Ingrijpende veranderingen sportwereld vragen om herziening
Studieboek over de sportwereld na ruim twintig jaar weer beschikbaar
In 1989 verscheen het boek De Sportwereld. Een sociologische inleiding, geschreven door Ruud Stokvis. Het verscheen net voordat de commercialisering van de sport, door de entree van commerciële televisie in Nederland, sterk versnelde. Het boek was daarom al bij verschijning enigszins verouderd. Het concept van de ‘sportwereld’, waartoe alle individuen en organisaties behoren die wereldwijd bij sport betrokken zijn, bleek een goed uitgangspunt voor de sociaal-wetenschappelijke benadering van sport. De term ‘sport’ beperkt het gezichtspunt te veel tot de actieve sporters; organisatoren en publiek blijven dan buiten de beschouwing, terwijl ze essentieel zijn voor de sport. De verschillende hoofdstukken behandelden ALLE velden van de sportwereld: sportbeoefenaren, -organisaties, -beoefening, -publiek en visies op sport. Omdat het boek een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de manier waarop we de sportwereld zien, werd in 2009 besloten tot een herziene uitgave, waarin zowel de enorme ontwikkeling van de sociaal-wetenschappelijke studie van sport is verdisconteerd als de ingrijpende veranderingen die de sport zelf ondergaan heeft, vooral onder invloed van de commercie. De herziening bestaat er verder vooral uit dat de theoretische uitgangspunten van waaruit de hoofdstukken geschreven zijn scherper zijn verwoord, waardoor ze ook consequenter uitgewerkt konden worden.
Andere artikelen
Column Koen Breedveld
De grijns van Gullit De maandag na de FIFA-delegatiesoap is de A2 nog prettig rustig als ter hoogte van Zaltbommel een gekortwiekte Gullit me vanaf een billboard larger than life toegrijnst. Al rijdend nodigt Ruud me uit ‘ons te steunen’ in de aanbieding om het WK te gaan organiseren. Geen idee wie ‘ons’ precies zijn, behalve een handjevol ‘official partners’ dat klaarblijkelijk nog wel aan het WK denkt te kunnen verdienen.
Ik geloof in het WK als opstap naar ‘2028’ en in de potentie van dat plan. Maar het lijkt me een legitieme vraag wat meer rendeert: een investering in vijf dure stadions voor een zo goed als failliete bedrijfstak, of een zelfde investering in ruim 3.000 amateurvoetbalverenigingen of in een andere tak van sport uit NOC*NSF’s Studie Top 10 (zwemmen bijvoorbeeld)?
Vooralsnog heb ik geen antwoord op die vraag (kan iemand trouwens eens met dezelfde bril en vasthoudendheid naar de uitgaven voor defensie kijken?). Maakt dat het discussiëren lastig? Jazeker. Maar je hoeft geen communicatiedeskundige te zijn om je te realiseren dat wat vervolgens niet helpt, is om geheimzinnig te doen over de inhoud van dat plan, de daaropvolgende discussie wekenlang dood te zwijgen of om tegenstanders te betitelen als “zure calvinisten”. Dezelfde nationale trots die Hollanders massaal achter Oranje doet staan, is ook de bakermat voor een diepgevoelde weerstand tegen iedere vorm van onrechtmatige zelfbevoordeling. Door geen helderheid te schepen over schimmige beweringen hebben ‘de aanbieders’ in de hand gewerkt dat de media het vuurtje onder het ‘Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’-gevoel konden opporren.
Rond het WK in Zuid-Afrika was nog een ruime meerderheid van de Nederlanders vóór het organiseren van het WK in eigen land. Het kan niet anders of dat aandeel is de afgelopen weken gedaald. Hij grijnst nog wel, Gullit, maar erg van harte lijkt het niet.
Koen Breedveld
Directeur WJH Mulier Instituut