentenploeg. Begonnen met een oproep aan de groep van Eritrese wielerliefhebbers in Nederland, om gedurende drie maanden serieus kennis te maken met deze sport. "Het was een relatief beknopt programma", vertelt Herman ten Kate, community manager bij BEAT. Vooral bedoeld om de integratie te bevorderen van deze in het verleden gevluchte Afrikanen.

Het project leunde op een tweetal doelstellingen: de uit Eritrea afkomstige statushouder verder helpen met het inburgeren, maar ook deze mensen uit hun comfort zone lokken voor een degelijke test als potentiële wielrenner. "In Eritrea is wielrennen volkssport nummer één. Logisch als voormalig Italiaanse kolonie", verduidelijkt Herman ten Kate. "Wielrennen inspireert dus en zorgt voor aanzien."

Alles geven en plezier hebben

Meerdere liefhebbers van Eritrese afkomst meldden zich aan, maar uiteindelijk werden acht deelnemers toegelaten tot het project, dat uit drie bijeenkomsten bestond. Het eerste samenzijn was in Utrecht als kick-off, ofwel de kennismaking. Ene Merih maakte meteen indruk door op zijn stadsfiets onvermoeibaar de 40 km naar de verzamelplaats weg te trappen. De tweede bijeenkomst betrof een volle dag training, onder leiding van BEAT-coach Wilbert Broekhuizen, om de basis aan te leren. En de derde was een heuse wedstrijd in Rotterdam, de Ronde van Kralingen, om uit te vinden hoe het toegaat en hoe te handelen in een koers op de weg. “Het maakt mij niet uit wat jullie resultaat is vandaag”, zo sprak de coach de nieuwkomers voor de start bemoedigend toe. "Ik wil gewoon dat jullie alles geven en plezier hebben."

De groep van acht varieerde qua leeftijd van 18 tot 27 jaar, waarbij de meerderheid tussen de achttien en twintig was. "Er hadden zich meer jongens aangemeld, maar zij beschikten niet over een eigen fiets. We mikten op de groep die al enige ervaring had met wedstrijd-wielrennen. We ontdekten daarbij dat daaronder een hele grote groep Eritrese jongeren interesse heeft in wedstrijd-wielrennen, maar niet weet hoe ze dat dan moeten concretiseren. In hun cultuur is het niet gewoon om in dat geval hulp in te roepen. Die groep heeft dezelfde potentie als hun ervaren voorbeelden, maar zit nu nog op een veel lager niveau", pikte Herman ten Kate op als belangrijke les van het project dat past in de strategie van BEAT Cycling Club.

Rolmodellen

De acht pioniers verblijven allemaal al tussen de drie en vier jaar in Nederland. Tijdens het project konden zij zich optrekken aan Daniel Abraham Gebru en Nahom Desale, in de BEAT-wegploeg de twee vertegenwoordigers en rolmodellen uit Eritrea, waarbij Daniel Abraham inmiddels wel al de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. Waar mogelijk ondersteunde het duo de leergierige debutanten. ‘Het begin is lastig. Je weet niet hoe alles werkt in Nederland. Dat je je moet inschrijven bij een vereniging, welk materiaal je nodig hebt, en ga zo maar door. Wij vinden het belangrijk om dit soort jongens daarmee op gang te helpen’, aldus de aanmoedigingen van de twee (ex)landgenoten.

Wie van de acht het best op alle fronten presteerde, verdiende als beloning een extra trainingsbegeleiding van drie maanden en wellicht later ook een stageplek in de wegploeg van BEAT. De winnaar verzilverde zijn prijs met de start van het programma in de eerste weken van augustus. Opzet is dat onder meer coach Wilbert Broekhuizen hem zoveel mogelijk het wielrennen in al zijn facetten bijbrengt. Op zijn beurt deelt hij zijn kennis als stimulans met de groep van deelnemers aan het project. "De fietsmaatjes hebben nog steeds intensief contact via WhatsApp", weet Herman ten Kate. "Ze zijn ook samen naar het NK gaan kijken om Daniel en Nahom aan te moedigen."

De communitymanager van BEAT Cycling Club, constant op zoek naar geschikte initiatieven, realiseerde in dat verband de primeur van een (officieus) NK voor statushouders. Definitief te organiseren aan het einde van het seizoen. Andermaal als inspiratie voor deze groep en ter stimulering van de integratie. Het evenement is vastgesteld voor 29 september in Rotterdam. "Ik hoop op twintig tot veertig deelnemers", aldus Herman ten Kate, die het project met NLtalentenploeg nog moet evalueren maar wel al denkt aan een mogelijke herhaling in 2020. "Dat moeten we nog intern en met onze partner bespreken. Maar we hebben die intentie zeker."

Eindelijk reactie

Ondertussen ontving BEAT Cycling Club eindelijk een reactie van de UCI op de twee brieven, waarin directeur Geert Broekhuizen zijn grote zorgen en ongenoegen kenbaar maakt over de beoogde hervormingen bij het baanwielrennen.

Hij verstuurde het schrijven al op 24 juni en 15 juli, en kreeg het antwoord van de internationale wielerunie op dinsdag 30 juli. In een lang epistel tracht president David Lappartient de ingrijpende maatregelen te verklaren en te rechtvaardigen; zoals bekend pittige veranderingen die feitelijk neerkomen op het uitsluiten van commerciële baanploegen bij de belangrijkste wedstrijden ten gunste van nationale ploegen. Zo stelt hij onder meer dat het plan uit 2004 om commerciële baanploegen toe te laten tot de wereldbekercyclus wat hem betreft is mislukt. En daarmee ook het doel van het plan dat baanrenners op die manier een beter bestaan zouden kunnen opbouwen.

"Wij hebben juist in anderhalf jaar tijd laten zien dat het wel degelijk mogelijk is om een succesvolle commerciële baanploeg neer te zetten", zo verzet Geert Broekhuizen zich tegen de conclusie van de UCI. "Wij vragen ons dan ook af: wat heeft de UCI gedaan om het plan met commerciële baanploegen te laten slagen?" Naar aanleiding van de brief heeft de directeur op zijn beurt een twintigtal vragen opgesteld voor en verzonden naar de internationale wielerunie. "De discussie duurt voort maar we zijn nu wel in gesprek met de UCI." De zorgen zijn immers absoluut niet weggenomen, omdat de UCI andermaal herhaalt dat de Nations Cup straks als alternatief voor de wereldbekercyclus exclusief toegankelijk zal zijn voor landenploegen. "De ban is niet van tafel", zo geeft hij de strijd allerminst op. "En we hebben de steun van de KNWU."

Foto: BEAT Cycling Club